Marit is vijftien kilo afgevallen en dat succes voelt nog kwetsbaar. Als je als kind veel bent gepest, vlieg je het liefst onder de radar en opmerkelijk gewichtsverlies voelt dan onveilig. Maar ze wil uit de schaduw komen van haar oude overlevingsmechanisme. Ze wil haar succes bevestigen en haar Etenslessen met je delen. Ze wil juist open zijn over haar verleden nu ze heeft ontdekt dat dit een grote vrijheid brengt. De kracht van schaamteloosheid herkennen we beide: als je niets te verbergen hebt, kan je ook nergens op betrapt worden.
De Etenslessen van Marit zijn helend en haar wijsheid gaat je helpen als je soms last hebt van donkere gedachten over jezelf. Ik ben onder de indruk van wie ze nu is en hoe ze alles aanpakte, om de stralende toekomst te bouwen waarin ze nu leeft. Luister naar aflevering 319: De Etenslessen van Marit. Ik dacht dat ik te beschadigd was.
Marit is 15 kilo afgevallen. Dat is veel. En dat succes voelt voor haar nog kwetsbaar. Als je als kind veel bent gepest, dan vlieg je het liefst onder de radar en opmerkelijk gewichtsverlies voelt dan onveilig. Je wilt niet opvallen. Niet in negatieve zin, maar ook niet in positieve zin, want wordt je succes je wel gegund?
Als je opmerkelijk veel gewicht verliest, dan verandert je sociale status binnen onze maatschappij. Het is een olifant in de kamer waar weinig over wordt gepraat, maar blijvend gewichtsverlies en opmerkelijk gewichtsverlies roept reacties op die niet altijd positief zijn in je vriendenkring, in je kring van collega’s of familie.
Marit en ik praten daarover, want ze wil uit de schaduw komen van haar oude overlevingsmechanisme. Ze wil haar succes voor zichzelf bevestigen en haar etenslessen met je delen. Ik vind het fantastisch dat ze dat doet, omdat ze daarmee zichzelf helpt om veiligheid te gaan vinden in haar succes.
Het is iets waar ik veel op coach, omdat mensen in mijn programma veel succes boeken en omdat het een aspect is van blijvend gewichtsverlies wat vaak wordt onderschat. Succesvol durven zijn, mogen zijn, is iets waar je draagvlak voor moet ontwikkelen en het gesprek wat we daarover voeren gaat je vandaag absoluut helpen.
De etenslessen van Marit zijn helend en wijs. En als je van ver komt en soms echt last kan hebben van donkere gedachten over jezelf en je omgang met eten, dan is deze les echt voor jou. Laat je inspireren. Geniet ervan.
“Het perfecte moment gaat nooit komen, want er zullen altijd dingen zijn in mijn leven die misschien nog niet helemaal op het punt zijn waar ik wil zijn. Ik voelde dit als zo’n krachtige bevestiging van, oh ja, ik mag in die succesidentiteit gaan stappen en voelen van wat ik heb geleerd, dat raak ik niet meer kwijt.”
Marit voelt dat balanceren. Ze is 15 kilo verloren en voelt dat het daar niet meer over gaat. Maar er is ook een angst: wat als ik dit verlies? Die twee bestaan naast elkaar.
Dit is precies hoe het werkt. Dit is precies wat ik je in het programma laat zien en waar ik je de tools voor aanreik. Tussen oud gedrag en nieuw gedrag zitten oude gedachten en nieuwe gedachten, die gaan daaraan vooraf.
Marit heeft heel duidelijk ingezet op het gebruiken van die tools, het naar je toe halen en heel bewust creëren waar je naar verlangt. Ze heeft het emotionele draagvlak ontwikkeld om het ongemak tussen beide te kunnen voelen en ontvangen. Dat is bodyfulness.
De drie pijlers waar Etenslessen over gaat: hoe je denkt, hoe je omgaat met wat je voelt en hoe je samenwerkt met je lichaam. Het hele stuk van aansluiten bij je hongerbalans en het verkleinen van impulsief verlangen naar eten. Die dopaminerespons. Dat is de eenvoud en de kracht van het programma.
Marit heeft heel veel ingezet op haar denken. Ze zet in op haar voelen en dat is eigenlijk waar we nu al midden in zitten in dat gesprek. Het was voor haar het besef: ik wil hierover praten omdat ik daarmee voor mezelf bevestig dat het veilig is om succesvol te zijn en dat ik de oude gedachte van twijfel naast mijn nieuwe zekerheid kan laten bestaan.
“Ik heb mezelf verwoven in een soort slachtoffermentaliteit, als het beschadigde meisje. Ik heb me altijd zo gevoeld en ik heb altijd gedacht: ik heb te veel meegemaakt om nog gelukkig te kunnen zijn.”
Toen Marit mijn boek las, dacht ze: er is nog iemand die dat zo heftig heeft ervaren. Ze was met alles aan het zoeken. Healings doen, naar dokter Julia, alles proberen vast te klappen. Maar ze probeerde zichzelf te veranderen zonder te voelen en te kijken wat er nou in haar omging. Dat is een belangrijk stuk geweest van waar ze nu staat.
Ik ben zo blij dat ze dit zegt. Ik schreef dat boek en stopte dat hoofdstuk erin omdat ik een baken wilde zijn voor iedereen die denkt: als je zo diep zit als ik, niet meer wil leven omdat je zo uitgeput raakt. Om dan te lezen dat het beter kan worden en dat het van uitzichtloos naar hoopvol, naar succesvol, naar vertrouwen en stevigheid in een nieuwe relatie met jezelf kan groeien. Het kan dus, het kan dus.
“Ik weet nog dat jij dat tegen me zei tijdens een coaching: je bent helemaal heel. En toen dacht ik, maar als dat zo is, wat is er dan nog meer waar? En wat is er nog meer mogelijk?”
De liefde die Marit van mij heeft ervaren en dat ik meteen zei: het komt helemaal goed, jij gaat bereiken wat je wilt. Dat was echt life changing. Dit programma was alles wat ze nodig had.
Het is de kracht van het zichtbaar maken van kwetsbaarheid en donkere gedachten en donkere gevoelens. Openlijk zeggen: dit hoort bij mijn menselijke ervaring. Dan kunnen al die mensen die dat herkennen zeggen: ook bij die van mij.
Marit heeft drie gedachtenmodellen geschreven over deze podcast, over de voorbereiding. Het belangrijkste voor haar is dat ze dicht bij zichzelf blijft en eerlijk naar zichzelf toe blijft. Want ze is heel vaak niet eerlijk naar zichzelf geweest om maar niet weg te blijven.
Ik kan natuurlijk alleen maar spreken over mijn ervaringen: elke keer als ik nog meer schaamte loslaat, nog meer zeg dit is wat ik voel, dit is wat ik denk, dit is wat ik tegenkom, voelt iets in mij zich als het ware ontvangen. Daardoor verliest het zijn kracht. De schaamte verliest zijn kracht en alles wat mij nog klein hield valt van me af.
Je kan me nergens op betrappen. Je kan me niet betrappen op het feit dat ik stiekem heb gegeten, dat ik eten uit de vuilnisbakken heb gegrepen, dat ik eten over de snelweg uit het raam heb gegooid omdat ik zelfs op de grond nog bleef zoeken. Ik moet nu gewoon eten. Als je het allemaal van mij mag weten, dan ben ik onaantastbaar. Dan ben ik compleet vrij. Dan leef ik in het licht.
Marit denkt dat ze twaalf was, dus echt wel jong, toen ze voor het eerst bewust werd van het vet op haar lichaam en daar ook wel opmerkingen over kreeg uit haar omgeving. Ze kan zich niet heel goed herinneren meer hoe ze toen met eten omging. Wel weet ze dat ze stiekem at of dat er tractaties waren voor alleen in het weekend en dat ze die dan wist te vinden in de voorraadkast en die dan op haar kamer ging opeten. Ze voelde wel al een soort restrictie met eten. Waardoor ze merkte: dan gaat de focus er juist naartoe, want ik wil dat hebben, want dat mag niet.
Toen ze 15 was, heeft ze een dieet gevolgd met Sonja Bakker. Daar kan ze zich ook niet zo heel veel meer van herinneren. Maar het belangrijkste stuk waar haar strijd is begonnen, is rond haar twintigste.
Toen kwam Marit via een vriendin in aanraking met een koolhydraatarm dieet. Die vriendin was daarmee afgevallen en Marit hing aan haar lippen. Ze wilde alles weten. De volgende dag haalde ze het boek in huis. Ze had alle boodschappen gehaald. Ze maakte een voedselschema met wat ze zou gaan eten. De kilos vlogen eraf in een hele korte tijd. Maar ze at bijna niks.
Soms had ze één droge cracker op weg naar school. Tussen de middag had ze dan misschien een onsje roastbeef. En ’s avonds had ze dan wat groente en vlees. En alle complimenten stroomden binnen over wat je er goed uitziet en wat je afgevallen bent. En dat voelde echt van: oh wauw, ik mag er weer zijn en ik paste weer kleding die ik mooi vind.
Marit is eigenlijk altijd al heel erg bezig geweest met haar uiterlijk. Dat komt omdat ze tijdens haar middelbare schooltijd is gepest. Daar liggen zoveel aanleidingen tot patronen die ze heeft ontwikkeld, waar ze nu in Etenslessen ook heel erg achterkomt. Dat heeft een mega impact heeft gehad op haar leven.
Marit’s focus op haar uiterlijk was altijd heel groot. Ze wilde altijd nieuwe kleding. Ze wilde er perfect uitzien. Haar haar moest goed zitten. Haar make-up moest kloppen. Op het moment dat ze dat hele afvaltraject inging, dacht ze: hé, dit is wat ik wil. Ik wil er zo uitzien. Dit is mooi. Mensen vinden mij mooi. Daar ging het voornamelijk om, achteraf gezien. De bevestiging van anderen die ze daarin kreeg, dat was voor haar heel belangrijk.
Het voelt dan alsof het werkt. Die onveiligheid die je voelde op school, gewoon elke dag opnieuw niet veilig zijn, is een afschuwelijke ervaring. Het is vreselijk, het is traumatiserend. En dan ontdekken dat je via je uiterlijk ineens een andere reactie uit je omgeving krijgt die je maakt van iemand die wordt verstoten en wordt aangevallen naar wordt gevierd.
“Dat is hetgene in mijn leven waar ik nu nog het meeste last van heb. Ik ben mezelf daar zo verloren. Goed voor mezelf zorgen kon ik niet. Ik kon mezelf alleen maar afbranden. Alles lag aan mij. Ik was niet goed genoeg. Ik moet harder mijn best doen. Ik mag er niet zijn, dus ik mag niet opvallen. Dus compleet in mijn eigen schaduw gaan leven. En dat heeft tot een half jaar geleden wel geduurd.”
Marit is nu 33. Op het moment dat ze in dat afvaltraject kwam, dacht ze: hé, dit is wat ik wil, want ik voelde me weer gezien en ik voelde die goedkeuring van buiten af ineens. Maar dat ging puur en alleen over haar uiterlijk en hoe ze eruitzag. Wat ze toen nog niet wist, is dat dat de grootste valkuil was voor haar strijd met eten.
Marit ging heel intensief sporten. Ze had amper energie, want ze leefde op soms een blokje kaas of een gekookt eitje. Toen ze haar streefgewicht had bereikt en dacht: zo vind ik dat ik er mooi uitzie, ontstond de paniek: oké, en wat nu? Ze had niet over zichzelf geleerd. Ze had wel veel geleerd over waar koolhydraten in zitten en wat je beter dan niet kan eten. Alleen haar drang naar suiker en snelle koolhydraten was gigantisch.
Op het moment dat ze zich streefgewicht had bereikt, ging ze bakken, ging ze zandkoekjes maken met rietsuiker. Achteraf gezien kan ze er ook heel erg om lachen, omdat ze nu inziet: wauw, dit doet dieet met je en dit is geen tekortkoming van jezelf, maar dit is puur hoe je brein functioneert. Dat heeft haar zo geholpen om te doen inzien dat het niet aan haar ligt. Dat ze niet degene is die geen discipline heeft, die geen wilskracht heeft.
Maar dat heeft echt 13 jaar lang geduurd voordat ze dat eindelijk kon inzien, dat haar hele strijd met eten heel verklaarbaar is eigenlijk. Dat heeft ze door mij geleerd, door alle inzichten die ze heeft gekregen en door echt te breken met die dieetcultuur. Ze ziet dat alle spanning die ze heeft ervaren haar eigenlijk in een positie brachten waarin ze diep en diep ongelukkig was.
Marit had haar streefgewicht bereikt en toen was daar die paniek. De zandkoekjes waren een vorm van zich veilig willen voelen in die cocon met een vriendin. Samen genieten, de boze buitenwereld buitensluiten.
Die vriendin was ook bezig met dat dieet en eigenlijk waren ze daar zo met elkaar over aan het ervaringen uitwisselen. Ze voelden op dat moment precies hetzelfde. Ze hadden hun streven bereikt en ineens kwam die drang naar suiker: oh, dit mocht ik nooit, maar nu mag het weer.
Ineens kreeg Marit heel erg drang naar voedsel en naar suikers. Maar tegelijkertijd die angst: oh, ik ga het verliezen. Ik kom weer aan. Ik moet de touwtjes weer in handen hebben.
Op een gegeven moment was het zo: de ene dag at Marit bijna niks. En de andere dag resulteerde dat weer in een gigantische eetbui waarbij ze ’s avonds naar de supermarkt reed om ijs, chipjes, koekjes, taartjes, alles te halen. Om dat zo snel mogelijk op te eten en dan: oh oké, dit ontspant me. Maar vervolgens lag ze in bed met: waarom doe ik dit? Je spoort niet. Waarom doe je dit? Je wilt toch zo graag slank zijn? Waarom verpest je dan elke dag weer?
Jarenlang ging ze naar bed met die gedachten. Echt heel pijnlijk. Ze was aan zichzelf aan het afwijzen: jeetje, je wil één ding in je leven en dat is slank zijn. Want dat had ze geleerd. Als ik slank ben, dan mag ik er zijn. Dus dat was voor haar zo belangrijk.
Maar elke avond met die gedachten in bed. Tegelijkertijd stond ze er ook mee op, op het moment dat ze haar ogen nog niet open had. Ik had mijn ogen nog niet eens open en ik dacht al: wat heb ik gisteren gedaan? Oh shit. En dan voelde ik al aan mijn maagstreek: auw, ik heb echt te veel gegeten. Het doet gewoon zeer.
Dan kwam het moment dat Marit naar de badkamer liep, in de spiegel keek. Oké, ja, inderdaad, ik ben aan het aankomen. Mijn buik staat bol, mijn billen, alles checken. Dan kwam het moment van haar kleding uitzoeken voor de dag. Voor de kast stond ze te denken: oh ja, ik wil dit niet. Gewoon pure paniek voor die kledingkast. Wat moet ik vandaag weer gaan dragen?
Ik heb haar doen inzien dat ze met dat gevoel de hele dag doorging. Op het moment dat ze naar haar werk ging, was ze alleen maar bezig met: hoe zie ik eruit? Wat vinden anderen van mij? Oh, ik ben te dik. Ik ben te dik. Ik moet mezelf verbergen. Ze ging wel echt op pure wilskracht. Ze ging echt door het stof. Ze wilde eigenlijk gewoon helemaal niet meer naar buiten. Ze moest van zichzelf.
Die gedachten stroomden de hele dag door. Zichzelf afwijzen, zichzelf niet begrijpen, denken: dit ligt aan mij. Ik heb dit probleem al veel te lang. Daarbij de combinatie van de identiteit van het beschadigde meisje die in haar jeugd gewoon veel heeft moeten doorstaan. Dat was gewoon een giftige cocktail.
Dit laat een belangrijk punt zien. Als we gedrag laten zien wat we van onszelf niet begrijpen: je wil maar één ding, dun zijn. Wat ben je aan het doen? Waarom saboteer je jezelf? Waarom verpest je het elke dag opnieuw? Wat er gebeurt in je brein is dat er een onbegrip ontstaat. Je wil het één, maar je doet het ander. Waar ben je mee bezig?
Dan wordt er gezocht naar een verklaring. Dat is wat elk brein doet, wat elk mens doet. Dus waarom maak je alles voor jezelf kapot? Oh, je hebt te veel meegemaakt. Je bent te beschadigd. En dat betekent dus ook dat als je te beschadigd bent, dat je hier nooit uit gaat komen.
Dan belanden we op die bodem waarin we denken: er is voor mij geen oplossing. Op die plek, als we die wanhoop voelen door de onderbouwing ik ben te beschadigd, ik heb te veel meegemaakt en daarom zal ik altijd in deze hel van overeten en vechten tegen mijn eigen verlangen naar eten blijven zitten, dan zeg je: ik op de uit. Ik dank je voor, dit kan ik niet aan. Dit is ondraaglijk.
Marit is ook op het punt geweest dat ze eigenlijk levensmoe was. Dat ze niet meer voelde: wat brengt dit leven me eigenlijk. En dat is zo heftig. Omdat ze een dochtertje heeft. Ze heeft een super lieve partner. Ze heeft alles, maar dus kennelijk ook niks, omdat je jezelf zo slecht voelt.
Ze heeft wel eens de opmerking gekregen: maar je hebt toch alles. Je hebt een super leuke baan, je hebt een mooi huis, je hebt een hele liefdevolle partner, je hebt een geweldige dochter. Maar hoe kan het nou dat ik me zo rot voel en gewoon echt het leven niet meer zie zitten? Dat was zo’n heftige plek om op te zijn. Heftig is een understatement.
Marit wist op haar 29e dat ze wilde breken met de dieetcultuur, want het brengt me niks. Maar daardoor belandde ze eigenlijk in de andere kant van verwaarlozing. Ze wilde niks meer met die restrictie te maken hebben. Maar ze wist ook nog niet hoe ze zichzelf moest opvangen. En hoe ze kon herkennen: hé, wat denk ik nu eigenlijk de hele dag door? En hoe ga ik om met mezelf?
De relatie met zichzelf was toen nog helemaal niet onder de loep. Dat was eigenlijk het moment dat ook haar schildklier ontregelde en ze een snelle schildklier kreeg. Ook daarvan gaf ze zichzelf de schuld: ja, maar jij zorgt ook slecht voor jezelf. Je denkt helemaal niet aan je zelfzorg. Dan kon ze zichzelf daar weer compleet op afbranden. Denken: ja, maar het is mijn schuld dat mijn lichaam ziek wordt.
Wat in nog meer spanning resulteerde. Wat in nog meer eetbuien resulteerde. Wat in nog meer onbegrip resulteerde. Dus dat was een grote vicieuze cirkel waarin ze dagelijks zat. Ze heeft zichzelf zo uitgeput en vermoeid met die hele gedachtenstranden de hele dag. Dat zorgde voor zo’n intens verdriet en zo’n hoge lat voor zichzelf waar ze niet meer aan kon voldoen. Haar lichaam was gewoon echt op. Ze kon gewoon niet meer.
Ze dacht echt: dit is mijn rock bottom. Eerlijk, ze dacht echt dat ze die rock bottom al een paar keer had gevoeld. Maar dit was echt het punt dat ze dacht: wauw, ik weet het niet meer. Ik weet het gewoon niet meer.
“Ik dacht: therapie heb ik al gehad, dus die kon ik al afvinken. Ik wist toch wel veel van voeding, dacht ik. Dus waarom lukt het dan niet?”
Als Marit nu terugkijkt naar haar instroom bij het programma, was dat nog de identiteit die ze zichzelf gaf in de eerste maanden: ja, maar voor mij gaat het niet lukken, want dit en dit en dit. Ze had daar allerlei bewijs voor verzameld. Dit gaat voor mij niet lukken.
Tot ze op een gegeven moment elke dag is gaan wandelen en ze kreeg een soort eureka moment: hé, wat als ik mezelf deze identiteit heb gegeven? Wat als ik altijd denk: hé, ik ben het beschadigde meisje, ik kan dit niet. Is dat echt wel waar? Door te wandelen en alleen te zijn en heel veel te voelen met alle tools die ze ook in Etenslessen heeft geleerd, daar begon het begin: hey, zou er ook iets anders waar kunnen zijn?
Toen is ze heel langzaam gaan opkrabbelen, gedachtenmodellen gaan schrijven. Dat is ook life changing, want sinds ze is gaan schrijven met pen en papier, kan ze echt nu zeggen: wie ben ik? Wie ben ik? Wat ben ik aan het doen? Ze had dit nooit voor mogelijk gehouden.
Ik ben zo blij dat Marit vertelt over haar relatie en haar dochtertje en een leven hebben waarvan mensen aan de buitenkant zullen zeggen: nou, je hebt toch alles wat je hartje begeert, een gezond kind, een fijne relatie. Wat wil je nog meer? En je bent prachtig.
Dat het isolement waar je dan in belandt tussen de buitenkant en hoe de buitenkant wordt ingeschat en wat je aan de binnenkant voelt, dat voedt ook nog weer je innerlijke criticus, die zegt: schaam je. Schaam je, wat is er toch mis met jou? Je hebt alles. En dan voel je je zo levensmoe.
Dat is ook het moment waarop als je een buurvrouw tegenkomt of iemand die even vraagt: hé, hoe gaat het? En jij zit in die donkere, opgesloten, in dat donkere deel van je geest van wanhoop en rock bottom zijn. Je sleept jezelf de dag door, je dwingt jezelf om je aan te kleden, om voor je kind te zorgen, om je boodschappen te doen. Dan is er iemand die even vraagt: hoe gaat het? En dan hoor je jezelf van achter dat masker zeggen: oh prima.
Omdat je onmogelijk zou kunnen zeggen: ik voel me vandaag suïcidaal. Ik sleep me nu hier naar de supermarkt. Hoe is het met jullie? Dat kan niet. Dat is sociaal niet te doen omdat je dat niet zou kunnen. Die brug is niet te slaan en het is niet de bedoeling.
Van achter een masker speel je je rol: lekker, alles goed. En die kloof met wat je werkelijk voelt aan de achterkant, die is hartverscheurend omdat je daarmee nog meer dat isolement voor jezelf benadrukt. Wat is er toch mis met mij dat ik me zo voel?
Doorbreken van het taboe rondom onze menselijke ervaring en de kant die onze geest ons mee kan nemen, gewoon door een combinatie van gebeurtenissen, de betekenis die we eraan geven, het niet hebben van de tools om ons bewust te zijn dat we die betekenis er zelf aan geven en dat die optioneel is. Die maakt dat je inderdaad op een gegeven moment kan denken: ik kan er maar beter niet meer zijn, want voor mij is er geen uitweg.
Marit heeft nu een draai gemaakt vanaf het moment dat ze zag: dit is een betekenis die ik eraan geef. En dat gebeurde tijdens dat wandelen, wat bijzonder.
“Waar ik zeg over een masker ophouden, daar ben ik zo vaardig in geworden. En ik merk dat ik nu dat masker af wil doen. Ik wil in het licht gaan staan. Ik wil voelen wat er te voelen valt. Ik ga gewoon deuren voor me open en dat is zo fijn. En dat wil ik ook gewoon tegen andere vrouwen zeggen. Het kan, het kan echt.”
Vanaf het moment dat Marit de stappen is gaan zetten in het leren voelen wat er te voelen valt, het veranderen van haar denken, maar ook het loslaten van die dieetmentaliteit. Ze heeft jarenlang geleefd in elke dag wakker worden vanuit die optelsom: hoe heb ik het gisteren gedaan? Hoe kan ik zorgen dat het vandaag niet meer gebeurt?
Op een gegeven moment wilde ze niets meer met diëten te maken hebben. Maar ze wist ook niet: maar wat dan wel? Wat is dan het alternatief? Wat is mijn houvast?
Allereerst reikte Marit uit naar mij en naar de community. Ze voelde zich zo hulp, dat is een grote hulpvraag. Waar ze misschien wel gewend was dat ze te horen zou krijgen: ja, maar je moet gewoon beter je best doen. Ja, maar je moet wel de opdrachten gaan maken, maar je moet wel dit gedeelte gaan aankijken. Was het louter liefde en begrip: ik zie waar je zit, ik ben daar ook geweest. Je bent helemaal op de juiste weg.
Ze dacht echt: maar hoe dan? Maar dat zorgde voor zelfvertrouwen: hey, kennelijk is het er wel, maar zie ik het zelf nog niet.
Wat Marit toen heeft bedacht voor zichzelf: Just for today. Alleen vandaag ga ik goed voelen wat er te voelen valt en ik ga niet denken over dat feestje over drie maanden of die vakantie over een half jaar. Want ze kon heel snel zien dat dat stress geeft en dat zorgt ervoor dat ik keuzes maak vandaag die niet bij mijn werkelijke verlangen horen.
Marit’s onweerstaanbare reden is geworden: ik wil mezelf leren dragen in al mijn emoties zonder overeten. Dat was voor haar een opening: wauw, als ik dan niet meer afhankelijk zou zijn van anderen die mij die bevestiging geven, want ik heb het altijd bij anderen gezocht. Als ik dat aan mezelf kan geven, wie ga ik dan worden? Dat zorgde voor een soort spark: ja, dat wil ik echt ontdekken.
Waar ze voorheen altijd dacht: ja, maar ik moet dit eten en dan heb ik dat, is ze nu gaan kijken: hé, hoe voel ik me eigenlijk? Welke emoties gaan er door me heen? Wat denk ik eigenlijk allemaal op een dag? Daarover te gaan schrijven en bij de kern komen en dan pas te gaan kijken naar eten. Eigenlijk the other way around.
Nu ziet ze zichzelf weekmenu’s maken en denkt: hé, wat vind ik lekker? Wat vind ik lekker om te eten? Ze kiest gerechten die ze fijn vindt om te eten. Waar ze voorheen alleen maar dacht: ja, maar ik moet dit eten. En ik moet wat ze dan helemaal niet lekker vond. Dat moet ik gaan eten. Nu kijkt ze gewoon: waar heb ik zin in?
De ontwikkeling komt steeds meer van: hey, nou ja, misschien. Marit merkt dat als ze wat meer groenten in haar maaltijd verwerkt, dat dat haar beter doet. Dus echt vanuit binnenuit ervaren: wat doet voeding voor mij? En herkennen: dit zijn oude gedachten, ik heb weer de drang om mezelf te gaan wegen of ik heb de drang om mezelf te gaan checken in de spiegel.
Heel opvallend daarbij is dat ze vaak daarvoor een soort spannende gebeurtenis heeft meegemaakt of iets wat haar raakt. Dus ze is haar spiegels gaan afplakken met een liefdevolle reminder voor zichzelf: hé, dit wil ik niet meer doen. Ik wil niet meer mijn lichaam objectiveren. Wat ze ook heeft geleerd in het programma en waar we workshops over hebben gevolgd over de relatie met je lichaam.
Zo diep werk doen: hé, hoe is het voor je lichaam om zich continu afgewezen te voelen terwijl het zo hard voor me werkt. Die weg op, daar voelt ze zoveel bij. Dat heelt gewoon, dat heelt haar hele relatie met zichzelf en met hoe ze naar haar lichaam kijkt.
“Dat betekent niet dat die gedachten er nooit meer zijn. Waar ik voorheen misschien dacht: dit is een utopie. Het is een utopie om ineens alleen maar mooie gedachten te hebben en helemaal zelfliefde van oh ja, maar dan vind je alles aan jezelf geweldig. Nee, dat is het echt niet.”
Alleen het is wel: Marit heeft geleerd om aan haar eigen kant te komen staan en te herkennen: hoe je nu denkt, wat doet dat eigenlijk met je? En hoe zorgt dat voor je gevoel de rest van de dag?
Marit is nog zo jong voor mij. In mijn ogen is zij zo jong. En dan zie ik wat dit voor haar, dit pad, dat wat ze nu heeft neergezet, waar ze nu het fundament voor heeft gebouwd, dat wordt alleen maar meer en meer en meer en meer.
Dan bedenk ik wat Marit daarin kan voorleven met haar dochtertje als zij twaalf is. Als zij door de parfumerie van het warenhuis loopt en al die make-up en modellenfoto’s ziet. Als zij langs social media continu die prikkels krijgt die haar vertellen: als je de buitenkant fikst voelt het fantastisch aan de binnenkant. En zij in de pubertijd haar onzekerheden tegen gaat komen, met een vakkenpakket moeten kiezen en vriendschappen die wel of niet succesvol zijn en verliefd worden en dat misschien niet beantwoord krijgen.
En Marit die dan deze bagage draagt, kunnen praten over wat je daarin tegenkomt in jezelf. Hoe je jezelf daarin kan opvangen. Hoe pijnlijk dat soms kan zijn om dat tegen te komen in jezelf. Maar dat pijn niet vermeden hoeft te worden. Maar onderdeel is van de relatie die je met jezelf hebt.
Het is voor mij zo’n maatschappelijke reparatie van hoe vrouwen geconditioneerd zijn om met zichzelf om te gaan. En als daar pestervaringen bijkomen, als daar een dysfunctioneel gezin waarin je opgroeit bijkomt. Het is een clusterfuck waar je in belandt van een schoonheidscultuur om je heen die je de boodschap geeft: de buitenkant fikst het allemaal voor je.
Daarbij de conditionering van: lieve meisjes doen niet moeilijk, lieve meisjes zijn gezellig. Donkere gevoelens, daar belast je anderen mee. We lopen met zoveel boodschappen rond over wie we wel mogen zijn en niet mogen zijn. Wat veilig is en wat onveilig is.
Het opengooien van praten over geestelijke gezondheid, praten over vrouw zijn, praten over het begeleiden van je gedachten en gevoelens en de heling die daarin kan ontstaan. Die Marit op haar jonge leeftijd als vrouw van begin dertig nu al zoveel bagage geeft en wijsheid en kracht en stevigheid in zichzelf. Het is fenomenaal wat ze daarmee voor elkaar heeft gekregen tussen waar ze vandaan komt en waar ze nu is en wat ze daarmee kan doorgeven aan haar dochter.
En inderdaad niet dat het maakbaar is dat je alleen maar al door blije gedachten hebt of mooie gevoelens.
“Het voelt ook alsof ik nog maar aan het startpunt sta en dat maakt het zo hoopvol: oh wauw er is nog zoveel meer mogelijk. Want ik heb ook nog echt dingen die ik wil aankijken en waarin ik zie, waarin ik heel bewust ben van wat ik denk. Maar daar moet nog eens die switching komen. En ik denk dat dat je hele leven zo zal blijven.”
Het moment waarop Marit’s dochtertje naar de middelbare school zal gaan, dat zal voor haar super moeilijk worden. Maar het idee dat ze zichzelf daarin kan dragen en opvangen en ze die angst niet op haar zal overbrengen, maar dat zelf kan dragen: mama die is zelf verantwoordelijk voor haar eigen gevoelens en ik wil een sterk baken zijn voor jou met alles wat je daarin tegenkomt.
Wat ik ook heb gezegd, de belangrijkste opvoedles die ik zelf had willen horen: realiseer je dat je elke gedachte die je tegen keer herhaalt, wordt een soort waarheid en wees je daarvan bewust. Ik denk dat als we dat meer tegen elkaar zeggen, dat er meer bewustheid ontstaat: hé, is dit eigenlijk wel waar wat ik over mezelf denk?
Het is het stuk wat onze ouders ons niet konden meegeven. Je leert: je moet je handen wassen als je van het toilet komt, je moet je handen poetsen als je opstaat en voor het slapen gaat. Maar er is niemand die tegen ons zei: en je moet je bewust leren worden van je denken en dat denken gaan leren begeleiden, want ons brein komt met een heleboel onbruikbare prut aanzetten.
Je ziet gewoon heel duidelijk dat wat Marit nu heeft geleerd, dat dat toepasbaar is op een heleboel andere dingen. Dus eten is de ingang geweest, het oplossen van een strijd met eten en dieetmentaliteit, maar het is op zoveel andere aspecten van haar leven toepasbaar.
“In eerste instantie dacht ik: ik heb dus een probleem en dat probleem dat ik dacht dat het eigenlijk alleen was met eten en met mijn gewicht. Achteraf gezien zie ik heel duidelijk dat hoe ik met eten omging dat dat verweven was in mijn hele leven. Ook in hoe ik met mezelf omging en ook in hoe ik in relaties was. Heel veel geven en bang zijn om verlaten te worden. Super zelfdestructief eigenlijk.”
De ingang was het eten. Marit wilde niet meer op dieet, dus ze ging in Etenslessen. Maar wat ze daar leert zijn gewoon levenslessen. Je leert zoveel meer dan enkel eten. Eigenlijk is dat ondergeschikt. Maar het gaat over de hele relatie met jezelf. Het gaat echt om hoe je met jezelf omgaat en hoe je tegen jezelf praat en wat je voor jezelf het liefste wilt.
Marit heeft laatst een post geschreven in de community. Ze was een podcast van mij aan het luisteren over sporten. Sportschool, echt zo’n plek, daar wilde ze gewoon echt niet heen. Ze kreeg al paniek bij het idee. Ze is die podcast van mij gaan luisteren en ik zei: ja, dat is eigenlijk het juiste plek waarop je gaat zien: hé, wat dacht ik eigenlijk over mezelf? Je kan jezelf vergelijken met andere lichamen. Je kan jezelf continu checken in de spiegel. Je staat in een strakke legging te sporten.
Dat is een plek die Marit bij zichzelf ook herkent, waar ze zichzelf ook helemaal bij de grond gelijk nagelde. Anderzijds voelt ze nu dat ze meer in haar proces zit. Ze wil sterker worden. Ze had last van rugklachten. Ze hoorde dan wel dat ze krachttraining moest doen. Maar dat zorgde juist: nee, dat wil ik niet, want dat vind ik eng.
Juist door meer te voelen: wat heeft mijn lichaam nodig? Wat zou fijn zijn voor mij? En niet omdat een ander dat zegt of omdat het er nou eenmaal bij hoort om te gaan sporten. Maar om echt te voelen: hé, ik wil dat mijn lijf krachtig voelt. Ik wil mijn core sterk maken. En ze staat gewoon twee tot drie keer per week in de sportschool.
“Dat geeft gewoon aan dat je zoveel meer kan dan je denkt. Ik ben zo enthousiast om dat te delen omdat ik zo vast zat in dat restrictieve denken van alles moet maar van mezelf en ik moet overal op pieken en iedereen moet tevreden zijn. Maar mezelf daarin compleet voorbij gaan en ook vergeten echt denken vanuit zelfzorg.”
Het beschrijft het hele systeem. Als we van buiten naar binnen leven, dan moeten al onze goede gevoelens over onszelf van buiten afkomen. Dus omdat een ander zegt: jee, wat goed, je gaat drie keer in de week naar de sportschool, geweldig, dan voel je: ping, beloning. Als iemand zegt: ben je afgevallen? Wat zie je er goed uit? Wat eet je? Beloning.
Dat moet dan continu, als je ervan afhankelijk bent, herhaald worden, herhaald worden, herhaald worden. Je loopt op je tenen om weer iets van de buitenkant te brengen, te krijgen, van de buitenwereld te krijgen, wat je aan de binnenkant bevestigt.
De heling waar Marit nu doorheen gaat, die zo stevig op gang is gekomen, is dat ze van binnen naar buiten is gaan leven. Daarmee zelfs een plek als de sportschool, met de spiegels, met de strakke pakjes, met de mannen die kijken, met de meisjes of de vrouwen die misschien dat ideale lijf hebben, of die juf die dat ideale lijf heeft. Wat Marit nu gebruikt: ze gebruikt die hele context, die hele omgeving om te claimen: dit doe ik dus niet meer. Ik ben hier om mijn lichaam van binnenuit te ervaren. Ik wil mijn core sterker voelen worden. Ik wil die pijn uit mijn rug hebben.
Ik vind het echt zo inspirerend wat ze vertelt. Ik vind het echt een beetje ook de mother of all places. De gym en het strand zijn geloof ik de twee plekken waarmee we het meest die daadkrachtige stap naar onszelf zetten en zeggen: ik ben hier niet om bevestigd te worden dat ik er oké uitzien in een badpak of een bikini. Ik ben hier om het zand onder mijn voeten te voelen, de zon op mijn gezicht, die zoute lucht op te snuiven en te genieten. Hoe het voelt om bloot te zijn in de warmte, in de lucht. Daarom ben ik hier en ik wil daarbij beachvolleyballen en ik wil niet nadenken over hoe dat eruitziet en wat een ander daarvan vindt als ik ren om de bal te halen.
“Die ervaring op het strand ga ik dus nog meemaken. Ga ik dus nog die ervaring opzoeken en echt ervaren.”
Op een gegeven moment was er ook een stuk in de cursus dat ik een soort visualisatie deed. Hoe zou dat voor jou eruit zien? Misschien was het wel in Body Empowerment. Er zit een meditatie in Body Empowerment. Er zit er een in Als ik me dik voel. Dat is een hele belangrijke meditatie.
Die gaat over Terschelling. Dat is het eiland waar Marit zich heel fijn voelt. Dat ze daar op het strand zit met haar dochtertje aan het spelen in een bikini. Gewoon helemaal geniet van de zon op haar huid. De geur van het strand. Ja, dat gaat ze deze zomer dus ook echt doen. Daar heeft ze zoveel zin in en ze kijkt daar gewoon naar uit.
“Ik vind het heftig voor mezelf, maar ook voor andere vrouwen, want ik voel ook gewoon heel veel liefde naar andere vrouwen die ditzelfde ervaren. Dat gekooid leven, dus continu maar checken van hoe is het met mijn lichaam en daardoor ook gewoon niet meer kunnen genieten van het leven eigenlijk. Ja, dat is zo zonde. Heel begrijpelijk, maar ook zo verdrietig eigenlijk.”
Want je leeft in een continue onveiligheid. Als je bent aangekomen, voel je paniek. Gebrek aan controle: oh jee dit loopt uit de hand, ik moet nu stoppen en ik voel me daar zo machteloos in. Dus het voelt heel onveilig om aan te komen. Afvallen voelt eventjes, dat moment waarop je op de weegschaal stapte, je ziet er is wat af, voelt even lekker, voel je weer een beetje beloning.
Maar direct daarna de spanning: ik wil dat dit doorzet. Dit moet ik nu wel vasthouden deze lijn. Dus als ik vandaag en dan moet ik. En dan voor je het weet zit je alweer in de spanning van de angst voor het moment waarop je weer een uitdaging tegen gaat komen. En gaat het je dan wel lukken om nee te zeggen? En zo is het nooit veilig. Het is niet veilig om aan te komen. Het is niet veilig om af te vallen. En dat is inderdaad wat Marit zegt: je leeft gekooid.
“Misschien is dat ook wel waardevol om te vertellen. Op het moment dat je in een dieet stapt of in zo’n programma als dit, dan denk je: ja vanaf nu alles wat ik leer, dat neem ik mee en dan gaat het niet meer fout.”
Maar gisteren was het de dag dat Marit’s dochter voor het eerst ging wennen op de basisschool. Dat was echt een hele intense dag voor haar en haar partner. En ook voor haar dochter. Dat zorgde bij haar voor zoveel spanning. Hele moeilijke gevoelens. Compleet uitgeblust op de bank.
Dat heeft ze dus al een hele tijd niet ervaren. Ze wil hier eerlijk over zijn, want ze hoopt dat de vrouwen het herkennen. Ze heeft vijf crackers met dik Nutella besmeerd. Lepels uit de pot. Ze is zo blij dat ze erom kan lachen. Al die gedachten gaan als vanzelf: het komt weer terug.
De volgende dag zo steady zijn. Marit wil ontdekken: wat ging er in je om? En waarom deed je wat je deed? In plaats van denken wat ze altijd heeft gedacht: ik moet opnieuw beginnen. Het gaat helemaal mis. Hoe kan dit? Ik heb toch al zoveel geleerd. Ik ben erachter. Dit hoort bij het leven. Er zijn momenten waarop je denkt: ik weet even gewoon niet wat ik moet doen. Maar dan eraan overgeven en de volgende dag aan je eigen kant komen te staan. Dat is hetgene waar die ontwikkeling zit.
Absoluut. Ja, honderd procent. Het gaat daar niet over perfectie. Want als we perfect, als we een streep in de kalender willen zetten van: dit was voor, dit was toen ik nog in mijn strijd met eten zat. En dit is nu na en die strijd is voorbij in de zin dat er nooit meer een kruimel over mijn lippen komt die gaat over emotie, eten of koping. Dan wordt het nooit veilig. Dan wordt je relatie met eten nooit veilig.
Er moet ruimte zijn voor je menselijkheid en ruimte zijn om een vaardigheidsniveau tegen te komen in je relatie met eten, in je leven, waar je zo van schrikt of zo even niet van terug hebt, dat je schiet in de veiligheid zoeken in verdoven met eten.
Ik geloof dat het doel niet zozeer is dat je dat nooit meer in je leven tegenkomt. Het doel is, dat is mijn blik op onze menselijke ervaring, dat we een evolutie doormaken in ons leven, een persoonlijke groei waarin alles wat we tegenkomen in dat leven steeds weer opnieuw gebruiken om dichter naar onszelf toe te kunnen bewegen, om meer wijsheid te vergaren. Om ons potentieel te kunnen verwezenlijken en onze vleugels uit te slaan en te zeggen: hier ben ik, hier ben ik en alles wat het leven van me vraagt. Het moet welkom zijn, wat het ook is.
Daarin schuren we soms zo dat we zeggen: dit was even te veel. Hier pak ik die time-out. En dat is oké. Dat is oké. Het gaat erom welke betekenis we er daarna aan geven. Marit omschrijft die zo mooi. Ik tuimel nu niet meer in die valkuil van denken: oké, nu is dus alles mis. Nee, ik kwam iets tegen waar ik even niet van terug had. Dit was nieuw voor me. En er zit een etensles in. Er zit iets in waar ik weer van ga groeien.
Als ik daar naartoe beweeg en daar open voor sta, dan gebruik ik wat hier gebeurde en dan gebruik ik die vijf crackers met Nutella in mijn voordeel. Dat is eigenlijk de verklikkersfunctie, vind ik, die ik zo ben gaan waarderen in mijn relatie met eten. Als ik naar overeten verlang, of ik het nu wil of niet dan ook doe, maar alleen al dat verlangen laat me zien: hé, hier gebeurt iets wat je aandacht nodig heeft.
“Klopt. Heel vaak of eigenlijk altijd gaat het vooraf aan iets wat moeilijk is of aan iets waar je jezelf hebt overvraagd. En dat vind ik zo fijn aan dat bodyfulness zijn, dat je gewoon heel duidelijk kan voelen: ah, ik zit hier eigenlijk mee en dat je daarop kan inspelen.”
In plaats van hoe het er op een gegeven moment eruit zag: dat Marit eerst na eten greep, bijvoorbeeld uit haar werk, als ze helemaal doorgesjeesd was en nog voor alles moest zorgen. Dus eerst even snel wat eten en dan ga ik wel koken. Maar het gaat juist om dat soort momentjes: oké, ik denk dat je eigenlijk eerst eventjes op je bed moet gaan liggen, even rustig ademen of even onder de douche stappen met wat etherische olie op de grond. Dat werkt. Dus zelf die zelfzorg inbouwen voor jezelf.
Marit is 15 kilo afgevallen. Ik vraag altijd voordat we zo’n gesprek ingaan: wil je daar open over zijn of niet? Want het is iets wat je eerst, vind ik, waar je een veiligheid in wil vinden in jezelf. Omdat op het moment dat je gewicht verliest in onze cultuur, krijg je daar opmerkingen over. En dat is ook weer een vaardigheidsniveau op zich. Maar Marit zei: nee, ik ben er hartstikke oké mee en blij mee en ik kan daarover praten.
“Dat is heel interessant ook, want waar je voorheen misschien denkt: als ik zoveel kilo ben afgevallen, dan is echt, dan voel ik me goed en dan is er niks meer aan de hand. Dat is het niet. Het is echt een utopie. Je gedachten niet veranderen en wel je eetpatroon, haalt niet uit.”
Marit herkent nog steeds geautomatiseerde gedachten over het vet op haar lichaam, wat er nu nog misschien een beetje zit. Op het moment dat je daar niet bewust van bent, ga je dat dus ook niet veranderen.
Wat Marit nu zo mooi vindt, wat ze tegenkomt, is dat complimenten haar eigenlijk een soort van op slot doen raken. Hier is ze aangekomen op een nieuw vaardigheidsniveau. Hoe gaat ze daar zelf om? Hoe kan ze ervoor zorgen dat ze zichzelf hierin leert dragen en kan gronden: dit is mijn proces. Niemand hoeft het te begrijpen. Het is voor haar van levensbelang dat ze dit voor zichzelf voelt en dat het voor haar goed voelt. Wat een ander daarvan vindt of van wil weten, dat is ondergeschikt daaraan.
Want die opmerkingen die komen, je hebt geen invloed op wat anderen zeggen en het gaat erom wat je er zelf mee doet. Op het moment dat je een compliment krijgt, herkent Marit: hoor ik het. Maar daarna herkent ze ook heel snel: ja, ik zie het. Mijn innerlijke puber vindt dit heerlijk om te horen. Maar als mijn hele zelf, als volwassen vrouw, is het voor mezelf een bevestiging als een broek los zit. Dat gaat de goede kant op.
Wat ik ook zei in een podcast: daar niet zo euforisch mee omgaan en denken: ja, dit is geweldig. Dit mag ik niet loslaten. Dat geeft spanning. Oké, Marit’s relatie met eten gaat de goede kant op en ze voelt zich fijn. En dat is uiteindelijk: haar mentale toestand is het allerbelangrijkste. Dat is ondergeschikt aan haar uiterlijk. Dat is de hele switch die ze aan het maken is. Hoe voel ik me van binnen? Hoe denk ik? Kan ik het leven weer aan?
Soms hoor ik mensen gewoon echt letterlijk zeggen wat ik vroeger altijd dacht. Marit heeft heel veel van hetzelfde gedacht en gedaan als ik en gevoeld. Jezelf niet meer toestaan, je geest niet meer toestaan om euforisch met gewichtsverlies om te gaan. Maar het een beetje als een geheime agenda in je achterzak te steken: ja, het is inderdaad heel welkom, ik voel me daar lekker bij, het is wat ik wil, ik wil dat mijn lichaam.
Nou ja, Marit heeft dat voor zichzelf ingevuld, wat voor haar de niet-toxische redenen zijn voor gewichtsverlies. Maar je maakt het, je leert het zo, omdat dat dieetbrein zo wil jagen op de dopamine van gewichtsverlies, leer je dat parkeren, omdat je weet: breng me niks goed. Daar komt niks goed van. Als ik nu op de trip ga zitten van: oeh, lekker, mooi, meer, sneller. Als ik volgende week ook niet dat doe. En als ik dit feestje oversla, gaat het nog harder. Zodra je op die trip gaat zitten, kan je wachten op de eetbuien.
Ik vond het zo bizar toen ik: ik ben op mijn zwaarste en nu is het ongeveer een kilo of vijftien verschil. Dus dat is ook wel echt een aanzienlijke hoeveelheid die opvallend is voor de buitenwereld. Dus ik moest ook dat traject afleggen waarin je die bewondering dan krijgt, die belangstelling krijgt, die aandacht krijgt en dat de hele tijd wegschuiven, wegschuiven.
Op een gegeven dag dacht ik: jeetje, dan ben je toch je hele jeugd bezig geweest met: ik wil zo graag dun zijn en nu blijk je het te krijgen door het niet meer belangrijk te maken.
“Dit is echt, je slaat een spijker op zijn kop en dat is echt: ja, het is zo’n gekke situatie, zo’n gekke fase om in te zijn. Ik heb dit altijd gewild. Ik heb mezelf hier kapot mee gerumineerd.”
Dat ik ook vertelde over hoe je erin kan rumineren. Toen dacht Marit: dit ben ik. Alleen maar obsessief bezig denken, denken, denken. Maar nu is het er. En het is echt wat ik zeg: de hele tijd oké, bewust, dit geeft spanning en weer weg. Dus niet erin meegaan. Want in het begin dacht Marit nog wel eens: hoe kan het dat ik die gedachten nog steeds heb. Wat vervelend. Waarom voel ik dan wel zo’n gevoel als iemand dat zegt?
Toen heb ik haar ook geleerd: herkennen en er niet in meegaan. Zie het als wolken die weer voorbij gaan. En dat loont echt. Want het is zo makkelijk om aan te haken op zo’n gedachte of op een compliment en denken: oeh, geef me meer van dit gevoel.
Nu kiest Marit er eerder voor als ze zich een beetje overspoeld voelt om te gaan liggen op een mat op de grond met een warm dekentje over zich heen. Even bij zichzelf in te checken: hé, oké, hoe gaat het met mij? Wat doet dit met mij? Vervolgens te gaan schrijven: situatie, ik heb een compliment gehad. Wat doet dat eigenlijk met mij? En daarin leer je heel veel over jezelf.
Ik keek en misschien is het ook wel mooi om mee af te ronden naar een documentaire. Ik geloof op HBO over een kliniek voor meisjes met anorexia. Die meisjes werden gevolgd en thuis met hun familie en in de kliniek. Er was een scène met een meisje die zo hard moest huilen omdat ze iets was aangekomen wat eigenlijk de bedoeling is om weer op een gezond gewicht te komen. Maar ze was echt kapot van verdriet want ze zei: I just wanna be thin.
Het was voor haar, en ik begreep haar zo goed, omdat haar hele emotionele leven, identiteit en veiligheid was opgetuigd in haar hoofd. Want daar, daar ga ik me goed voelen, daar gaat het komen, daar gaat het gebeuren. Ik begreep haar honderd procent, want voor mij was het vanaf de andere kant, niet van ondergewicht, maar overgewicht, exact hetzelfde verlangen.
Wat Marit nu heeft gedaan, en misschien is dat de mooiste boodschap van haar verhaal en alles wat ze heeft verteld, is: ze heeft ontdekt hoe ze het van binnenuit kan opvullen, waardoor alles waar je naar verlangde niet meer afhankelijk is van de buitenkant, maar nu van binnenuit komt. En dan verdwijnt de afhankelijkheid van overeten.
“Dus aan alle vrouwen die nu nog een strijd met eten of zichzelf ervaren en dit zeg ik omdat ik hier een stem krijg en die wil ik gebruiken: Het is niet jouw schuld. Je bent helemaal heel.”
Ik heb jarenlang gedacht dat ik het beschadigde meisje was die te veel ellende had meegemaakt en de overtuiging dat het me nooit zou lukken om gelukkig te zijn, omdat ik daar alle bewijs voor had verzameld. Maar weet: je bent niet je gedachte. Ik had niet kunnen voorzien dat Etenslessen me zoveel zou brengen. En ik voel aan alles dat dit mijn pad is. Dus als ik het kan, kan jij het ook. En dat gun ik je zo. Dat heb ik altijd gehoopt om een keer te kunnen zeggen. En dat komt echt uit de grond van mijn hart.
Dank je wel voor dit prachtige gesprek. Dank je wel voor het delen van jouw etenslessen, je wijze woorden, je liefde, je liefde voor iedereen die luistert en gelooft dat zij inderdaad misschien ook dat gebroken meisje is. Zo mooi. Wij zien elkaar weer in de coaching en in de community.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.