Bedankt voor alle ingezonden vragen over jouw relatie met eten! Dit is wat ik duidelijk zie: er loopt een rode draad door de oorzaak van overeten. Als jij die rode draad ook kan zien wordt het gemakkelijker om je relatie met eten te veranderen.
Daarom maak ik in deze les die draad voor je zichtbaar. En geef ik een paar concrete voorbeelden om de theorie tot leven te brengen. Een ding is zeker, er is met jou niets mis. Jouw menselijke ervaring is gelijk aan die van anderen. Laat je inspireren en kom vandaag weer een stap verder in het oplossen van overeten!
Er loopt een rode draad door de oorzaak van overeten. Als jij die rode draad ook kan zien, wordt het gemakkelijker om jouw relatie met eten te veranderen. Dat is wat ik je in deze les, aflevering 337, wil laten zien. Ik geef je een paar concrete voorbeelden die de theorie tot leven brengen.
Je luistert naar Etenslessen, de podcast over het oplossen van overeten en blijvend gewichtsverlies. Mijn naam is Marjena Moll, ik ben coach en ik introduceer je graag in mijn lessen en concepten over het veranderen van je relatie met eten. Je hebt daar geen dieet voor nodig. Je maakt een einde aan de strijd met eten en je verliest gewicht dat niet meer terugkomt.
Ik vind het altijd leuk om een les voor je te maken. En deze week vind ik het nog leuker, want je hebt me input gegeven. In de vorige les maakte ik een aflevering over het idee dat een probleem zich pas laat oplossen nadat het eerst is begrepen. In alle jaren dat ik coach, en in het oplossen van mijn eigen strijd met eten, heb ik daar steeds opnieuw bewijs voor gevonden: een probleem laat zich pas oplossen nadat het eerst is begrepen.
De vorige aflevering vroeg ik je: laat me weten wat jij graag beter wil begrijpen over jouw relatie met eten, zodat je je probleem beter kan begrijpen en daardoor gemakkelijker kan oplossen. Ik kreeg heel veel inzendingen, dank je wel daarvoor. Wat ik in deze les voor je wil doen, is de rode draad laten zien die door al die inzendingen loopt, want dat gaat je het meeste helpen. Ik pak er wel één specifiek voorbeeld uit. Om de theorie die ik met je deel makkelijker inzichtelijk te maken, zodat je ook echt ziet hoe het er in de toepassing uitziet.
Het eerste idee dat ik hierover met je wil delen: zolang je je probleem nog niet goed begrijpt, is elke vorm van negatieve emotie een rem op het oplossen, op het beter gaan begrijpen. Je zal merken, en dat zal je achteraf kunnen zien, dat negatieve emotie je probleem juist in stand houdt. Want die hele strijd met eten raakt beladen. Het deel van jou dat boos op jezelf wordt, dat gefrustreerd raakt, dat zich machteloos voelt, dat verbijsterd is, opnieuw verbaasd is. Die negatieve emotie ligt op de loer en vergroot je spanning met eten.
Mijn allereerste inzicht voor je is dus: haal elke negatieve emotie die er nu op dit issue zit, eraf. Want die zit je alleen maar in de weg. In een aantal van de inzendingen las ik duidelijk die negatieve lading. Iemand schreef bijvoorbeeld: ik had gezworen dat me dit niet meer zou gebeuren, en nu is het toch weer gebeurd. Maar je kan niet zweren op iets wat je nog niet begrijpt. Kan je dat zien? Kan je daarin meegaan?
Je kan niet zweren dat iets niet meer zal gebeuren als je nog niet begrijpt hoe en waarom het gebeurt. Het verwijt dat je het had gezworen en dat het toch weer is gebeurd, is dus onterecht. Je had niet gezworen als je dit idee had kunnen beetpakken: wacht even, voordat ik op iets ga zweren, moet ik wel weten waar ik dan eigenlijk op zweer. En dat wist je niet. Jezelf verwijten dat je erop had gezworen zit je in de weg. Laat dat los. Je wist niet waar je dat voor deed.
De negatieve lading van je onbegrip over iets wat je nog niet begrijpt, wil je er dus af hebben. Maak het meer neutraal: er laat zich iets zien in mijn relatie met eten wat ik nog niet begrijp. Het is heel voorstelbaar dat ik daar frustratie bij voel, machteloosheid bij voel, verbijstering, soms ook boosheid, maar die mag niet tegen mezelf gericht zijn. Machteloze woede is iets anders dan zelfgerichte woede. Je verdient altijd compassie en begrip voor dat wat je nog niet begrijpt. En compassie is iets anders dan het onder het kleed vegen en zeggen dat het niet uitmaakt. Het maakt je namelijk wel uit.
Dit is belangrijk, want je eet elke dag. Als je in een strijd met eten zit, in een onprettige relatie met eten zit – of dat nu obsessie is, verwaarlozing, of ergens daartussenin – en het voelt voor jou als een onvrede of een pijnpunt in je leven, dan verdien je daar alleen maar begrip voor. En vriendelijkheid. En een opbouwende support van jezelf.
Dat is het eerste punt dat ik wilde maken. Dan de rode draad: de rode draad die in alle inzendingen liep. Dit is wat je moet weten – als je dit kan begrijpen, ben je een stap verder. Ons brein, dat van mij en dat van jou, wil altijd plezier najagen en pijn vermijden, en dat zo efficiënt mogelijk.
De pijn die je op de lange termijn in je leven wil vermijden, is de pijn van mogelijk steeds meer overgewicht, van het ontwikkelen van een welvaartsziekte, van een gebrek aan mobiliteit, flexibiliteit, kracht en balans. Het plezier dat je op de lange termijn wil najagen, is je fit voelen, vitaal, fris, sprankelend, uitgerust, in een lichaam dat heerlijk voelt om in te wonen. Op de lange termijn wil je dus welvaartsziekte, gezondheidsproblemen en een overgewicht dat als een belasting voelt en niet prettig is om in te wonen, vermijden – en het plezier van vitaliteit en lang mobiel kunnen leven najagen. Het is geen garantie, maar daar zet je op in. Dat is het langetermijnplezier dat je wil najagen.
Maar welk plezier je op de korte termijn wil najagen en welke pijn je daar wil vermijden, kan haaks staan op je langetermijnverlangen. Voor de lange termijn weet je precies wat je wil, maar op de korte termijn kan je een verlangen voelen dat daar haaks op staat. En dat is precies de frictie die zich in jouw relatie met eten laat zien.
De vraag is dus, om jouw relatie met eten beter te leren begrijpen: welke pijn wil je vermijden op het moment dat je wil eten terwijl je voelt dat je geen honger hebt? Welke pijn probeer je daar met eten op te lossen? En welk plezier wil je najagen op het moment dat je impulsief wil eten, terwijl je voelt dat je geen honger hebt? Die vraag gaat je helpen om jezelf hier beter te begrijpen. Je langetermijnverlangen, je langetermijnplezier en je langetermijnpijn zijn duidelijk. Maar op de korte termijn heb je daar nog iets in uit te zoeken.
Ik geef je een concreet voorbeeld om dit te illustreren. Er was iemand die schreef: ik ga snoepen zodra ik telefoneer, en ik weet niet waarom, maar ik verlang naar snoep zodra ik telefoneer. Ik vond dit zo’n mooi voorbeeld. Hier speelt zich iets af waarvan je nu niet meer weet waarom je dit ooit bent gaan doen. Maar de aanname binnen deze theorie van de rode draad van pijn en plezier is dat je dit ooit bent gaan doen omdat je daar een pijn voelde, toen dit patroon voor het eerst begon – een pijn die je wilde vervangen door plezier.
We kunnen ook andere kanten op met dit voorbeeld, en ik kan er helemaal naast zitten. Het gaat er niet om dat ik precies weet wat zich in jou afspeelt, want ik spreek je niet en ik coach je niet.
Stel dat je iemand in je leven hebt die, als je met diegene belt, veel van je vraagt en waar jij geen energie van krijgt. Stel dat er iemand in je leven is met wie je belt, en dat je merkt, als je hebt opgehangen, dat je uitgeblust bent, leeggelopen, dat je veel hebt gegeven maar niets terugkreeg – en toch kies je ervoor om met deze persoon te bellen. Dat kan iemand zijn die misschien een familielid van je is, of die op een andere manier een plek in je leven heeft waar je niet zo snel afstand van neemt, en waar je je weg nog niet goed in hebt kunnen vinden.
Zodra deze persoon belt, voel je ergens – sinds dit ooit begon – dat je niet niet kan opnemen, dat je niet niet met deze persoon kan praten. Er zijn een aantal redenen waarom je met die persoon wil praten, maar de prijs die je daarvoor betaalt, is dat je veel energie verliest die niet wordt aangevuld.
In reactie op die dubbele gevoelens – praten met iemand die je veel energie kost en waar je geen energie van krijgt, terwijl er wel redenen zijn waarom je jezelf verplicht om met die persoon te praten – kan dat, allemaal aannames die ik je nu vertel, de aanleiding zijn geweest om jezelf iets te geven ter compensatie. Iets lekkers, om jezelf zoet mee te houden.
Een van de dingen die mij als kind was geleerd: mijn vader was een stuk ouder dan ik, oud genoeg om mijn opa te kunnen zijn, en hij kwam uit een heel andere tijd. Hij had mij geleerd dat mensen die ouder zijn dan jij jouw respect verdienen. Daar moet je respect voor hebben, en dat betekent dat je ze laat uitpraten. Je mag ze niet onderbreken en je mag het gesprek niet afbreken.
Als ik in gesprek was met mensen die breedsprakig waren, maar ouder dan ik, die misschien hetzelfde verhaal in een loop op vijf verschillende manieren vertelden, voelde ik mij als kind verplicht om dat te absorberen, aan te horen, vriendelijk te glimlachen en zelfs aanvullende vragen te stellen. Kortom: ik ontwikkelde een patroon van people pleasen. Het gesprek was alleen in dienst van de ander.
Dat betekende dat ik soms in gesprekken zat waar ik helemaal niet in wilde zijn, en waarin ik voor mijn gevoel geen agency had. Ik was verplicht om te luisteren, verplicht om aandacht te geven, en mijn tijd te geven zolang de ander daar gebruik van wilde maken. Dat waren de normen die mij waren meegegeven. Ik voelde een grote spanning in mezelf als ik merkte: dit is saai, er komt geen belangstelling richting mij, ik voel dat iemand mij als praatpaal gebruikt en zijn emoties via mij verwerkt. Eindeloze verhalen waarin ik echt alleen maar een praatpaal was. Ik voelde me daar natuurlijk niet goed bij.
Maar mijn norm, mijn aangeleerde regel, was: ik mag dit niet onderbreken, want dan ben ik respectloos. En ik wil niet respectloos zijn. Die regel hield mij gevangen in dat gedrag. Ik kan me zo voorstellen dat als jij een soortgelijke regel voor jezelf hebt – of voor die persoon waar je geen energie van kreeg – dat het snoepen dat je daarbij deed voor jou net even de pijn verzachtte van de regel die je jezelf had opgelegd. Nogmaals, ik kan er helemaal naast zitten. Ik kleur dit in langs mijn eigen ervaring en mijn eigen opvoeding.
Als we het nu hebben over je brein, dat altijd pijn wil vermijden maar plezier wil najagen: dan is de pijn hier jezelf verplichten om met iemand te praten waar je energie bij verliest. Iemand die jou niet ziet, die niet aan jou kan geven, maar alleen ontvangen. En het plezier is natuurlijk het snoep, dat het wat verzacht, wat draaglijker maakt.
Op het moment dat je hiermee wil stoppen – en nu trek ik het onderwerp weer terug naar iedereen die mij iets heeft ingezonden – heb je maar één heldere stap nodig: wat je nu nog associeert met pijn, zal jouw plezier moeten worden. De pijn die je wil vermijden, zal jouw plezier moeten worden. Hoe dat er voor jou uitziet, is de verkenning, de ontdekking die je gaat doen.
Terug naar het voorbeeld, om het concreet te maken: het kan zijn dat je wil gaan herkennen – hé, dat snoepen wil ik eruit hebben, welke pijn probeer ik daarmee te vermijden? In dit geval: het feit dat ik geduldig naar iemand luister die maar door blijft praten, en waarvan ik me verplicht voel om te blijven geven, wat eigenlijk niet goed voelt. Het plezier dat je daarvan wil maken, zodat je geen compensatie meer nodig hebt met snoep, heeft wat aandacht nodig. Het kan er op heel verschillende manieren uitzien.
Het kan betekenen dat je zegt: ik geloof dat het overeten dat ik hier doe, mij komt vertellen dat het tijd wordt dat ik hier anders mee omga. Als ik deze persoon een plek in mijn leven wil geven en deze pijn niet meer wil voelen, maar plezier wil gaan ervaren, dan zal dat misschien betekenen dat ik mezelf hierin een stem moet geven. Dat ik kenbaar maak dat ik ook aandacht wil. En dat ik de gesprekken wil gaan inkorten. Dat ik deze persoon onderbreek en zeg: ik merk dat dit gesprek wat vermoeiend begint te worden, ik wil het graag over iets anders hebben. Of hoe dat er voor jou ook uitziet.
Wat je dan wil gaan verkennen, is waar de pijn die je nu nog met eten verzacht, voor jou een plezier kan worden. Misschien merk je dan, als nieuwe hypothese, dat je patroon van people pleasen niet meer bij je past. Overeten komt je dat vertellen, dat snoepen komt je dat vertellen. Op het moment dat je daar iets in verandert, kan je door groeipijn gaan. Die pijn die je wilde vermijden, wordt dan je groeipijn. En dan merk je dat je tot ontwikkeling komt. Het is een verrukkelijke ontdekking om jezelf te bevrijden uit die pijn en daar een plezier van te maken.
Toen ik merkte: die regel van ik mag niet onderbreken, of ik moet dit nu eenmaal – toen ik die losliet en daar een plezier van maakte, het plezier van authenticiteit: de ander mag mij kennen, de ander mag iets vinden van mijn grenzen. Als ik die grenzen kenbaar maak en die ander is teleurgesteld, is dat misschien helemaal oké.
Iets zal moeten veranderen in wat nu nog de pijn is, om er je plezier van te maken. Ik geloof – en het is de belangrijkste reden waarom ik mijn werk doe – dat authenticiteit hier, langs de pijn van overeten, steeds aan je mouw trekt en zegt: je bent er nog niet.
Vanaf het moment dat ik mijn regel – dat ik oudere mensen altijd moest laten uitpraten en niet mocht onderbreken – losliet, verdween er heel veel overeten uit mijn leven. Echt heel veel. Er zijn zoveel feestjes geweest waarop ik leerde: ik mag dit gesprek stoppen, ik mag weglopen uit dit gesprek. Ik ben er niet om een praatpaal te zijn voor mensen die zich alleen voelen, voor mensen die willen praten zonder daadwerkelijk in contact te zijn. Ik ben niet hun spons voor de verhalen in hun hoofd, voor de gevoelens die ze eruit willen praten, als daar geen wederkerigheid in zit, als er geen contact wordt gemaakt.
Dat geldt zeker als elke zin die wordt gezegd direct wordt opgevolgd door de volgende zin: mensen met dit patroon praten vaak al hun zinnen aan elkaar. Dan is iemand aan het leeglopen tegen mij, en daar voel ik me niet goed bij. Dat is niet goed voor mij, en ik mag daaruit. Ik heb daar geen verplichting in – het maakt niet uit hoe oud die persoon is.
Ik heb mijn regel over respect losgemaakt, genuanceerder gemaakt. En ik heb een nieuwe definitie gevonden voor respect, want er is ook zoiets als mijn zelfrespect en het respecteren van mijn beperkte energie. En het respecteren van het feit dat een feestje ook voor mij een feestje mag zijn. Daarmee kwam er veel meer balans en nuance in die norm die mij ooit zo gevangen hield in people pleasen, en daarmee in overeten als compensatie.
Als je dit omarmt en van mij aanneemt: als overeten een signaalfunctie heeft, dan is het moment waarop je naar eten verlangt maar geen honger hebt, een moment waarop je jezelf kan afvragen: welke pijn probeer ik hier te vermijden, en welk plezier jaag ik na? Er zat in al die inzendingen werkelijk geen voorbeeld tussen waarvan ik niet kon zien: dit is de pijn die erin zit, en dit is de groeipijn die daar mogelijk onder ligt. Als iemand hier een stap in zet, als ze dit voor zichzelf uitpakt, verdwijnt dat overeetmoment uit haar patroon. En zo is het.
Zo zie ik het ook altijd weer in de coaching, in mijn programma. Zo zie ik het altijd weer op het moment dat we onderzoeken wanneer je eet om een pijn te vermijden, en het plezier van niet bij jezelf zijn – of wat het ook is – om dat na te jagen. Het klopt altijd. Het systeem is sluitend: je wil een pijn vermijden en een plezier najagen. En het is aan jou om daarin je onderzoek te doen. In mijn programma doe je dat onder begeleiding, langs mijn methodiek en met mijn ogen op jouw casuïstiek, elke keer dat je dit tegenkomt – zodat je sneller en gemakkelijker de opening kan vinden.
Maar dit is in essentie de rode draad. Vraag je dus af: wat ga ik voelen als ik nu niet eet? Wat wil ik dat dit eten voor me doet? Welke pijn wil ik dat dit eten voor me oplost? Welk ongemak wil ik dat dit eten voor me oplost?
Want als ik het over pijn heb, bedoel ik niet fysieke pijn. Ik ben wel eens van de fiets gevallen toen ik van de pont in Amsterdam-Noord probeerde op te stappen. De hele groep mensen die net was uitgestapt, stond stil, terwijl ik net probeerde op te stappen. Ik kwam onhandig uit met mijn voeten en mijn handremmen – boom, ik lag ineens op de grond. Dat is niet de pijn waar ik het nu over heb.
Als ik praat over pijn vermijden en plezier najagen, bedoel ik de pijn van de confrontatie met jezelf – de confrontatie die je uit de weg gaat op het moment dat je eet. Heel veel van die confrontatie gaat over een gevoel dat je niet wil voelen. Of, zoals in dit hypothetische voorbeeld van het bellen: het gevoel dat je jezelf verplicht tot iets dat niet goed voelt, niet voor je klopt.
Als je die pijn wil vermijden omdat je het zo spannend vindt om te morrelen aan die afspraak met jezelf – over wie jij moet zijn in het contact met die persoon aan de telefoon – dan herkent je brein, als je maar vaak genoeg bent gaan snoepen bij het bellen, bellen op den duur als een Pavlov-moment.
En dus wordt je verlangen naar snoep automatisch aangezet, ook als je belt met iemand waar je wel energie van krijgt, waarvan je het heerlijk vindt en waarin de balans er is in jullie contact, waarin je volledige vrijheid voelt om jezelf te zijn, waarin je het altijd leuk vindt als diegene belt. Ook dan merk je dat je naar snoep verlangt, omdat het patroon ooit op die manier aan elkaar gekoppeld is. De pijn die je toen voelde, hoeft er nu allang niet meer te zijn – maar het patroon is er nog.
Dat wil ik je als laatste meegeven. Ik hoop dat dit je helpt en dat je hier blij mee bent, en dat je voelt: ah, oké, als ik het zo simpel maak, zo zwart-wit – welke pijn wil ik nu vermijden? Wat ga ik voelen als ik nu niet eet? Wat wil ik dat dit eten voor me doet? – dat gaat heel veel naar je bewustzijn brengen en je veel inzicht geven in de redenen waarom je overeet.
Dank je wel voor je inzendingen. En dank je wel voor de moeite die je nam om mij te laten weten wat je beter wil begrijpen in jouw relatie met eten. Ik ben er volgende week weer. Tot dan.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.