Je hebt geen idee waarom je overeet en dat maakt het moeilijk om ermee te stoppen. Steeds opnieuw maak je een keuze waar je achteraf ontevreden over bent. Als je niet weet waarom je iets doet wat je eigenlijk niet wil, beland je al snel in zelfkritiek en schaamte. Dit maakt het vinden van de oorzaak nog moeilijker. Schaamte en zelfkritiek belemmeren de openheid die nodig is om iets over jezelf te ontdekken.
Daarom schijn ik vandaag het licht op dit onderwerp en geef ik een aantal inzichten die je helpen om meer te weten te komen. Een probleem laat zich pas oplossen nadat het eerst is begrepen en daar gaat deze aflevering je zeker bij helpen. Dus leun wat achterover en stel je open voor de ingang die ik geef.
Overeten is zowel kwantitatief als kwalitatief. Er is iets wat daadwerkelijk in je lichaam gebeurt als je overeet — dat is meetbaar, kwantitatief. Maar hoe je overeten ervaart, en wanneer jij het als overeten ervaart, dat is kwalitatief: de betekenis die jij er zelf aan geeft.
Mijn definitie van overeten is: het eten waar je lichaam niet om heeft gevraagd en waar je achteraf spijt van hebt. Binnen een goede relatie met eten kan het prima zo zijn dat je soms eet zonder dat je lichaam erom heeft gevraagd, maar dat je volledig achter die keuze staat en je er achteraf goed over voelt. Dat noem ik geen overeten. Kwantitatief kan het overeten zijn, maar je relatie met eten is zowel kwalitatief als kwantitatief — en daarmee kijk ik naar hoe je die hele relatie ervaart: de keuzes die je maakt, de gevoelens die je daarbij hebt, en de gedachten die de relatie met eten inkleuren.
Als je regelmatig — of misschien zelfs dagelijks — overeet en je hebt echt geen idee waarom, dan sta je voor een mysterie. Je begrijpt jezelf niet. Je hebt steeds die herhalende ervaring van spijt en onvrede achteraf. Misschien klaagt je lichaam over wat je eet, en toch kies je er steeds weer voor. Je wilt begrijpen waarom.
Als je dat niet van jezelf begrijpt, is de verleiding groot om boos te worden of in onbegrip te stappen. Je weet genoeg over gezonde voeding. Je weet wat je wel of niet in huis moet halen. Je kunt voelen als je te veel eet. En toch doe je het. Gezondheid vinden we een belangrijke waarde — als je ongezond eet, neem je jezelf dat kwalijk.
Toch is mijn aanbeveling om voor nieuwsgierigheid te kiezen. Een probleem laat zich pas oplossen nadat het eerst is begrepen. Oordelen geven stress en blikvernauwing — in stress en zelfbeschaming kan je niet tot bloei komen, het is heel moeilijk om creatief te zijn als je gebukt gaat onder zelfafwijzing. Leg je oordelen dus even weg. Je kunt er altijd weer naar terug. Maar laat je voor nu eens achteroverleunen en van een afstand naar jezelf kijken.
Het beeld dat ik je wil aanreiken is dat van een spinnenweb. Overeten is namelijk een symptoom — het lijkt soms het probleem op zich, maar het is de rook, niet het vuur. Als je een spinnenweb voor je ziet, zeker zo’n mooi web met dauwdruppels in tegenlicht, zie je hoe alle draden met elkaar in verbinding staan. Zo is ook jouw relatie met eten en met je lichaam: alles houdt met alles verband.
Stel je in de kern van dat spinnenweb je fysiologie voor: je biochemie, je hormonale staat, je nutriënten. Als je voldoende slaap, rust, beweging, water, zonlicht en frisse lucht krijgt, geeft je lichaam signalen van welbevinden. Je wordt uitgerust wakker, je kunt je goed concentreren, je voelt je energiek. Een dierenarts stelt vitaliteitsvragen: heeft je hond zin om naar buiten te gaan? Is hij nieuwsgierig? Heeft hij honger? Jouw lichaam geeft diezelfde signalen. Glansen je ogen? Hoe is het met je tandvlees? Dit zijn simpele maar veelzeggende signalen van vitaliteit.
Rondom die fysiologische kern bevindt zich jouw wereld van gedachten. Als je wakker wordt, zoekt je brein direct naar zekerheid en risico: wat moet er vandaag gebeuren, hoe heb je gisteren gegeten, wat staat er in je agenda? De kwaliteit van je gedachten kleurt je dag en je waarneming. Je brein kan nauwelijks onderscheid maken tussen de werkelijkheid en jouw voorstelling daarvan. Gedachten presenteren zich als feiten, maar het zijn opties.
Probeer maar eens te mediteren en even nergens aan te denken. Tenzij je hier heel goed in geoefend bent, merk je dat je brein voortdurend met een nieuw verhaal aankomt. Dat is wat je brein habitueel doet: verhalen spinnen over van alles en nog wat.
Rondom die gedachten vormt zich een ring van gevoelens die worden geactiveerd in reactie op je gedachten. Als je brein geen onderscheid maakt tussen een zorg en de daadwerkelijke situatie — bijvoorbeeld de gedachte dat je baan misschien op de tocht staat — reageert je lichaam alsof die situatie zich nu al voordoet. Er ontstaan gevoelens van stress en gejaagdheid, en van daaruit laat je gedrag zien.
In het voorbeeld van de baan: je gaat structureel overwerken om te bewijzen dat je waardevol bent. Dat overwerken kan je oververmoeien, en om je staande te houden ga je overeten. Daarmee is het spinnenweb compleet — overeten beïnvloedt op zijn beurt weer je fysiologie, wat opnieuw stress of vermoeidheid kan veroorzaken. Zie je hoe alles met elkaar verband houdt?
Als je dit zo voor je ziet — dit hele spinnenweb van jouw functioneren — kan het overweldigend lijken. Hoe krijg ik dit ooit helder? Het bijzondere van een spinnenweb is juist dat als je ergens een positieve verandering teweegbrengt, het hele web mee vibreert. Alles staat met elkaar in verbinding, en dat geldt ook in positieve richting. Je hoeft niet alles tegelijk op te lossen.
Wat je ook ontdekt als je je gedachten, gevoelens en fysiologie onderzoekt: er zijn gevoelens die je van jezelf niet mag of durft te voelen, gedachten die je aandacht nodig hebben, en voedingsaspecten — rust, slaap, zonlicht, beweging, voedsel — die aandacht vragen. Al die ringen binnen het spinnenweb verdienen aandacht. En om ergens aandacht aan te kunnen geven, heb je ruimte nodig voor observatie. Je kunt overeten niet oplossen zonder te gaan observeren.
Als je momenteel vooral de werkbij bent in je leven — van taak naar taak naar taak, altijd reagerend op wat urgent en belangrijk lijkt — is het moeilijk om dat spinnenweb te zien. De koningin van de kolonie zondert zich af. Ze neemt afstand van het doen, doen, doen, om te reflecteren op het welbevinden van de werkbij in haarzelf. Ze zegt: deze werkbij is moe. Deze werkbij is gestrest. Ze maakt wat anderen willen belangrijker dan wat ze zelf wil.
Vrouwen worden cultureel vaak gestimuleerd om eerst naar hun omgeving te kijken en te zorgen dat het met iedereen om hen heen goed gaat, voordat ze naar zichzelf kijken. Dat is wat de werkbij doet. Maar de koningin niet. Die kroon mag je jezelf opzetten — om afstand te nemen van wat je jezelf ziet doen en te zeggen: ik ga kijken hoe alles met elkaar verband houdt.
Leiders trekken zich terug om oplossingen te vinden voor grote vraagstukken. In culturen die in stammen leven zondert de wijze of sjamaan zich ook af. Je hebt ruimte nodig voor contemplatie — daadwerkelijke afstand van het reageren op wat nu urgent lijkt. Veel mensen zeggen: dat wil ik doen, maar eerst dit project, eerst deze verhuizing, eerst het schooljaar opstarten. Maar er komt altijd weer iets nieuws. Het is meer van hetzelfde.
Om dat spinnenweb te kunnen veranderen, is dit de eerste stap: afstand nemen om het te gaan observeren. Ga zitten, word stil, en kijk naar het spinnenweb van je hele functioneren. Je zult verbanden gaan zien — het kan niet anders. Een probleem laat zich pas oplossen nadat het eerst is begrepen, en voor begrip heb je dat kijken nodig, die afstand.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.