Je hebt misschien net iets teveel gegeten en het voelt direct alsof er iets misgaat. Wat je voelt is angst voor aankomen en controleverlies. Als je brein daarmee aan de haal gaat leidt dat meestal tot meer overeten en een grotere strijd met je verlangen naar eten. Daarom geef ik in deze les drie concrete stappen om jezelf met deze angst te kunnen helpen.
Ik bespreek het ‘optische bedrog’ wat je in de spiegel kan zien en wat je nog meer tegen kan komen als angst voor aankomen je ineens overvalt. Deze les wil je niet missen. Ga luisteren.
Het leven is goed. Mijn huis ruikt naar vers gebakken brood met olijven, kappertjes en zongedroogde tomaten. In de tuin heb ik een vogelbadje waar ik net een vogeltje zag badderen. De bloesems lopen uit. Veel om van te genieten.
Maar als je het afgelopen weekend hebt genoten van een paasontbijt waarbij je te veel at, kan dat een negatieve spiraal hebben geactiveerd. Een spiraal die draait om angst voor aankomen en een ongemakkelijk gevoel in je lichaam. Daar wil ik je in deze les mee helpen.
Het eerste waar ik bij wil stilstaan is het feit dat sociaal eten — eten met anderen om samen iets te vieren — onderdeel uitmaakt van de cultuur waarin je leeft. Je viert kerst met eten, Pasen met eten, een verjaardag met eten. Als je niet tevreden bent over de manier waarop je met eten omgaat, wordt die beleving tijdens dit soort gelegenheden vaak uitvergroot.
Je wil graag vieren met eten en samen genieten, maar je wil niet overeten. Deze les gaat niet over het oplossen van dat overeten zelf. Ze gaat specifiek over de negatieve spiraal waar je in terecht kunt komen, zolang je nog niet hebt geleerd hoe je aan een tafel vol eten kunt zitten — vol met associaties, misschien ook uit je kindertijd.
Dat boterlammetje, dat eitje op tafel, de paastakken en kleine pluizige kuikentjes. Als je kleine kinderen hebt, herhaal je vaak de tradities uit je eigen jeugd. De associaties van warmte, koestering en gezelligheid uit je jeugd worden geactiveerd terwijl je aan tafel zit. Dat betekent dat je een verlangen voelt — een verlangen naar de koestering en gezelligheid van eten.
Zolang je nog niet weet hoe je dat verlangen in jezelf kunt ontvangen zonder te overeten, kom je dit patroon steeds weer tegen. Je eet meer dan je achteraf blij mee bent. De spanning op je maag en de feedback van je lichaam — al die dingen door elkaar, het eitje, de croissantjes, de plakken paasbrood — maken dat je vol zit en je lichaam aangeeft: dit was veel.
De negatieve spiraal ontstaat als je de ervaring hebt dat aankomen buiten jouw controle ligt. Als je in overeten glijdt omdat je vaak onbewust eet, of omdat je in het moment een verlangen voelt naar meer en niet weet hoe je dat kunt begeleiden. Als je bang bent om aan te komen en eerder hebt ervaren dat je dat niet kon stoppen. Dan beland je gemakkelijk in een negatieve spiraal.
Daar wil ik het met je over hebben. Er is namelijk een verschil tussen daadwerkelijke angst voor gevaar — waarbij je ook écht in acuut gevaar bent — en wat in het Engels zo treffend anxiety heet. Een bijna ongrijpbare ongerustheid die zich van je meester maakt. Een gevoel dat in je groeit en, als je erin meegaat, steeds verder uitvergroot raakt.
Direct gevaar betekent dat de paastafel ineens in de fik staat. Wat je dan herkent, is dat gevaar in jezelf wordt beantwoord met intense focus en helderheid over je eerstvolgende stap.
Ik herinner me een moment dat ik in de HEMA was met mijn zoontje van twee jaar. Hij was even aan mijn aandacht ontsnapt en ineens zag ik hem vanuit mijn ooghoek op de roltrap staan. Een roltrap is link voor een peutertje met kleine dunne vingertjes — die kunnen in de knel komen. In mijn schrik voelde ik direct helderheid over mijn eerstvolgende stap, zonder er ook maar over na te hoeven denken.
In een flits zag ik dat langs twee dames komen die langzaam pratend de roltrap opgingen, en dan op tijd boven aankomen waar mijn zoontje mogelijk al gevallen was — dat ging ik niet halen. Mijn beste kans, mijn enige kans, was naar de roltrap rennen, over de leuning duiken en hem met mijn arm van de trap tillen. Hij droeg een schattige overall met twee hengsels op zijn rug — precies waar ik hem kon grijpen.
En dat is wat ik deed. Als een pijl uit een boog rende ik naar die roltrap, dook over de leuning, greep dat jochie bij zijn overall en plukte hem als een appel uit een boom van die trap.
Zo gefocust en helder ben je in een situatie van daadwerkelijk gevaar. Je gaat over tot handelen zonder te piekeren. Er is geen ruimte voor een verhaal in je hoofd over ongerustheid. Er is gevaar, en je handelt direct.
Anxiety — ongrijpbare ongerustheid — is de afslag die je brein neemt als er plotseling een verhaal in je ontstaat. Als je net iets te veel hebt gegeten en spanning voelt op je maag, kan dat een signaal zijn voor je lichaam om het verhaal op te starten: oh jee, er is iets misgegaan.
Vanuit dat gevoel weet je rationeel gezien dat je niet in direct gevaar bent. Maar in de ongerustheid die is geactiveerd, wordt er een verhaal gesponnen over waar dit naartoe kan leiden. En iedereen die meerdere keren is afgevallen om daarna weer aan te komen met bonus, belandt in het narratief waarin het voelt alsof er opnieuw iets gaat gebeuren wat je eerder hebt meegemaakt.
Er wordt een negatieve voorspelling gedaan. Je wordt bevestigd in een verhaal over jezelf: hoe jij het altijd weer verpest. Hoe het voor jou te mooi is om waar te zijn dat je van je overgewicht af zou kunnen komen, of dat je een fijne relatie met eten kunt creëren. Het was niks, het is niks en het wordt ook nooit wat — zo noem ik dat scenario.
In anxiety wordt er een verhaal gesponnen met een negatieve uitkomst. Als je dit niet herkent, ga je mee in het verhaal. In de amygdala — de amandelkern in je linker hersenhelft, het deel van je brein dat altijd op zoek is naar zorgen en gevaar — wordt een verhaal geconstrueerd dat uitgaat van een negatieve uitkomst. Zo probeert je brein je veilig te houden.
Je bent hier niet in gevaar. We hebben het over die bijna ongrijpbare ongerustheid die langzaam in je opkomt en in kracht spiraalst. Zonder dat je dit onderkent, mondt het uit in iets wat groter en groter wordt. Je gaat als een mak lammetje mee in het verhaal dat wordt verteld — een verhaal dat zich altijd richt op de mogelijke negatieve uitkomst.
Het is zo belangrijk om je hiervan bewust te zijn als je overeten wil oplossen. Als je een negatieve relatie met eten hebt, als je negatieve ervaringen hebt met gewichtsverlies en controleverlies rond eten. Want dit heeft niets te maken met net iets te veel gegeten hebben tijdens Pasen. Dit is puur het neurologische aspect van mens zijn — iets wat dit deel van je brein altijd voor je zal doen, en niet alleen rond eten.
Een paar dagen geleden ging ik kijken naar een huis op een prachtige plek in een klein woonwijkje met zo’n tien huizen. Ik had nog nooit gewoond op zo’n plek. Toen ik aankwam en vrolijk groette, kreeg ik een blik terug die mijn amygdala interpreteerde als vijandigheid, afstandelijkheid en afwijzing.
Als ik er achteraf een foto van had gemaakt, zou je waarschijnlijk alleen een ontspannen oudere man zien die gewoon kijkt. Hoe ouder je wordt, hoe meer mondhoeken zakken, hoe meer oogleden zakken — en dat kan lijken op ontevredenheid of moeheid, terwijl dat helemaal niet zo is.
Die man groette niet terug — maar ook dat is multi-interpretabel. Hij kan net in gesprek zijn geweest, of met zijn gedachten ergens anders. Toch begon mijn brein een verhaal op te tuigen: zou ik welkom zijn in zo’n kleine gemeenschap?
Als ze je niet willen, is dat onaangenaam. Maar als iedereen hier juist heel actief met elkaar omgaat en verwacht dat je overal aan meedoet, is dat ook niet wat ik zoek. In beide gevallen werd er een verhaal geconstrueerd met een negatieve uitkomst. Als ik me daar niet van bewust was geweest, had ik misschien gedacht: vergeet het, ik ga niet eens meer kijken, laat staan een bezichtiging plannen.
Iets soortgelijks gebeurt als je niet tevreden bent over je relatie met eten. Op het moment dat je spanning voelt op je maag, stapt je brein in anxiety en begint een verhaal te spinnen. Het herhaalt wat je allemaal hebt gegeten, roept op dat het ongezond en te veel was, haalt erbij wat je eerder die week at, en interpreteert je broekband die net iets strakker zit — misschien gewoon omdat hij uit de was komt — als bewijs dat je zwaarder bent geworden.
Je brein gaat actief op zoek naar waarnemingen die het verhaal in je hoofd bevestigen. Je BH-bandje zit altijd al zoals het zit, maar nu wordt ineens de sensatie opgeroepen van vet op je rug. Je t-shirt heeft altijd al zo gezeten, maar nu lijkt het plotseling strak. Iemand die ik ken vertelde me dat ze hier direct last van heeft op meerdere plekken op haar lichaam: zodra ze iets te veel heeft gegeten, ervaart ze zichzelf als zwaarder dan ze op dat moment daadwerkelijk is. En het voelt heel onveilig in haar lichaam.
Dit noem ik een feedback loop. Je brein zoekt waarnemingen die het verhaal bewijzen — ook in de spiegel. Ik heb hiervoor geen wetenschappelijk bewijs, maar het is mijn eigen waarneming én die van meer dan duizend mensen in mijn programma: als je te veel hebt gegeten en dit negatieve verhaal op gang is gekomen, heb je last van optisch bedrog.
’s Ochtends liep je misschien langs de spiegel en was je lichaam neutraal. Nu, nadat het verhaal is gesponnen, loop je langs diezelfde spiegel en zie je jezelf uitvergroot. Dikker. Wat je misschien walgelijk of vet noemt. Ineens is er een opgeblazen, uitvergroot beeld van jezelf.
Dit is de feedback loop van het verhaal dat is opgestart. Het kan je enorm helpen om je dit te realiseren. Want als je het niet herkent voor wat het is, is de kans groot dat je vanuit angst reageert. Ineens ben je dik, ineens ben je aangekomen of bang voor aankomen.
Denk aan het spiegelhuis op de kermis. Je wist van tevoren dat de waarneming niet betrouwbaar was — je hoofd was uitgerekt, je lichaam was ineens een derde van je lengte. Je lachte erom, omdat je wist dat het niet klopte. Precies zo werkt het hier. Als je nu langs een spiegel loopt na die spanning op je maag, kun je niet vertrouwen op je waarneming.
Je kunt ervoor kiezen die waarneming te vermijden, of jezelf er liefdevol in opvangen: ja, tuurlijk zie je dit nu. Het doet pijn. En het is oké. Wat je nu ziet is een mirage — een vervorming van hoe je werkelijk bent. De onveiligheid die je voelt is een afspiegeling van die vervorming. Het is illusie. De informatie die je krijgt klopt niet.
De tweede aanbeveling: ga terug naar de feiten. Het enige wat werkelijk waar is, is dat je hebt gegeten en nu wat spanning op je maag voelt. Jouw lichaam is uitstekend in staat om een teveel aan energie te compenseren — het stelt je volgende hongermoment simpelweg uit totdat de balans is hersteld. Voor je lichaam is het geen probleem. Wat er in je hoofd gebeurt staat los van wat er in je lichaam gebeurt.
De derde aanbeveling is misschien wel de belangrijkste: wees eerlijk naar jezelf. Wees eigenaar van je verlangens.
Stel dat jij en ik regelmatig samen gaan winkelen. Je nodigt me steeds uit om aan te geven welk winkeltje ik wil binnengaan. Ik zeg: oh, dit lijkt me leuk. Op dat moment vind jij dat een prima idee. Maar zodra we buiten staan, word je ineens boos op me: waarom nam je me mee die winkel in? Ik wilde daar helemaal niet naar binnen. Deze winkel heeft mijn dag geruineerd.
Als je dat echt zou menen, zou ik schrikken — en winkelen met jou zou al snel onveilig gaan voelen. Dit is echter precies wat je jezelf aandoet aan zo’n feestelijk gedekte tafel.
Aan de voorkant: hoera, wat leuk, die etalage is fantastisch, ik wil alles binnengaan bekijken. Eenmaal buiten: dit was de vreselijkste keuze, hoe kon ik mezelf hiertoe verleiden, nu is de dag verpest.
Het is niet eerlijk — en ik zeg dit vanuit vriendelijkheid — om op het moment dat je aan die tafel zit, je verbindt met de koestering en gezelligheid uit je kindertijd, en daarom van alles eet, om dat achteraf ineens te veroordelen. Die dualiteit maakt de relatie met jezelf onveilig.
En die onveiligheid vergroot het ongeruste verhaal over jou en je relatie met eten. Als je meegaat in dat verhaal, kom je altijd op een negatieve plek uit: óf je gaat drastisch lijnen, wat nergens toe leidt, óf je gelooft dat je hopeloos bent en eet juist nóg meer om de pijn van dat idee te verdoven.
De waarheid is: je weet nog niet hoe je het verlangen naar genieten en alles willen eten kunt begeleiden. Je weet nog niet hoe je jezelf uit de verleiding haalt. Zolang je dat niet hebt geleerd, is het niet eerlijk van jezelf te verwachten dat je die verleiding kunt hanteren.
Het beste wat je kunt doen is aan je eigen kant gaan staan en zeggen: ik snap het. Dit vind je nu moeilijk. Als ik in veroordeling stap, maak ik de relatie met mezelf onveilig. Eigenaar zijn van de relatie met eten die je nu hebt, betekent dat je die niet tegen jezelf gebruikt om in zelfkritiek te stappen die je dag verpest.
Ga anders om met de spiegel: herken de waarneming als illusie, als optisch bedrog. Weet dat je lichaam prima overweg kan met die spanning op je maag en vanzelf terugkeert naar balans. En blijf aan je eigen kant staan — stap niet in het plotselinge afkeuren van de keuzes die je maakte.
Eigenaar zijn van de plek waar je nu bent, betekent dat je met vriendelijkheid, nieuwsgierigheid en compassie accepteert waar je staat. Dit gaat een enorm verschil voor je maken.
Als je er klaar voor bent om echt te investeren in het veranderen van je relatie met eten, nodig ik je uit voor mijn programma, waarin ik je alle vervolgstappen, tools en begeleiding geef. Binnenkort komt er ook een live lancering van mijn korte cursus Body Empowerment, waarin alles rondom de spiegel, de onveiligheid over je huidige gewicht en de angst voor aankomen aan bod komt. Een warme aanbeveling als eerste stap in het oplossen van overeten.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.