Je was zo goed op weg. Je kleding zat losser en je voelde je minder opgeblazen. Maar na weken van gezonder eten zie je jezelf terugglijden in overeten. De verleiding van eten werd steeds groter. Wat gebeurt hier? In deze les schijn ik het licht op twee cirkels van onvrede, die hier mogelijk een rol spelen. Je kan jarenlang tussen deze cirkels heen en weer bewegen wat je herkent als jojoën. Je gewicht gaat op en neer en je begrijpt niet waarom je steeds opnieuw voor overeten kiest. Deze les helpt je dit patroon begrijpen en doorbreken.
Je bent een aantal weken onderweg. Je wil niet meer overeten. Je doet dat ook niet. Je bent aanvankelijk heel blij met die keuze — en toch kijk je met verbazing naar jezelf als je na een aantal weken daar weer steeds vaker voor kiest.
Wat is er dan aan de hand? Dat is precies waar deze les over gaat.
Het ligt voor de hand dat overeten iets is wat je met je mond doet — maar het oplossen van overeten doe je ook met je mond. Échte verandering van binnenuit betekent dat je jezelf een stem geeft. Delen van jezelf die er eerder niet mochten zijn, komen tot expressie. Delen die niet meer bij je passen, laat je los. Grenzen die je eerder overschreed, bewaar je nu. En grenzen die anderen overschreden, bewaar je ook. Dat doe je allemaal met je stem, met je mond.
In beide gevallen — zowel overeten als het oplossen ervan — staat je mond centraal. Daarom is het zo’n prachtig symbool voor Etenslessen.
Als je merkt dat je steeds bij periodes niet overeet en daarna toch weer steeds vaker voor overeten kiest, ben je geneigd te denken: ik heb te weinig wilskracht, te weinig discipline, ik ben onvoldoende gemotiveerd. Maar dat klopt niet. Je bent wel degelijk gemotiveerd — alleen is je motivatie negatief. Je verandert vanuit een negatieve motivatie.
Die onvrede over de manier waarop je met eten omgaat kan over het eten zelf gaan: je eet te veel, je eet van alles door elkaar. Je reageert steeds op impulsieve verlangens — je ziet iets en je wil het meteen hebben. Je lichaam protesteert. Je voelt je log, opgeblazen, zwaar. Als je in de spiegel kijkt, zie je dat je gezicht opgeblazen is. Je denkt: dit is niet mijn natuurlijke gewicht. Dit past niet bij me.
Die onvrede neemt steeds verder toe, totdat je een punt bereikt waarop je zegt: nu is het genoeg. Dit gedrag stopt hier. En het feit dat je ingrijpt en reageert op die toegenomen onvrede geeft een enorme opluchting. Je hebt een beslissing genomen. Je volgt je plan. Na een week of twee begin je je ook lichamelijk beter te voelen — minder opgeblazen, minder vol, meer ruimte in je lichaam. Je bent blij met de keuzes die je maakt.
Daarmee lijkt je probleem opgelost. De pijn van je onvrede is weg, en daarmee verdwijnt het onderwerp naar de achtergrond. De pijn die je motiveerde, is er niet meer.
En dan gebeurt er iets bijzonders. De onvrede over je vroegere keuzes is weg — maar nu doemt er een andere onvrede op. Je kijkt naar het eten dat je hebt afgezworen en je mist het. Er is ineens een toekomst waarin je denkt: nooit meer dit, nooit meer dat. Daar word ik eigenlijk ook niet blij van. Moet ik dit nu altijd volhouden? Is dit het? Kan ik nog wel genieten?
Omdat de pijn van je onvrede weg is, voel je nu alleen nog dat verlangen naar het eten dat je van jezelf niet meer mag hebben. Je ziet vrienden dingen eten, genieten, snacken — en je denkt: ik wil dat ook. En ik mag dat niet. En dit blijft voortaan zo.
Die onvrede over je onvervulde verlangen neemt toe, totdat je uiteindelijk weer terugvalt in overeten. Zie je hoe die twee cirkels als tandwielen in elkaar grijpen? Eerst zat je op de negatieve motivatie van je onvrede over het overeten. Daarna sprong je over op het andere tandwiel: een toenemende onvrede over dat onvervulde verlangen naar eten dat je van jezelf niet meer mocht hebben.
Op een gegeven moment wordt die onvrede zo groot dat je denkt: vergeet het. Ik kan dit niet. Ik wil dit niet. Ik hou dit niet vol. Het leven moet wel een beetje leuk blijven. En dus kies je weer voor dat eten. Net zoals bij de eerdere sprong voel je daar in eerste instantie opluchting bij — en omdat dat zo lekker voelt, kies je er steeds vaker voor, totdat het weer een eigen leven begint te leiden.
Als dit jouw patroon is, is de vraag: hoe doorbreek je het? Wat je nodig hebt, is dieper kijken. Als je reageert op negatieve emotie, is je relatie met eten — en met jezelf — nog niet helemaal compleet. Er is een stuk dat je niet verdraagt, dat je liever niet tegenkomt: ongemak, onvrede, onvervuld verlangen.
Wat je enorm kan helpen, is jezelf de vraag stellen: wie wil ik zijn? Hoe wil ik leven? Wat betekent het voor mij als ik kies voor een leven waarin ik niet overeet? Als je die vraag beantwoordt, zul je herkennen dat je eten dan niet meer gebruikt om uit te checken, om niet te hoeven voelen. Frustratie, eenzaamheid, afwijzing, de onrust van een vraagstuk waar je het antwoord nog niet op hebt — dat zijn allemaal gevoelens van ongemak die bij een volledig menselijk leven horen. Die kom je dan tegen, zonder eraan te ontsnappen via eten.
Je mag ook kiezen voor een leven waarin je wél impulsief eet, alles door elkaar eet, op elk moment dat je daar zin in hebt. Eten is iets tussen jou en je lichaam en het staat je volledig vrij om dat te doen. Wat je dan wel nodig hebt om van deze cirkels af te komen, is dat je volmondig ja zegt tegen de consequentie daarvan. Ja, je lichaam voelt voller, misschien zwaarder. Je kunt je opgeblazen voelen. Maar je kiest voor een leven waarin je gevoelens verdooft en aan jezelf ontsnapt als je ongemak voelt — en dat mag.
Als je daar helemaal ja tegen kunt zeggen, verdwijnen deze cirkels. Je hebt een relatie met eten die voor jou klopt, en je bent oké met de keuzes én de gevolgen daarvan.
Op het moment dat je zegt: ik wil iemand worden die ook gevoelens van ongemak toelaat, omdat ik daar waarde in herken — dan verandert er iets. Ik noem dat voluit leven. Mijn eigen motief om te stoppen met overeten was het verlangen om mijn hele zelf te leren kennen. Wie ben ik zonder overeten in mijn leven? Dat stuk van mezelf kende ik nog niet, en dat wilde ik kunnen ontmoeten.
Als je daarvoor kiest, zeg je ja tegen elk gevoel van ongemak. En dan heb je een ander resultaat: overeten verdwijnt uit je leven, je verliest gewicht dat niet meer terugkomt, en je wordt goed in je rot voelen. Je raakt vertrouwd met twijfel, afwijzing, eenzaamheid, frustratie en impulsieve verlangens naar eten — die je laat komen en gaan zonder ze te belonen. Je springt niet meer heen en weer tussen twee vormen van ongemak. Je zegt ja tegen het ongemak, en aan de andere kant daarvan ben je vrij.
Spring jij heen en weer tussen negatieve motivatie — de onvrede over het overeten dat je doet, of de onvrede over het eten dat je van jezelf niet meer mag hebben? Of stap je in die nieuwe identiteit en zeg je: ik wil mezelf leren kennen zonder overeten in mijn leven, en dat betekent dat ik ja zeg tegen het ongemak dat daarbij hoort?
Denk daarover na.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.