De Etenslessen van Annemiek begon al als kind, toen ze merkte dat ze meer van eten hield dan de bedoeling is. Altijd zin hebben in meer, hield ze zoveel mogelijk in bedwang, maar ze werd in de loop der jaren steeds zwaarder tot ze uiteindelijk voor een dieet koos. Wat daarna gebeurde vertelt ze in ons gesprek over haar relatie met eten.
Ze legt uit waarom ze nu anders met patiënten over voeding en gewicht praat, een dieet voor haar geen lange-termijn oplossing was en ze nu zonder dieet, vijf kilo onder haar droomgetal zit. Een resultaat waar ze blij mee is, maar dat is voor haar niet het grootste geschenk.
Ik heb een bijzonder gesprek voor je met Annemiek. Ze is net klaar met Etenslessen en vertelt je alles over haar relatie met eten en wat er nu in is veranderd. Ook vertelt ze hoe ze nu anders met patiënten praat over voeding en gewicht.
Ik geef ook een korte pitch voor mijn cursus Body Empowerment. Deze cursus is zo rijk en waardevol geworden. Ik heb er echt mijn hart in gegoten. Als je real-time luistert naar het online komen van deze aflevering, nodig ik je uit om nog in te stromen. Deze cursus gaat je ogen openen, je lichaam bevrijden van negatieve oordelen en zorgt voor een shift in jouw relatie met eten en het oplossen van overeten.
Annemiek heeft bijna nooit gediëteerd totdat ze 28 was. Ze is nu bijna 42. Maar daarvoor had ze zo lang als ze zich kan herinneren een struggle met eten, echt al vanaf haar allereerste herinneringen, vanaf de basisschool. Eten riep haar altijd, trok altijd aan haar, altijd trek, altijd zin om te eten. Ze vond alles lekker en had al snel door dat niet iedereen dat heeft.
In hun gezin waren ze allemaal lekkere bekken. Haar vader was regelmatig op dieet. Dat gevoel van “ik wil eigenlijk veel meer eten dan wat misschien goed voor je is, of waar je dan dik van wordt” had ze altijd al gehad. Als kind was ze ook al snel mollig met wat overgewicht. Ze vond het niet fijn, maar had er nooit echt een heel groot probleem mee. Haar ouders zeiden er niets over.
Annemiek herinnert zich bijvoorbeeld een feestje met haar ouders waar ze erachter kwam dat ze een stokbroodje met brie heel lekker vond. Ze kon echt zo’n heel bord met stokbrood en brie leeg eten. Waar andere mensen een broodje nemen en weglopen, was zij daar de hele middag mee bezig. Bij chocola en koekjes, taart op haar verjaardag, wilde ze altijd nog een keer. Er was nog, er was nog over, en mensen waren met andere dingen bezig.
Aan het kletsen of kinderen gingen weer spelen, maar zij dacht: er is nog wat. Er is nog over. Dat wilde ze eigenlijk hebben.
Annemiek’s vader was wel iemand die dan weer het nieuwe dieet steeds ging proberen. Dan zat hij weer aan de grapefruit-shakes en dan mocht hij weer bepaalde dingen niet eten. Dat was wel echt haar voorbeeld: steeds weer opnieuw beginnen en dat het dan niet werkt. Dan even wat kilo’s afvallen, het werkt niet, dan weer een tijd loslaten, dan weer niet tevreden zijn en weer opnieuw beginnen.
Als kind had Annemiek totaal niet door dat haar verlangen naar meer geen honger was. Ze had echt geen idee wat daar gebeurde. Ze dacht alleen: dit is blijkbaar hoe ik ben. Ik vind dit blijkbaar zo lekker dat het me de hele tijd roept. Ze was totaal niet bezig met wel of geen honger hebben, of waarom dat gevoel er dan zou kunnen zijn.
Annemiek heeft wat groeispurten gehad. In de eerste twee klassen van de middelbare school was ze best wel zwaar, maar niet heel problematisch. Toen groeide ze een beetje, werd wat sportiever en kwam goed door haar middelbare school heen. Ze zat altijd lekker in haar vel en was altijd vrolijk.
Toen ging ze studeren en woonde in een huis met allemaal meiden in een leuke studentenstad. Ze aten en dronken heel veel en waren allemaal heel zwaar. Ze hebben een hele mooie tijd gehad en een beetje grenzeloos geleefd. Als ze die foto’s van toen ziet, denkt ze wel dat ze toen waarschijnlijk wel een beetje zwaar was. Ze stond toen nooit op een weegschaal en ze waren nooit met het gewicht bezig.
Toen Annemiek ging werken en het leven wat gestructureerder werd, ging ze sporten en kreeg ze een goed gewicht. Niet heel dun, maar ook niet heel erg overweight. Maar toen begon de strijd. Ze voelde dat ze heel erg haar best ervoor moest doen om niet steeds zwaarder te worden, omdat ze altijd zin had in eten.
Vanaf haar 24ste, 25ste begon het gevoel dat ze de hele dag nee tegen zichzelf aan het zeggen was. Want ze wilde van alles, maar het mocht niet van zichzelf. Dan word je maar zwaarder en zwaarder. En toch ging het heel gestaag steeds een beetje de verkeerde kant op.
Annemiek kwam een keer terug van vakantie met haar vriend en zag foto’s waarvan ze dacht: ik vind mezelf eigenlijk niet zo leuk op die foto’s. Voor het eerst dacht ze: ik vind mijn eigen lijf nu echt niet mooi meer. Toen vertelde haar zusje ook dat ze wilde gaan trouwen later dat jaar. Dat was dan een mooie stok achter de deur om nu echt even haar best te gaan doen.
Ze volgde een programma waarbij je gaat uitrekenen voor hoeveel je sport, hoeveel je weegt, hoeveel je wil afvallen. Dan krijg je eetschema’s, dan moet je dingen gaan afwegen en op vaste momenten een uitgekauwd schema eten. Dat vond ze ergens best wel leuk, want het was lekker concreet en je kan er je best voor doen. En daar ging ze altijd lekker van aan. Ze is goed in dat “goed doen”.
In een half jaar vloog er een kilo of 7, 8 af. Ze was toen op een gewicht waarvan ze dacht: heel fijn. En op het moment dat de weegschaal dat getal aantikte, liet ze het los. Ze is lekkere gezonde recepten die ze toen uit het programma heeft gehaald, blijven eten. Maar in die jaren daarna dacht ze: verdikke me, ik loop altijd met bakjes met groenten en ik eet hartstikke gezond, veel gezonder dan allemaal mensen om me heen. En toch kwam er ieder jaar weer een kilo aan.
Anderhalf jaar geleden was ze weer op het punt dat ze dacht: nou ben ik daar weer. Mijn kleding zit wat te strak, ik vind mijn lijf wat minder mooi en ik doe maar zo mijn best, maar er gaat iets niet goed. Dat was echt het punt dat ze er klaar mee was. Alles in haar zei: dat schema met dat eten, daar is echt niets in mij wat dat nog wil. Want dat voelt gekunsteld. Ze had zelf door dat dat niet is hoe je je leven kan leiden, dat je dat voor altijd zou moeten blijven doen om dat gewicht te houden. Daar werd ze echt misselijk van.
Wat interessant is aan Annemiek’s studententijd met die meiden en dat hedonistische leven: ze had daar geen last van een schoonheidsideaal. Ze had een fijne relatie met haar lijf en was gewoon niet op haar uiterlijk gefocust. Later sloeg dat om en kwam ze op een punt dat ze dacht: nou vind ik het niet mooi meer.
In die studententijd was het een heel los leven waarvan je denkt: dit is tijdelijk. Ze zaten met iedereen in datzelfde leven van netjes studeren en daarnaast was het echt een soort work hard, play hard. Het was een heerlijke tijd en iedereen had dat een beetje. Iedereen was heel los met eten en drinken. Er kwam echt gewoon altijd een hele bak met M&M’s en zakken met mini-mars op tafel na het eten. Dat was gewoon normaal, dagelijks.
Al die meiden kwamen bij hen binnen met een middelbare schoollijf en hadden binnen een jaar een studentenlijf. Dat vonden ze allemaal helemaal normaal. Los van de cultuur buiten dat hele gebeuren, die natuurlijk altijd zegt dat dunner mooier is, maakte het in hun bubbeltje allemaal niet uit.
Op het moment dat je daar dan uit gaat en een soort van het echte leven gaat beginnen, met een serieuze baan, dan denk je: dat was even vlieren fluiten, dat was allemaal los en dat was dat lekkere bubbeltje waarin het allemaal niet uitmaakte. Daarna ging Annemiek eraan werken omdat de boodschap voor haarzelf misschien was: nu moet je dat toch anders gaan doen, nu moet je je best doen.
Dat is zo fascinerend. Dan zie je de kracht van cultuur. Die cultuur die je met elkaar draagt zegt: hé, dit is onze studententijd. En in je studententijd is het de bedoeling dat je die tentamens haalt. Dus je vraagt hier veel van jezelf. Daarbuiten mag je dan ook je hart laten spelen. En dat doen we allemaal. En dat is onze morele afspraak, ons kompas van: dit is hoe we het doen. Work hard, play hard.
Niemand die daar vervelende vragen of confronterende dingen over zegt. Dit is ons doel. Daarbuiten kwam er ineens een ander setje regels wat actief werd en wat zei: ja, je jaren van vlierenfluiten zijn nu voorbij. Nu neem je verantwoordelijkheid voor je volwassen leven en een onderdeel daarvan is je zelfzorg. Ook gezonder leven hoort bij. Alsof je dan dus niet meer overgewicht mag hebben of je niet zo mag laten gaan.
De manier om die verantwoordelijkheid te pakken, was het volgen van dat afwegen en de menu’s en via restrictie een plan van aanpak in combinatie met sporten. Maar dat kwam heel veel jaar later. In die tussentijden worstelde Annemiek vooral zelf heel erg met niet een tweede keer opscheppen, niet taart nemen bij de koffie als er op werk taart is. Iedere avond zin in chocola, maar doe dat nou niet, doe dat nou niet. En dan iedere keer ook wel teleurgesteld zijn als je het dan natuurlijk gewoon toch weer doet.
Daar zijn wel echt veel jaren van een beetje worstelen met jezelf, maar ook niet echt weten hoe je daar richting aan wilde geven. Ze had dus nooit echt zin om een dieet op te pakken, tot dat moment van die vakantie. Daarvoor heeft ze vijf tot zeven jaar gewoon maar wat gedaan en een beetje gebaald van hoe ze alles deed, maar ook niet echt geweten hoe ze het anders moet doen.
Die genotzucht die er als klein meisje, als kind al in zat, heeft Annemiek in haar studententijd gewoon uitgeleefd in een bubbel, in een cultuur waarin iedereen dat deed. Daarna had ze een nieuw setje leefregels voor zichzelf en dat betekende verantwoordelijkheid nemen. Zelfzorg zag er dan uit als gezond leven, sporten, gezonder eten. Maar die genotzucht zat daar nog steeds.
In de jaren voordat ze met dat dieet begon, probeerde ze gewoon alleen die genotzucht te negeren, te vermijden, te onderdrukken. Dat was met wisselend succes, maar uiteindelijk werd ze steeds zwaarder met het onderdrukken van genotzucht. Toen heeft ze er echt een plan van aanpak met restrictie op losgelaten. Toen ging het overgewicht eraf en controleerde ze haar gedrag. Maar dat gewicht kwam daarna met het loslaten van de restrictie, omdat ze zag: dit is niet hoe ik oud wil worden, met wegen en tellen en met bakjes groen te lopen. Oud worden met een project.
Toen ging Annemiek zoeken naar op een gezondere manier eten. Ze dacht: ik eet hartstikke gezond, maar toch word ik steeds zwaarder, wat eet ik misschien de verkeerde dingen voor mijn lijf. Doe ik iets niet goed? Ze wist niet wat dat was, maar toen dook ze daarin en kwam online via een kookboek bij de mentale kant van eten uit.
Toen Annemiek voor het eerst iets las over de mentale kant van eten, ging echt meteen een lampje aan. Ze dacht: hier zit mijn issue. Dat was echt een soort van bliksemschicht. Ze dacht: dit gaat over mij en waar ik iets mee kan. Hier zit het voor mij. Want ze had gewoon netjes een havermout ’s ochtends, boterhammen met altijd groentetjes mee, en ’s avonds altijd maar één keer opscheppen. Ze sportte hartstikke veel.
Het ging erom dat dat eten zo steeds aan haar trok. Toen kwam ze bij een podcast uit en begon vorig voorjaar daarnaar te luisteren. Ze was eerst eigenlijk helemaal geen fan van podcast luisteren überhaupt, maar ze vond het gewoon boeiend en dacht: ik kan hier iets mee. Ze is daar al wat dingen uit gaan toepassen, maar had ook heel veel zin om even in het programma te stappen en dat heeft ze toen in september vorig jaar gedaan. En dan gaat een grote verandering beginnen.
Het was voor Annemiek echt een soort een trap die je oploopt met ongelijke treden. Je gaat dan een trapje omhoog als je iets hebt opgelost, dan sta je even op een plateautje kort of lang, dan loop je weer iets nieuws tegenaan, dan maak je nog weer een nieuwe vaardigheid aan of dan ontdek je weer iets waarmee je aan de slag wil. Zo gaat dat dan verder.
Het begon bij haar heel erg met het echt toepassen van de hongerbalans. Dat vond ze echt een ontzettende eye-opener. Ze at ’s ochtends altijd eerst yoghurt met fruit en later werd dat in de winter havermout met fruit. Ze had altijd de overtuiging dat ze echt moest eten, want anders zou ze de hele ochtend flauwvallen. Dat kon ze dan niet hebben op haar werk en zou ze heel akelig worden van honger. Daar kon ze allemaal helemaal niet tegen.
Toen ging Annemiek op een goede dag gewoon het experiment aan om ’s ochtends niet te gaan ontbijten en gewoon te kijken: voel ik nou honger of niet? Wat gebeurt er als ik nu gewoon ga kijken hoe mijn lijf zich laat horen? Die hongerprikkel kwam echt veel later dan ze dacht.
Zoals je ook vertelt in het programma: als je pas eet wanneer je honger hebt, dan kan je ook voelen wanneer je verzadigd bent. Annemiek had echt nog nooit met haar verzadiging gewerkt. Echt nog nooit, zolang ze zich kan herinneren. Ze had ook altijd de overtuiging dat ze een soort onverzadigbaar persoon met een grote maag was. Ze had nooit bedacht om gewoon te stoppen met het eten van iets wat lekker is.
Ook al is het gezond, dat zat al een beetje in haar hoofd, want een schaaltje havermout met fruit is helemaal niet ongezond. Maar ze had gewoon veel te veel. Ze had gewoon geen idee waar haar lijf vol van was.
Annemiek’s eerste stap was echt: hé, ik hoef ’s ochtends niet per se te ontbijten en als ik dat doe en ik wacht op wanneer mijn lijf honger krijgt, dan gebeurt er eigenlijk niets raars. Ze kan prima op haar richtingsgevoel van haar honger eten. Dan kom je erachter dat je dus veel minder nodig hebt dan je denkt, ook als je wil sporten, ook als je best wel fysiek werk hebt. Dus dat was een onwijs mooie ontdekking. En toen begon ze ook echt heel hard af te vallen.
Annemiek is arts. Ze staat regelmatig heel lang aan een behandeltafel en doet heel geconcentreerd werk en soms ook ’s nachts. Waardoor ze overdag dan ook wel vaak moe is als de nachtrust ontbreekt. Het is heel leuk werk, maar ook heel intensief waarbij je niet op vaste momenten pauzes hebt. Dat was ook iets waardoor ze heel erg bang was om niet te gaan ontbijten.
Ze dacht: als er net een spoedgeval komt als mijn pauze gepland staat, dan krijg ik misschien wel honger. En dat vond ze echt een heel naar idee. Daardoor kwam ze er dus achter, doordat ze met die hongerbalans ging experimenteren, dat ze dus heel bang was om honger te hebben. Ze dacht echt dat ze daar helemaal niet op kon functioneren.
Dat bleek dus heel erg mee te vallen. Als dat dan ook een keer gebeurt, dan voel je dat die honger opkomt en dan gaat dat ook weer weg. Dan vergaat de wereld helemaal niet. Je kan gewoon je werk blijven doen, je kan gewoon je dingen blijven doen. Ze merkte daardoor dat ze eigenlijk dus heel veel jaren altijd haar honger vooruit heeft gegeven. En ze wilde honger niet laten komen.
Ze was het altijd voor met die bakjes met wortels, met een boterhammetje, met een mueslireepje en met een banaan, altijd zorgen dat ze die honger maar niet zou kunnen krijgen. Dat werken met die honger en dat het geen ramp is en dat je daardoor dan ook uiteindelijk minder eet omdat je weer verzadiging kan voelen, dat was voor haar echt een heel groot verschil.
Het effect van het voelen van die honger en verzadiging en daarmee gaan samenwerken was dat Annemiek echt heel makkelijk ging afvallen. Terwijl ze voor haar gevoel niets aan het laten was. Want ze at en eet nog steeds een chocolaatje bij de thee of koffie ’s avonds. Ze hebben op werk altijd heel veel traktaties. En als er iets is wat echt een tien is, dan neemt ze dat ook gewoon nog steeds als ze er zin in hebt. Maar ze begon daardoor af te vallen. En dat ging echt heel erg snel. Daar was ze helemaal verbaasd over.
Ze eet nog steeds gewoon hele lekkere dingen. Gezonde dingen, ongezonde dingen. Maar ze eet vooral als ze honger heeft.
De tweede stap die je dan gaat zetten, is opletten wat je nou wil als je wil eten. Als je dus geen honger hebt. Wat komt het eten je dan brengen wat je nu wil? Wat ben je nu aan het verdoezelen? Want dat werd toen ook al best wel duidelijk. Als je gaat samenwerken met je maagvol en er komt op andere momenten trek naar boven.
Annemiek was toen ook al bezig met het gedachtenwerk doen. Ze werd toen al iets vaardiger in het kijken naar haar eigen gedrag en haar eigen gedachten. Als je veel van de podcasts en coachings hoort, dan gaat dat een beetje dat kwartje vallen van hoe dat gaat. Ze werd er toen wat vaardiger in om dus afstand te nemen van haar eigen gedrag en gedachten. Toen kon ze dus ook gaan zien wat er in haar omging op het moment dat ze om andere redenen wilde gaan eten.
Dat is natuurlijk ook een heel groot kwartje wat dan valt. Want dan wordt dus duidelijk dat het om hele andere redenen is. Annemiek vond zichzelf nooit een emotie-eter, maar toen ze het ging observeren, kwam het er echt heel duidelijk uit dat ze om heel veel redenen wilde eten.
Vermoeidheid is daarin een hele grote. Annemiek gaat vaak eten dan echt als oppepper. Uitstelgedrag, geen zin hebben in een klusje, verveling. Als ze alleen thuis is en ze weet even niet waar ze zichzelf moet laten. Ze kan zichzelf hartstikke goed vermaken, maar ze merkt dat ze ook best wel een soort van onrust dan kan hebben. En dat gaat echt altijd gepaard met: dan heb ik nu al even weer zin in iets lekkers. Ze merkt veel meer nu van dingen die er in haar binnenwereld omgaan. En dat eten, dat heeft daar echt een beetje een signaalfunctie in gekregen.
De clichébeelden van emotie-eten waardoor Annemiek dacht dat ze dat niet deed, waren bijvoorbeeld Bridget Jones huilend op de bank met een grote bak chocoladeijs die in een keer opgaat. Of mensen die echt zo’n binge hebben waarbij er allerlei dingen door elkaar gegeten worden uit boosheid, frustratie, verdriet. Dat had ze allemaal nooit gehad.
Het ging juist om de meer alledaagse ongemakken die bij haar tot trek in eten leiden. Dat hele grote gedoe had ze gelukkig niet in haar leven. Het is meer gewoon het alledaagse waarin ze zag: oh maar dit doe ik allemaal. En dat had ze echt nooit in de gaten gehad totdat ze het programma ging volgen. Ze had er totaal niet door dat dat eten daar iets voor haar aan het fiksen was of iets aan het verdoezelen was.
Voor Annemiek helpt het al heel erg om het te zien en om dan tegen zichzelf te zeggen: oh kijk, daar is dat stemmetje weer. Natuurlijk heb je nu trek. Want als je er even bij stilstaat, dan merk je dat je zenuwachtig bent ergens voor, ook voor leuke dingen. Of dit is een vermoeiend moment, je bent nu moe en je moet nog iets gaan doen, dus dit is inderdaad je oude gedrag, omdat je jezelf wilt oppeppen. Het helpt al om dat te zien en dan dat tegen jezelf te zeggen.
Dat gaat natuurlijk helemaal niet altijd perfect meteen vanaf het begin. Je hoeft dan ook helemaal nooit meer toe te geven aan die trek. Maar ze werd er wel steeds beter in om dat te zien voor wat het is.
Wat haar heel erg heeft geholpen was dat er op een gegeven moment een workshop was over je toekomstige zelf. Toen kwam ze bij een vraag uit van: wat heeft je toekomstige zelf voor oplossing bedacht voor bijvoorbeeld het voelen van zo’n craving? Toen was haar antwoord dat zij het luchtig heeft gemaakt, dat zij het niet meer als een probleem ziet.
Daardoor kan ze er sindsdien gewoon echt met een luchtigheid naar kijken, waar ze het eerder echt als een soort probleem van zichzelf ervaarde en zichzelf ook echt zielig vond. Ze dacht: oh jeetje, Annemiek, wat is het raar voor je dat jij hier je leven lang mee zal moeten worstelen. Dat je je leven lang moeite moet doen om op gewicht te blijven. Dat je altijd zin hebt in iets lekkers en daar de hele dag tegen moet zeggen voor jezelf. Ze vond dat zielig. Er zat een hele dikke bak zelfmedelijden bij en ze vond dat een probleem.
Het is gewoon hoe mijn brein is. En ze weet nu dat er een manier is om ermee om te gaan. Het zal nooit helemaal weggaan, maar ze vindt het niet zwaar meer. Ze vindt het niet beladen meer. Ze kan er een beetje om lachen. En soms geeft ze er wel aan toe. Dan kan ze ook denken: ja nou ja, prima. Nu ben ik echt heel moe of nu is er echt iets heel erg lekkers wat ik de moeite waard vind. Maar het is geen probleem als ze het dan doet.
Ze is nu ook al heel lang op een stabiel gewicht waardoor ze ook weet dat de manier waarop ze het nu doet voor haar werkt en dat voelt zo ontspannen. Het is luchtig geworden, het eten is niet meer beladen.
Dat is zo mooi wat Annemiek beschrijft omdat het laat zien dat een sensatie zoals genotzucht op z’n minst een ongemak is. En als het helemaal is opgeblazen, op z’n grootste is, dan is het een heel intens naar gevoel van eten wat aan je trekt. Zodanig aan je trekt dat je gewoon niet weet waar je het zoeken moet.
Er is een verschil tussen die sensatie, de beleving van genotzucht en de betekenis die je eraan geeft. Zolang het voor Annemiek nog de betekenis had van “oh dit blijft de rest van mijn leven, dit is zo zielig voor mij”, voelde ze zich ergens een slachtoffer daarvan. Als het er was, moest je het maar ondergaan, laten gaan, of was het alternatief: ga er het gevecht mee aan, zet alles op alles.
Nu ontdekte ze een derde weg, waar je niet toegeeft aan dat verlangen zodat het zich oplost, en ook niet er het gevecht mee aangaat. De derde weg die ze ontdekte, was er een andere betekenis aangeven die het luchtiger maakte.
Door die andere betekenis nam de intensiteit van die sensatie onmiddellijk af. Er zaten daar gedachten omheen. Een hele belangrijke daarin was: dat is sterker dan ik. Het kwam helemaal niet in haar op dat ze daar een keertje niet aan toe zou hoeven geven. Ze had echt het gevoel dat dat een soort macht over haar had. En ze vond dat ook zwak van zichzelf, niet netjes of niet sterk, dat ze daar eigenlijk bijna altijd wel gewoon aan toe gaf.
Op het moment dat je het dus niet meer zo groot en beladen maakt, maar gewoon van “nou ja, daar wil je zitten en het is niet boeiend”, dan gaat het ook zo snel weer weg. Het is bizar. Het komt nog wel op, absoluut. Annemiek heeft geen idee hoe zich dat in de verre toekomst gaat ontwikkelen of het dan uiteindelijk steeds meer uit zal doven of niet. Maar zoals het nu is, denkt ze gewoon: oh ja, dit is zo’n moment dat het opkomt.
Annemiek liep gisteren door de stad en was zenuwachtig voor een event wat ze met een paar vriendinnen had georganiseerd. Ze liep langs allemaal marktkramen en allemaal lekkere bakkers. Ze dacht: oh ik heb zin om een croissantje of een hele grote lekkere chocoladekoek te gaan halen.
Toen dacht ze: wat is hier nou eigenlijk aan de hand? Oh, je bent gewoon zenuwachtig. Ja, je bent gewoon zenuwachtig en dat is logisch. Het is een groot evenement, daar heb je veel tijd in gestopt en het is oké. Het gaat er helemaal niet over eten. Het gaat over zenuwen en dat is oké. En toen ging ze weer verder met haar dag. Het is gewoon echt geen issue meer.
Het mooie is dat die andere betekenis geven ook heel erg werkt met vermoeidheid. Annemiek had ook altijd heel veel last van haar vermoeidheid als ze bijvoorbeeld ’s nachts had gewerkt. Ook zelfmedelijden daarover, van: jeetje nou, het is wel een leuke baan, maar goh hé, dit is wel echt wel zielig voor je dat je nou een uur weinig hebt geslapen.
Er was een keer een podcast of coaching over worstelen met slaapproblemen en er op een gegeven moment voor kiezen om die vermoeidheid meer te zien als een soort mellow staat van zijn. Dat landde ook even bij Annemiek. Ze dacht: hier ga ik ook gewoon het experiment mee aan. Dus toen ging ze daar ook echt over schrijven. Ze schrijft heel veel in de ochtend.
Ze ging daar echt over schrijven van: nou ja, ik ben nu moe, ik heb het koud. Mijn maag reageert ook altijd een beetje, ik heb zo’n licht misselijk gevoel als ik heel weinig heb geslapen. Maar ze ging echt bedenken van: misschien kan ik dit beschouwen als niet een probleem, maar gewoon als wat mijn staat van zijn vandaag is. Ze vond dat woord mellow wel goed gekozen. Ze dacht: ik ga proberen om daar gewoon mellow in te zijn en er niet tegen te vechten en er niet van te balen en vooral zichzelf ook niet zielig om te vinden. En dat kan dus, dat lukt dus en dat werkt.
Annemiek merkt dat ze door op die manier naar dat soort dagen te kijken en heel erg de gedachte dus anders te kiezen over wat je dan denkt en voelt, en dat voelt ook heel oprecht, dat daar echt een soort veel zachtere energie gekomen is. Ze merkt dat je daar vanuit eigenlijk dus heel sterk bent, want die dagen werken zijn dan eigenlijk helemaal geen probleem. Het zijn niet haar beste dagen, maar het is ook niet echt een probleem.
Ze checkt dan ’s ochtends even in bij zichzelf van: nou oké, ja, je bent een beetje moe, dan heb je het ook altijd een beetje koud. Die spreekkamers zijn ook vaak net een beetje koud. Wat kan je dan helpen vandaag? Weet je wat? Ik doe lekker een thermoshirt onder mijn trui aan vandaag. En dan is dat deel in ieder geval lekker gecoverd voor zichzelf.
Zo kon ze echt voor zichzelf fijnere dagen maken door gewoon een hele zachte gedachte te kiezen en goed voor zichzelf te zorgen. Ook op dat soort dagen dan denken van: nou, ik neem wel gewoon mijn soepje weer mee. Ik ga er wel tijd voor maken om een lekkere soep mee te nemen. Niet vervallen in junkfood eten op zo’n dag, wat ze op zo’n dag heel erg zou doen uit zelfmedelijden en uit een soort ongezonde weinig-slapentrek, met zo’n katerig gevoel. Maar dat doe je dan dus ook niet als je ervoor kiest om dan toch gewoon normaal goed voor jezelf te zorgen op zo’n dag. En uiteindelijk is er dan niets aan de hand. Dus dat scheelt echt in hoe ze haar dagen beleeft.
Dit is zulk hoopvol nieuws voor mensen met nacht
Continue
08:40
diensten, verloskundigen en vliegend personeel en vrachtwagenchauffeurs en al die beroepen waarbij je soms door tijdzones reist of inderdaad je bioritme verstoord raakt. Wat Annemiek heel mooi uit elkaar haalt: er is de sensatie, er is de betekenis die je eraan geeft en dan de praktische stappen om jezelf daarin op te vangen. Het is niet een beste dag, maar het hoeft ook geen dag te zijn waarin je dan de hele dag overeet en jezelf met suiker overheen haalt.
Want dat deed Annemiek. Als er dan zo’n ontregeling was doordat dat ritme van haar dag helemaal op zijn kop stond, dan ving ze dat helemaal op met eten en dan mocht ze dat ook van zichzelf. Want het was natuurlijk allemaal zielig.
Annemiek had iets geschreven over haar droomgetal. Vijf kilo onder haar droomgetal. Dat is waar ze op uitkwam. Het droomgetal was: als ik echt helemaal kan krijgen wat ik wil, dan is het dit. En dan nog vijf kilo eronder. Maar ze schreef er ook direct achteraan: en nu weet ik, daar gaat het niet over.
Annemiek heeft niet een heftig dieetverleden, maar wat er vaak om een droomgetal heen hangt is: eerst dit lukt mij nooit, dan is er: ik geloof dat het toch echt gaat gebeuren. Het is gebeurd, hoe houd ik het nu vast? Too good to be true. Er kan ineens een soort van drama zich omheen gaan afspelen, wat dan een moddel is, een obstakel wordt in het ontspannen in de ervaring zelf.
Annemiek heeft dat zeker ervaren toen ze dat eetschema-achtige dieet deed. Toen ze haar streefgewicht bereikte, heeft ze daar volledig van gedacht: oh jee en nu moet ik het vasthouden en dit is too good to be true. Nou ja, toen werd het ook een soort zelfvervullende progressie, want toen ging het ook weer heel langzaam de andere kant op met haar gewicht.
Maar nu, omdat het zo ontzettend rustig en gestaag ging en het zo niet als een dieet heeft gevoeld dat ze het afgelopen jaar heeft gedaan, daardoor vond ze het ook helemaal niet zo heel spannend. Toen ze het bereikte dacht ze wel: oh jeetje, nou, oh, dit gaat heel goed en ik ben benieuwd. Ze had eigenlijk toen al een beetje meer het gevoel van: ik ben benieuwd wat er dan nog meer kan, want haar getal was 65 kilo. Toen kwam ze daar dus vrij makkelijk en toen ging er gestaag zo steeds weer een beetje meer vanaf.
Daar voelde ze zich ook wel prettig bij, maar wat voor haar eigenlijk al niet eens meer heel belangrijk was, omdat ze aan alles merkte dat ze gewoon de relatie die ze nu met dat eten zo, met het hongergevoel, dat zat gewoon helemaal goed. Dat klopt gewoon voor haar. En vooral dat ze merkte dat ze zoveel meer rust in haar hoofd had, dat ze minder drama had in haar dagen. Ze dacht: nou ja, het maakt me niet zoveel uit waar ik uitkom. Zoals het nu is, is het gewoon goed.
In die tijd ging de batterij van de weegschaal leeg. Annemiek heeft bewust toen even niet een nieuwe erin gestopt. Ze dacht: nou weet je, het gaat, ik merk gewoon dat het niet meer om dat getal gaat. Dus toen heeft ze dat even losgelaten.
Maar waar ze toen weer een paar maanden verder wel een beetje dacht: ja, ik heb nu wel een beetje behoefte aan feedback. Of ik nu, hoe ik het nu doe, of dat voor mij nu inderdaad zorgt dat ik stabiel blijf, of misschien toch weer wat aankom of toch weer wat afval. Ze had meer behoefte aan een soort biofeedback van wat haar lijf nu aan het doen was.
Toen heeft ze uiteindelijk dus wel weer een nieuwe batterij in die weegschaal gestopt en toen ging ze erop staan. Toen was ze nog weer anderhalf kilo lichter bijna dan wat ze dacht dat ze zou zijn, terwijl ze echt niets meer liet voor haar gevoel. Dus dat vond ze echt een mega aha-ervaring.
Annemiek heeft het wel een beetje op een andere manier gehad dan die ervaring met het getal op de weegschaal. Ze is nu echt zo’n stuk kleiner geworden in haar kledingmaten, dat haar hele kledingkast niet meer past. Ze was heel veel dingen aan het verkopen online en nieuwe dingen voor terug aan het kopen die dus wel passen.
Op een gegeven moment dacht ze wel van: ja, maar nu moet je dus wel hier blijven, want anders heb je een garderobe die goed was weggedaan en heb je een hele nieuwe in de kast liggen die niet over twee jaar weer te klein moet zijn. Dus daar vond ze het wel spannend. Toen ging ze daarover nadenken en schrijven.
Toen kwam ze er eigenlijk op uit dat ze niet kon voorspellen of ze voor altijd deze kledingmaat zou blijven hebben. Maar ze dacht bij zichzelf: als er nog een tijd komt dat ik misschien toch zwaarder ben, dan viel er blijkbaar nog iets te leren en dan is dat ook niet erg. Dan duurt dit hele proces langer en dan komen er misschien nog wat meer kledingmaten in mijn kast. Maar dan is dat de weg, die blijkbaar voor mij de weg is.
Zoals vaak gezegd wordt in coachings: je bent precies op de plek waar je moet zijn. Als je dat kan zien of die overtuiging kan voelen, dan zit je eigenlijk altijd goed. Dat gelooft Annemiek ook echt. Ze dacht: ik zal er heus van kunnen balen als ik merk dat die kleding die ik nu allemaal heel leuk voor mezelf heb gekocht, niet meer past. Ik geloof niet echt dat dat zo gaat zijn, maar stel nou dat het zo gebeurt, dan zal er een aanleiding voor zijn geweest en dan zal ik weer leeringen eruit trekken, want ik weet nu hoe dat moet. Dus daar had ze ook wel weer rust over heel snel.
Het grappige is: als je die rust dan weer hebt, dan denk je: oh, ik heb me daar nou druk over gemaakt. Dat is eigenlijk best wel een onnodig stemmetje wat daarover begon.
Dat laat die moraal zien van wat we als kind leren. Je krijgt een cadeautje, maar dan moet je het ook wel gebruiken. Anders is het zonde geweest. We leren als kind dat de investeringen die in ons worden gedaan, dat we daarin dan ook iets moeten leveren voor onszelf. Dat maken we ook mee met dat wisselen van die garderobes, daar zit ook die les daaronder. Want anders is het weggegooid geld.
Het is mooi dat Annemiek dit vertelt, want het laat zien dat inderdaad het verhaal is wat dan voor de ontregeling met eten zorgt. Wat zij zo goed heeft geleerd is om die gedachte te kunnen vangen en de signaalfunctie te kunnen herleiden naar de spanning met eten, te kunnen herleiden naar de gedachte die erboven hangt die zegt: ik reken nu op je, je mag nu niet meer aankomen. Dan voelen we een prestatiedruk.
Het verschil met een dieet is dat een dieet gericht is op presteren. Etenslessen is gericht op ontwikkelen. Het ontwikkelen van je relatie met eten laat ruimte voor de dingen die je daarin tegenkomt. Bij een dieet heb je het dan die dag verpest en moet je gewoon de volgende dag harder je best doen, je leven beteren.
In Etenslessen zeggen we: oh je komt een nieuw vaardigheidsniveau tegen en daar zit iets interessants in. Wat Annemiek nu zegt is: ik kwam aan mijn eigen kant staan zodra ik zag: als dat gebeurt, als ik aankom, dan kom ik daar dus blijkbaar iets tegen. Een nieuw vaardigheidsniveau. Dan speelt er iets in mijn leven wat ik nog niet eerder heb meegemaakt. Een combinatie van omstandigheden die ik nog niet eerder ben tegengekomen.
Mijn reactie daarop is een verlangen naar overeten waar ik op dat moment even niet van terugheb. De kunst is om dan aan te sluiten en nieuwsgierig te worden, zodat ook die ontwikkeling dan doorgemaakt kan worden. Maar met het herkennen en je positioneren daarin als leerling daarvan, aan je eigen kant staan en zeggen hey dan support ik je, was de spanning weg, de prestatiedruk.
Het geeft ook echt inderdaad vertrouwen dat Annemiek oprecht denkt dat het zo zal gaan, omdat ze het nu door de tijd heen op zoveel verschillende grote en kleine punten heeft gemerkt dat het zo werkt. Dit klopt gewoon. Ik kan dit. Ik ben dit nu vaardig. Daardoor twijfelt ze er niet aan dat het dan ook weer op te lossen zal zijn of dat ze daar die lering inderdaad uit gaat halen.
Op zoveel kleine dingen en grotere dingen heeft ze gezien dat ze dat kan. Dat het inderdaad een vaardigheid is die je kan leren. En ze is er nu van overtuigd dat ze die vaardigheid heeft. Dus dat geeft heel veel rust, geeft heel veel vertrouwen.
Dan komt er een vraag die misschien helemaal niet wordt verwacht, maar als je als kind last had van genotzucht, dan kunnen we misschien, en Annemiek zeker als arts, kijken naar het neurologische profiel. Als je een neurologisch profiel hebt wat erg gevoelig op suikers reageert, dan mag je inderdaad verwachten dat je als kind meer bezig was met een baashaas of een stukje taart of een bakje chips dan een ander kind. Vermoedt ze nu achteraf dat daar ook wat emotie-eten doorheen heeft gezeten?
Ja, nu ze daar naar terug is gaan kijken, denkt ze het wel. Ze heeft een hele normale fijne jeugd gehad. Ze was voor zichzelf altijd wel de persoon in het gezin met wie het altijd goed ging. Altijd vrolijk en het ging altijd goed op school. Altijd wel gewoon een brave meisje die deed wat allemaal netjes was. Haar zussen hebben veel meer gepuberd.
Haar ouders zijn op een gegeven moment uit elkaar gegaan en dat is allemaal niet heel rampzalig geweest, maar het brengt natuurlijk wel veel emotie met zich mee. Annemiek vond toen voor zichzelf en naar anderen dat mensen nooit last van haar mochten hebben. Dus dat ziet ze nu ook wel, dat ze waarschijnlijk wel misschien vaker op haar tenen heeft gelopen dan ze heeft willen laten zien of heeft willen beseffen, maar ook het gevoel dat ze negatieve emoties niet kon laten zien of mocht laten zien van zichzelf.
Daar heeft ze ook nog steeds wel een appeltje mee te schillen, maar dat is waar ze weer aan verder wil werken. Ze merkt heel erg dat ze met negatieve emoties totaal niet uit de voeten kan. Bij zichzelf niet, maar ook bij anderen vindt ze dat ingewikkeld. Ze is meer echt van de zonnige kant van het leven. Maar dat vindt ze nu dus een leuke uitdaging. Nu ze het veel beter kan zien en herkennen door dus echt die signaalfunctie van dat eten, wil ze daar beter in worden en ziet ze dat ze daar af en toe een rol speelt.
Zo mooi, want daarmee kunnen we ook met andere ogen naar onze kinderen kijken en kunnen zien dat er meerdere laagjes zitten in overeten. Het is niet alleen maar: haal dan de smarties en de chips niet in huis, focus je op gezonde voeding en gezonde gewoontes voor je kind. Eten en die relatie die we met eten hebben, die is aanvankelijk onbewust als kind. Later, naarmate je wordt gestimuleerd in bewustwording, ontdek je al die laagjes die erin zitten.
Dat moment wat Annemiek had met haar event, dat ze over die markt liep, kon ze die rol voor zichzelf vervullen, waarin ze ruimte bood om het niet aangepaste kind in zichzelf, die gewoon zenuwachtig is, op te vangen en te zeggen: je mag zenuwachtig zijn. Het is volkomen begrijpelijk dat je nu die croissantjes ruikt en denkt: ah, ik wil dat.
Dat is zo mooi van de ontwikkeling die ze doormaakt. Als de ingang eten is, dan is het natuurlijk prachtig als je zegt: ik zit nu vijf kilo onder het droomgetal en ik heb die vitaliteit die ik wilde. Ik ben hier zo blij mee. Maar het ware geschenk gaat hierover: die relatie met jezelf. Je hebt jezelf nog veel beter leren kennen.
Annemiek vindt het ook heel leuk dat ze, bijvoorbeeld bij haar werk met patiënten die ook heel veel overgewicht hebben, het in haar spreekkamer anders probeert te brengen. Als mensen vertellen over dat ze worstelen met hun gewicht of met hun zoveelste dieet, gooit ze een balletje op van: ga eens verdiepen in afvallen zonder dieet. Heb je wel eens bedacht of je eet als je geen honger hebt? Stop je wel eens als je verzadigd bent of eet je altijd je bord leeg?
Ze probeert ook een beetje de boodschap te verspreiden dat er wel een nieuwe blik op dit hele, ja, alles wat er aan eten en overgewicht kleefd, mogelijk is. Ze denkt echt dat dit een veel betere manier is om naar eten en het veel te vele eten en het ongezonde eten wat we doen te kijken dan maar een gewicht en maar jezelf dingen ontzeggen.
Want die restrictie, dat gelooft ze echt, dat werkt uiteindelijk voor helemaal niemand. Dat kan je niet volhouden, daar word je diep ongelukkig van. Dus ze probeert ook op die manier mensen om haar heen wat anders te coachen.
Annemiek merkt ook dat ze, doordat ze beter naar haar eigen gedachten kan kijken, ook mensen die ze opleidt inhoudelijk anders coacht. Ze is daar echt veel bewuster mee bezig met wat zeg ik tegen mensen, hoe gaat zo’n gesprek, wat zit erachter. Dus dat hele gedachtenwerk wat je bij jezelf doet, daar is ze ook iets bewuster van en in vertrek en contact met anderen vindt ze dat ook wel echt heel leuk.
Wat haar ook heeft geholpen is dat ze via Etenslessen een hele leuke buddy heeft opgeduikeld. Ze kreeg via het programma contact met een mede Etenslessen deelnemer. En ze sloegen heel erg aan op elkaars boodschappen en zaten heel erg op dezelfde golflengte. Ze gingen bellen en een keer afspreken en ze bellen heel vaak om hun ervaringen te delen.
Omdat ze dezelfde Etenslessen-taal spreken is het ook zo leuk en makkelijk om je ervaringen te delen. Ze heeft daarin ook echt een sparringpartner die helemaal begrijpt hoe dat gaat. Dat gaat ondertussen dus ook al lang niet meer over eten maar over allerlei andere dingen in het leven. Dat is misschien nog iets wat ze mensen zou willen aanraden: als je iemand kent in je omgeving met wie je dat hebt, praat erover. Je kan elkaar scherphouden, je kan veel van elkaar leren en het is leuk om je proces te delen. Dat heeft voor haar ook echt wel een hele grote toegevoegde waarde.
In dat hele gedoe rond eten is Annemiek een andere taal gaan spreken, een andere betekenis aan dingen gaan geven en dat is zo’n verschil. Zeker in de zorg, in haar positie in de zorg. Vaak wordt op de arts toch een zekere autoriteit geprojecteerd. Dat kan dan de kritische ouder zijn die je eigenlijk confronteert als volwassene.
Je staat op het punt om diabetes 2 te ontwikkelen of je hebt het al. Je kan dan de kritiek voelen van: je gezondheid is toch belangrijk voor je. Waarom doe je het dan niet gewoon? Zorg voor jezelf. Het internet staat vol met kennis over gezonde voeding.
Dan kan de arts, en zeker wat die arts zegt wordt dan natuurlijk uitvergroot, op dat moment gehoord, want je geïnternaliseerde schaamte, de oordelen die je al zelf over je eetgedrag hebt, die hoor je dan uitvergroot van de arts als je dat onbegrip tegenkomt dat veronderstelt dat het een kwestie is van je gezondheid gewoon belangrijk vinden. Als je je gezondheid nou maar belangrijk vindt dan is je zelfzorg geen probleem. Dan zou het geen probleem moeten zijn.
Door dit gesprek en het aanwijzen van die verschillende lagen die hierin zitten, is het mooi dat die boodschap niet wordt uitgedragen en dat Annemiek dat in haar vak ook niet doet.
Als laatste is het misschien nog mooi als Annemiek iets kan zeggen over haar biofeedback van de weegschaal. Het is mooi dat ze biofeedback noemt, dat ze zegt van: hé, ik heb nu tools geleerd en een manier geleerd om mijn gedrag aan te sturen. De paraplu binnen Etenslessen is een fijne relatie met eten, waarin je het resultaat krijgt, maar kan sturen op iets waarbij je zelfzorg voor jou klopt. Je omgang met suiker, de vitaliteit die je ervaart, maar ook die signaalfunctie van eten.
Als we kunnen zien dat een weegschaal alleen biofeedback geeft, wat zijn voor Annemiek de belangrijkste tools geweest in Etenslessen? De markers eigenlijk voor: dit zijn de dingen, dit zijn mijn markers van een fijne relatie met eten. Daar hangt het op, deze pijlers.
Met stip op één: luisteren naar je hongergevoel en verzadiging. Als eerste kwam bij Annemiek dus het pas eten als je honger hebt en het volgende stapje daarin was ook dan stoppen als je verzadigd bent. Ze is erachter gekomen dat ze prima kan stoppen met eten van iets wat ze lekker vindt. Haar avondeten vindt ze altijd hartstikke lekker, maar als ze verzadigd is kan ze er ook gewoon mee stoppen.
Ook al is het maar één of twee hapjes, als je dat dus een jaar lang doet, dan valt het gewicht eraf. Dat voelt ook wel heel apart. Maar echt de honger en verzadiging en daarnaar handelen.
Op plek twee heel duidelijk: het gedachtewerk gebruiken om te herkennen wat er in je omgaat. Om te zien wat je wil verdoezelen als er trek in eten aanklopt zonder dat je honger hebt. En daar dan met een beetje luchtigheid en humor naar kijken en het niet een issue maken. Die twee dingen zijn voor haar echt Etenslessen samengevat.
Annemiek bedankt voor het delen van je verhaal. Het is geweldig om te horen over alles wat je voor jezelf hebt ontwikkeld en wat er is ontstaan. Echt geweldig, heel fijn.
Annemiek bedankt natuurlijk ook, want ze is er ook ontzettend blij mee. Ze zit beter in haar vel, letterlijk en figuurlijk, maar vooral van binnen is er heel veel rust. En het komt van haar vel. Ze vond het ontzettend leuk om te doen met het hele Etenslessen-programma.
Vond je deze aflevering waardevol? Dan is het downloaden van het gratis e-boek Etenslessen dé volgende stap in het oplossen van je strijd met eten. In dit boek krijg je een aantal onmisbare inzichten, maar ook een aantal praktische stappen waarmee je afvalt zonder dieet. Als je meer wilt dan alleen theoretische kennis opdoen, gaat dit boek je daar zeker bij helpen. Ga naar de website en vraag daar jouw gratis e-boek aan. Je vindt deze via etenslessen.com.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.