Je wil stoppen met overeten en afvallen. Je doet dit misschien met behulp van diëten, therapie, een medische ingreep of een zelfbedacht plan. Als je daarin vastloopt is deze les voor jou. Ik belicht hoe het vastlopen eruit kan zien en geef de eyeopeners die je daaraan voorbij kunnen helpen. Er is altijd meer mogelijk dan je denkt. Luister naar de vragen die ik stel en voel waar voor jou de opening zit.
Wat kun je doen als je voor je gevoel vastloopt? Vastloopt in je relatie met eten, of vastloopt met afvallen. Je probeert van alles, maar je komt niet verder. Misschien plateau je — of het nu gaat over je gewicht, je omgang met eten, of de onvrede daarover. Dit artikel helpt je verder.
Er zijn drie plekken waarop dat vastlopen zich kan laten zien: in het volgen van diëten, in een therapeutische of klinische setting, en wanneer je het solo probeert op te lossen.
Als je vastloopt met diëten, merk je dat het je steeds slechter afgaat. Je hebt inmiddels je zoveelste poging gedaan, en je merkt dat je bij de gedachte “maandag begin ik” alvast begint te hamsteren. Je denkt: wat ben ik aan het doen? Ik wil toch afvallen? De komende drie dagen van dat dieet kan ik al schrappen, want dit weekend heb ik voor vijf dagen gegeten.
De oorzaak hiervan is dat diëten spanning veroorzaken. Diëten werken voor je lijf, maar niet voor je hoofd. Voedsel is een primaire behoefte die geen spanning verdraagt. Zodra je dieetregels volgt en je op het punt staat er een te overtreden — omdat je een natuurlijk verlangen voelt bij het zien, ruiken of horen van eten — voel je: dit mag niet. Je betrapt jezelf op een verboden verlangen. Die spanning wordt opgepikt door je oerbrein, waardoor je verlangen naar eten direct wordt opgeschroefd.
Als je maar vaak genoeg in dat spanningsveld hebt bewogen, raakt eten heel beladen. En je merkt dat elk nieuw dieet dat je probeert je steeds slechter afgaat. Veel diëten komen uiteindelijk op hetzelfde neer: grote stappen, snel thuis, nog deze zomer, bikiniready. Ze baseren zich allemaal op het wilskrachtmodel: volg een dieetplan op wilskracht en bereik je streefgewicht.
Na genoeg diëten werd duidelijk dat het wilskrachtstuk steeds moeilijker vol te houden was, omdat het brein zo gespannen was geraakt rondom voedsel. Het streefgewicht werd niet bereikt, en als het al bereikt werd, was het niet vol te houden. Dit model faalt. Jij faalt niet — dit model faalt. Als je dit herkent, laat het dan los. Er is een andere weg mogelijk.
De klinische sector kan een plek zijn die goed voelt. Je krijgt een diagnose, erkenning dat er een storing zit in jouw omgang met eten, en je krijgt daar hulp bij. De hulp die ik indertijd kreeg — meer dan twintig jaar geleden — richtte zich vooral op mijn jeugd en wat zich daarin had afgespeeld. Ik hoopte dat het grondig onderzoeken van mijn jeugd het overeten zou laten verdwijnen. Dat was helaas niet zo.
Als overeten al eens tijdelijk verdween, was dat iets wat me leek te overkomen — ik had geen idee hoe lang het zo zou blijven of wanneer het terug zou komen. Overeten bleef hardnekkig, hoeveel ik ook over mijn jeugd praatte. Op een gegeven moment was ik echt uitgetherapieerd. Wat zich in de jeugd had afgespeeld, stond niet meer in verhouding tot de hoeveelheid uren die ik er al over had gepraat.
Therapie was fantastisch. Ik heb de meest geweldige therapeuten gehad en ben ze ontzettend dankbaar voor alles wat ze konden realiseren: het begrip dat ik voor mezelf kon ontwikkelen, het kunnen duiden van dingen die ik in mezelf niet begreep. Maar overeten kon ik er niet mee oplossen.
Als jij dit herkent — dat je veel hebt kunnen realiseren met therapeutische hulp, maar dit stuk nooit echt opnieuw hebt kunnen vormgeven op een manier die kalm, stabiel en betrouwbaar voelt — dan is dat belangrijk om te weten.
Als je aan het soleren bent, probeer je zelf te onderzoeken hoe je omgang met eten beter kan. Je volgt misschien workshops, leest boeken over persoonlijke ontwikkeling, en weet inmiddels veel over voeding. Soms zelfs zoveel dat het je in de weg zit: bij alles wat je eet, gaat er een stemmetje aan dat je vertelt of het wel of niet goed voor je is.
Je volgt geen diëten meer, maar het lukt niet om alles goed in banen te leiden — met wisselend succes. Je loopt tegen een plateau aan. Je omgang met eten blijft steeds alles-of-niets: dan gaat het goed, dan overeet je weer een tijdje, en dan is het ineens terug. En je begrijpt niet goed waarom.
Voor alle drie — vastlopen met diëten, vastlopen in wat je kunt bereiken met therapeutische hulp, of vastlopen met het soleren — geldt hetzelfde vertrekpunt. In de verhalen van mensen die dit hebben opgelost, zie je een overlap. Alle verhalen verschillen, iedereen heeft een uniek lichaam en een unieke geschiedenis met eten, maar de overlap is er.
Het succes is steeds gebaseerd op één idee: je kunt een nieuwe relatie met eten bouwen. En binnen dat idee ga je niet uit van probleemdenken — ik heb een stoornis, ik heb voedselrestrictie nodig, ik moet het vet op mijn lijf bestrijden. Je gaat uit van een leeg canvas. Je vertrekpunt is niet een probleem, niet een stoornis, niet het gevecht. Het vertrekpunt is: een nieuwe relatie met eten opbouwen.
Natuurlijk neem je alle verhalen uit je geschiedenis met eten daarin mee. Die verdwijnen niet omdat je zegt: ik ga opnieuw beginnen. Maar het uitgangspunt voelt anders — alsof je dit stuk in je leven opnieuw kunt uitvinden. En zo is het ook. Alles wat je wilt bouwen, kun je bouwen vanuit aantrekkingskracht: Waar verlang ik naar? Wat zou ik graag willen? Hoe zou ik willen dat mijn omgang met eten eruitziet?
In alle verhalen van mensen die dit hebben doorlopen, zie je drie overlappende elementen. De eerste is samenwerken met je lichaam. Daarin maak je contact met jouw natuurlijke verlangen naar vitaliteit. Het neurologische stuk hiervan gaat over je beloningssysteem en hoe je lichaam reageert op voedsel en op snelle suikers. Dat begrijp je steeds beter. En in het bouwen van jouw nieuwe relatie met eten onderzoek je hoe je dat beloningssysteem goed kunt begeleiden, zodat je geen last hebt van cravings — dat zeurende, soms intense verlangen naar eten.
De tweede pijler is het begeleiden van je gevoelens. Als je ooit bent gaan eten om niet te hoeven voelen — eten om te vergeten, eten om te belonen — dan doe je aan emotie-eten. In het vormgeven van jouw nieuwe relatie met eten ga je ontdekken dat je gevoelens en eten wilt loskoppelen. Je merkt dat je naarmate je emotioneel flexibeler wordt en alles wat je voelt meer uitnodigt, meer draagkracht ontwikkelt. Dat voelt ontzettend goed, omdat je daarmee je afhankelijkheid van overeten verliest.
De derde pijler is het leren begeleiden van je eigen denken. Een belangrijk deel van het oplossen van overeten gaat over het oplossen van dieetmentaliteit: eten indelen in goed en fout, restrictieve gedachten als “dit mag ik niet”, “hier kan ik nooit mee overweg”, “als ik dit eet gaat het altijd mis”. Al die gedachten die voorspellen dat eten problematisch of risicovol is. Maar ook de gedachten die niets met eten te maken hebben — over uitdagingen in je werk, je gezin, je sociale leven — hebben begeleiding nodig.
Gebruik deze drie vragen om voor jezelf pas op de plaats te maken en te kijken waar je nu staat, en waar je nog ontwikkeling nodig hebt.
Vraag 1: Hoeveel ontwikkeling heb jij doorgemaakt in de samenwerking met je lichaam — het neurologisch leren oplossen van een overmatig verlangen naar eten?
Vraag 2: Hoeveel ontwikkeling heb je doorgemaakt in je bereidheid om te willen voelen wat er te voelen valt, en jezelf volledig te willen leren kennen in elke lastige emotie?
Vraag 3: Hoeveel ontwikkeling heb je doorgemaakt in het leren begeleiden van je eigen denken — het opruimen van gedachten die je blokkeren, saboteren, gevangen houden in dieetmentaliteit of probleemdenken?
Deze drie pijlers — samenwerken met je lichaam, voelen wat er te voelen valt, en je denken begeleiden — zijn de weg waarlangs je een nieuwe relatie met eten bouwt. Het is de weg waarlangs je gewicht verliest dat niet meer terugkomt. Het is de weg waarlangs je overeten echt kunt oplossen, zodat je uiteindelijk kunt zeggen: wat ik nu heb voelt zo goed. Dit hoef ik niet vol te houden zoals een dieet. Mijn verlangen naar overeten is weg. Ik grijp niet meer naar eten als ik een lastige emotie tegenkom, want ik wil die emotie ook kennen.
Aantrekkingskracht — het perspectief van een nieuwe relatie met eten bouwen — is de weg die geen spanning in je brein veroorzaakt. En waar die spanning er al is, rondom eten, je lichaam, je gewicht, je gezondheid, wordt die spanning opgelost. Dat is waarom deze weg zo goed werkt: niet langs restrictie en dieetregels, niet langs probleemdenken, maar vanuit het idee dat jij jezelf kunt helpen en een nieuwe relatie met eten kunt bouwen.
Denk hierover na. Schrijf er wat over. Ga ermee zitten.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.