Als je eetbuien wil kunnen voorkomen is deze les voor jou. Ik heb ze zelf al jaren niet meer, maar ik kan mij nog goed herinneren hoe pijnlijk en demoraliserend het voelde om gebukt te gaan onder gedrag dat ik van mezelf niet begreep. Je wil niet overeten maar je doet het toch. In het gevecht daartegen kunnen eetbuien steeds meer uit controle raken. Dit roept een angst op die ze juist in stand houdt en daarom belicht ik de oplossing in deze les. Misschien zijn jouw eetbuien niet heel groot of frequent, maar wel vervelend genoeg om ze te willen voorkomen. Ook dan gaat deze les gaat je daar vandaag bij helpen.
Als je last hebt van eetbuien en wil weten hoe je die kunt voorkomen, is deze les voor jou. Ik heb zelf jarenlang last gehad van eetbuien en weet nog goed hoe pijnlijk en demoraliserend dat was. Je begrijpt niets van jezelf, want je wil zo graag niet eten — en tegelijkertijd wil je het ook zo graag wel. Als dat maar vaak genoeg gebeurt, maakt dat je onzeker en intimideert het je.
Gedrag dat je van jezelf niet begrijpt, kan angst opwekken. En die angst houdt de eetbuien juist in stand. In deze les bespreek ik de onmisbare stap in het voorkomen van eetbuien, de meest voorkomende oorzaken én het perspectief op een nieuwe relatie met eten.
In mijn boek Etenslessen heb ik bewust weinig geschreven over mijn eigen eetbuien, omdat ik ervaringsverhalen daarover weinig toegevoegde waarde vond hebben. Behalve herkenning pikte ik er zelf niet veel van op. Toch benoem ik in het boek dat ik eten in de vuilnisbak heb gegooid en het er later weer uit heb gehaald. Dat ik eten heb gegeten dat nog half bevroren was. Dat ik eten heb gegeten dat zwart geblakerd en verkoold was — iets wat ik nooit aan een ander zou geven.
Als zich dat laat zien in je omgang met eten, intimideert dat. Je vertrouwt jezelf niet meer met eten, en de angst die daaruit ontstaat, houdt de eetbuien ook juist in stand. Maar ik kan je vertellen: je kunt er echt helemaal vanaf komen. Ook als het zo erg is. Ook als je van zoet naar hartig gaat en terug, totdat je onwel bent.
Het allereerste wat je moet weten — en dat is meteen de belangrijkste stap — is dat een probleem zich pas laat oplossen nadat het eerst is begrepen. Dat geldt ook voor eetbuien. Toen COVID de wereld overspoelde, was het eerste wat wetenschappers deden: het virus bestuderen. Pas als je begrijpt hoe iets werkt, kun je er iets tegen doen.
Als je wil dat eetbuien ophouden, zul je ze eerst moeten begrijpen. Let daarbij op het verschil tussen een echte onderzoeksvraag stellen — wat gebeurt hier nou? — en uiting geven aan negatieve emotie — waarom doe ik dit nou? De eerste heeft een nieuwsgierige, open energie. De tweede is verwijt, en daar heb je niets aan.
Wat kun je ontdekken als je je eetbuien gaat begrijpen? Hieronder bespreek ik de meest voorkomende oorzaken. Misschien herken je er een aantal van — en dat helpt je in je bewustwording.
Oorzaak 1: Dieetmentaliteit
Als je eten gaat wegen, meten, bijhouden of tellen, ontwikkel je vaak spanning in je omgang met eten. Voedselrestrictie — het besef van schaarste, ik mag maar zoveel punten, zoveel macro’s — leidt tot spanning. En er is een deel van je brein dat die spanning absoluut niet verdraagt.
Het maakt niet uit hoe mooi een dieet aan je wordt verkocht: kijk naar de diëten die je eerder hebt gevolgd. Is het gewoon meer van hetzelfde in een ander jasje, waarbij je opnieuw gaat opletten en restrictie toepast? Als je dat herkent én je herkent dat je soms eetbuien hebt, heb je hier een belangrijke link gevonden.
Alles wat je niet mag eten blijft in je hoofd hangen en bouwt zich op. Het verlangen ernaar groeit. En soms denk je dan: weet je wat, ik eet het gewoon allemaal op, dan is het uit mijn systeem. Dan voel ik weer rust. Morgen begin ik opnieuw.
Wat je hier doet, wordt een onderdeel van het hele patroon. Je denkt dat je een frisse start maakt, maar in werkelijkheid bouw je in dat er na verloop van tijd een eetbui volgt. Dat is wat je jezelf onbewust leert — en dus wordt daar onbewust ook op geanticipeerd. Eetbuien worden zo een onderdeel van je dieetmentaliteit. Wat je toepast als managementinterventie, wordt onderdeel van het probleem.
Oorzaak 2: Lage tolerantie voor negatieve gevoelens
Stel dat ik ’s ochtends bij jou op de rand van je bed kom zitten en zeg: geef me een lijstje met alle gevoelens die je vandaag niet wil voelen, dan regel ik dat je die niet tegenkomt. Je zou in no time een lijst kunnen maken: gestrest, gefrustreerd, machteloos, eenzaam, overspoeld, gehaast. Dat zijn jouw negatieve emoties — en hoe je daarmee omgaat, hangt vaak samen met eetbuien.
Als je die negatieve gevoelens diep hebt weggestopt, zijn ze er nog steeds, maar neem je ze niet meer waar. Dat ziet er vaak uit als een leven waarin je voortdurend bij jezelf uit de buurt blijft: altijd bezig met de volgende taak, altijd meer gericht op andere mensen en hun problemen, en als dat er allemaal niet is, jezelf afleiden met media, films of scrollen.
Die gevoelens waar je uit contact mee blijft, zijn er wel degelijk. Er worden dingen gezegd, je denkt dingen, er gebeuren dingen die je raken. Als je daar zo ver bij uit de buurt blijft, loopt dat vroeg of laat zodanig op in je onderbewuste dat er een ontlading plaatsvindt in eten — waarvan jij niet weet waar het vandaan komt. Maar het hangt samen met die eetbui.
Als je wel goed kunt voelen wat je allemaal voelt, maar je raakt ervan in paniek of gaat ertegen in verzet — je wilt dat het stopt, je denkt dat het te veel is — dan zie je ook vaak dat er een eetbui voorbijkomt. Je trekt je terug in de trance van eten om te vergeten, om een time-out te krijgen van wat zo’n bezit van je lijkt te nemen.
Oorzaak 3: Leven in zelfcensuur
In het verlengde van een intolerantie voor negatieve emoties zie je iets wat je misschien niet bewust was, maar wat direct herkenbaar is als je het eenmaal benoemt: leven in zelfcensuur. Wanneer wat je aan de binnenkant voelt er heel anders uitziet dan wat je aan de buitenkant laat zien — en dat contrast groot is — vind je dat terug in eetbuien.
Ik noem het de spouwmuur. Je hebt de buitenmuur van je woning, de binnenmuur, en daartussen een holle ruimte. Als je leeft met zo’n spouwmuur van zelfcensuur — veel binnenhouden en alleen een aangepaste versie van jezelf laten zien — heb je eetbuien. Dat is vermoeiend, en het is een gemis aan authenticiteit.
De eetbui komt voorbij op het moment dat de druk aan de binnenkant periodiek oploopt. Er zijn situaties waarin je meer dan anders je best moet doen om die spouwmuur in stand te houden. Aan de binnenkant wordt er nog meer dan anders gevoeld wat geen stem krijgt, wat niet naar buiten mag. Aan de buitenkant moet er harder dan anders gewerkt worden om je rol vol te houden. En dan zie je dat terug in een eetbui als compensatie.
Als dit ergens resoneert, kun je misschien nu al zeggen: die laatste eetbui die ik had, was inderdaad toen ik mezelf nog meer dan anders dwong om me in te houden. Dit zelfcensuur begon vaak al vroeg — je leeft al zo lang niet authentiek dat je je er niet meer van bewust bent.
Oorzaak 4: Perfectionisme
Perfectionisme heeft een positieve kant: het hangt samen met enthousiasme, idealisme en passie. Maar er is ook een andere kant, waarbij je dictatoriaal met jezelf omgaat. Elke keer als je de bal laat vallen, als je niet aan je eigen verwachting kunt voldoen, neem je jezelf dat kwalijk. En dat zit niet alleen in je ouderschap — het zit in hoe je met je werk omgaat, je relatie, je huis, je financiën, je vakanties.
Perfectionisme kan enorm in de weg zitten als het eruitziet als een dictatuur waarin je leeft. Alles is prestatiegericht, je mag nergens tekortschieten. Dat zie je dan ook terug in je relatie met eten en bewegen: je investeert in je gezondheid, maar op een manier die zo krampachtig is dat het zich vertaalt naar periodieke eetbuien.
Dit hangt ook samen met intolerantie voor negatieve emotie. De keren dat imperfectie zich laat zien in jouw menselijkheid — en dat zal er altijd zijn — kun je daar gewoon heel slecht mee overweg. En die eetbuien hangen daarmee samen.
Oorzaak 5: Genotzucht en het beloningssysteem
Als je bent opgevoed met de gedachte dat je gewoon één koekje moet kunnen eten, maar je een brein hebt dat gevoelig is voor snelle suiker, merk je dat dit voor jou niet werkt. Je blijft ermee worstelen: als ik hier eenmaal aan begin, ga ik los. Maar ik vind het ook heel lekker. Hoe doe ik dat?
Het niet goed begrijpen van je eigen genotzucht ziet er vaak zo uit: ik wil het niet, maar ik wil het ook wel. Nou oké, eentje dan. En dan is het zo lekker dat je er nog één wil. Dan begint de onderhandeling: nog eentje, maar dan echt de laatste. Daarmee ontstaat restrictie en een groter verlangen — en voor je het weet ontaardt dat in een eetbui.
Wat je hier mist, is inzicht in hoe het beloningssysteem van je brein werkt. En daarmee samenhangend: het onderscheid tussen je schijnverlangen en je ware verlangen. Als je niet goed weet wat je ware verlangen is — bijvoorbeeld rust in je hoofd, een gewicht waar je blij mee bent, een fijne relatie met eten — herken je een schijnverlangen als je ware verlangen.
Je denkt dan écht iets te willen, maar nadat je het hebt gedaan besluit je: ik wilde dat eigenlijk helemaal niet. Daarin raak je teleurgesteld in jezelf. Die teleurstelling, die zelfkritiek, is negatieve emotie die erin sluipt — en dat kan ook weer tot een eetbui leiden.
Dit zijn de meest voorkomende oorzaken van eetbuien. Misschien herken je ze allemaal — en dat is confronterend. Maar het is ook goed nieuws, want een probleem laat zich pas oplossen nadat het eerst is begrepen.
De tips die je eerder kreeg over het voorkomen van eetbuien staan waarschijnlijk niet in verhouding tot wat je nu ziet. Haal die paaseitjes gewoon niet in huis — als jij een eetbui wil hebben omdat je continu in zelfcensuur leeft en de spanning oploopt, heb je die eetbui echt wel. Linksom of rechtsom zorg je dat je kunt ontladen. Het niet in huis hebben van paaseitjes is geen belemmering. Dat is ook waarom ik dingen heb gegeten die verbrand waren, dingen die bevroren waren, en eten zelfs uit de vuilnisbak heb gehaald.
Volg een dieet. Committeer je gewoon aan een plan. Als je leeft in zelfcensuur en in een dictatuur, en het loopt maar genoeg op in je, heb je niets aan dat dieet. De oorzaak van overeten wordt niet opgelost. Je zult altijd vechten voor balans in een systeem dat je pijn doet — en dat zoekt altijd een vorm van uitleven, afreageren, compenseren.
Eten is meestal precies die ene vorm van compenseren waar je alleen jezelf mee hebt. En dat is vaak waarom we kiezen voor overeten: we willen de ander geen pijn doen, anderen niet tekortkomen. Perfectionisme, zelfcensuur, leven in een aangepaste rol — het gaat allemaal daarover. En dus is het ook zo logisch dat eetbuien jouw ding werden. Je leeft iets uit wat alleen jouw pijn doet, niet die van je omgeving.
Ook tips als stap onder de douche, bel een vriendin, maak een ommetje zijn interventies die te weinig impact hebben als de onderliggende dynamiek niet verandert. De ene keer red je het ermee, de andere keer net niet. Maar uiteindelijk wil je dit systeem veranderd krijgen.
En dan is er gelukkig ook goed nieuws. Voor dit alles heb je maar drie vaardigheden nodig.
Stap 1: Leer hoe je je brein in je voordeel gebruikt. Dit lost voor het merendeel op wat zich hier laat zien. In Etenslessen noem ik dat gedachtenwerk. Het helpt je met genotzucht, dieetmentaliteit, perfectionisme en leven in zelfcensuur.
Stap 2: Ontwikkel je emotionele leven. Op het moment dat negatieve gevoelens welkom zijn, je de waarde ervan inziet en je tolerantie ontwikkelt voor die gevoelens — omdat je ze ziet als iets wat je ook iets komt brengen — verandert er zoveel voor je. Dit is een game changer.
Stap 3: Leer samenwerken met je lichaam. Inclusief je brein, inclusief die genotzucht. Zodra je jezelf daar goed in leert kennen, heb je nooit meer een dieet nodig, geen voedselrestrictie, en is impulsief verlangen naar eten niet langer een probleem. Je vindt veiligheid en rust in de samenwerking met je lichaam.
Deze drie pijlers nemen het allemaal mee. De frequentie van eetbuien neemt af, de intensiteit neemt af, totdat je op een punt komt dat je zegt: ik heb ze niet meer. Dat komt omdat je dit alles hebt veranderd: het begeleiden van je brein, het begeleiden van je gevoelsleven, en het samenwerken met je lichaam.
Dat is het positieve perspectief. Als je daar begeleiding bij wil, ben je welkom in het programma Etenslessen. En als je dat (nog) niet wil, heb je hier nog steeds iets waardevols in handen.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.