Vooraf weet je zeker dat je op die borrel of verjaardag niet wil overeten. Maar eenmaal daar kom je tot een ander besluit. Je overeet en het is een patroon waar je graag vanaf wilt. Niet alleen omdat je overeet, maar ook (en misschien wel vooral) omdat het een pijnlijk innerlijk conflict veroorzaakt. Wat wil je nu werkelijk? En hoe kom je aan dit patroon voorbij?
In deze les belicht ik het verschil tussen je ‘schijnverlangen’ en je ware verlangen.
Dopamine speelt daar een belangrijke rol in. Ik haal de verwarring uit je innerlijk conflict, zodat je met compassie en begrip aan je eigen kant kan staan.
Vooraf weet je zeker dat je niet wilt overeten op die borrel of verjaardag. Maar eenmaal daar neem je een ander besluit: je overeet toch. Het is een patroon waar je graag vanaf wilt. Niet alleen omdat je overeet, maar misschien wel vooral omdat het een pijnlijk innerlijk conflict veroorzaakt. Wat wil je nu werkelijk, en hoe kom je dit patroon voorbij?
In deze les kijk ik met je naar een van de pijnpunten die heel regelmatig voorbijkomen. Dat gebeurt als je ontevreden bent over de manier waarop je met eten omgaat.
Dat pijnpunt is de manier waarop je eet: de beslissingen die je neemt in gezelschap. Je hebt vooraf een bepaald idee over hoe je met eten wilt omgaan. Dat idee heb je al klaar voor die sociale situatie waar je naartoe gaat. Eenmaal daar maak je een andere keuze. Op dat moment lijk je daar helemaal achter te staan — totdat je naar huis gaat.
Soms krijgt de onvrede thuis een vervolg in de vorm van een eetbui. Dat komt doordat je ontevreden bent over de keuze die je maakte. Maar het komt ook doordat je niet de voldoening vindt die je zocht. Al met al ben je de volgende dag teleurgesteld. Je kunt dan niet volledig nagenieten van het zien van je vrienden of familie.
Onder de waterlijn speelt daar namelijk dat eeuwige hoofdstuk van eten en je gewicht. Dat speelt zich af in het isolement van de relatie met jezelf. Je vraagt je af: waarom doe ik dit toch iedere keer weer? Waarom bleef ik niet bij mijn aanvankelijke plan? Ik kan nu zien dat dat inderdaad was wat ik wilde.
Maar dat plan hield geen stand, eenmaal daar of onderweg ernaartoe. En het kreeg een vervelende nasleep. Dit is een van de dingen die je uit je relatie met eten wilt werken. Het is een van de dingen die je opgelost wilt krijgen. Deze les heb ik voor je gemaakt om je te ondersteunen in bewustwording. Zo krijg je wat meer inzicht in wat zich hier laat zien.
Het innerlijke conflict dat je voelt, is gelinkt aan het verschil tussen honger, schijnverlangen en je ware verlangen. Honger is een daadwerkelijke behoefte van je lichaam aan brandstof. Als je honger hebt, weet je dat: je voelt het in je maagstreek. Er is een hol gevoel, en misschien een licht krampje.
Je merkt duidelijk dat je honger hebt, omdat het signaal in je lichaam begint. Dan hoor je jezelf denken: oh, ik geloof dat ik dadelijk moet gaan eten, ik begin trek te krijgen. Je gedachten kunnen op dat moment nog ergens heel anders zijn. Ze zijn dan bijvoorbeeld bij je werk, of bij een gesprek met iemand.
Bij een schijnverlangen gaat dat anders. Een schijnverlangen is een verlangen naar voedsel dat niets te maken heeft met honger, met de behoefte aan brandstof. Het begint in je gedachten, in je hoofd. Je denkt aan eten, je hebt zin in eten, en je lichaam speelt daar op dat moment geen rol in.
Soms zit daar een overlap tussen, maar hier haal ik ze even duidelijk voor je uit elkaar. Honger begint in je lichaam, in je maagstreek. Een schijnverlangen naar eten begint bij een gedachte — daar kom ik dadelijk op terug. Je ware verlangen gaat over hoe jij je daartoe verhoudt. Het gaat over hoe je daarmee om wilt gaan en hoe je dat begeleidt.
Het gaat om de keuzes die je wel of niet met eten maakt. Dat zijn de keuzes die voor jou de definitie zijn van een positieve, zorgeloze omgang met eten. Daarin kun jij goed je weg vinden. In gezelschap zie je eten, ruik je eten, denk je aan eten. Misschien anticipeer je al op eten, nog voordat je er bent.
Onderweg ernaartoe verlekker je je al aan de gedachte van het eten dat daar zal zijn. En eten vervult voor je vaak meerdere functies, zoals het manipuleren van je gevoel — dat noemen we emotie-eten. Je zoekt naar een oppepper, naar een highlight van de dag, iets om je op te verheugen.
Je zoekt misschien ook naar iets wat je kan kalmeren — dan gaat het over je zenuwstelsel. Al naar gelang hoe je eten hebt leren gebruiken, op meerdere manieren en anders dan voor je brandstof. Dat kom je dan tegen in sociale situaties. Er zitten meerdere lagen in het verlangen dat je voelt. Je bent misschien gewend om je stemming te veranderen door iets te eten.
Je eet misschien om stress en spanning af te laten vloeien. Of je eet om jezelf op te peppen en over vermoeidheid heen te helpen. Dit alles kun je tegenkomen op het moment dat er eten voor je staat. En op het moment dat je met andere mensen samen bent. Op dat moment kunnen er gedachten in je opkomen, bij die verleiding van eten. Die gedachten geven je dan het idee dat je ineens snel moet beslissen om te eten.
Het is interessant om op te merken dat een schijnverlangen de suggestie van urgentie wekt. Je hebt het gevoel dat er een kans is die je nu moet pakken, want nu moet je beslissen. Nu wordt het je aangeboden, en straks is het weg. Dat vind ik interessant aan een schijnverlangen: dat beleef je bij maaghonger niet op die manier.
Er zijn gedachten die in je opkomen op het moment dat je eigenlijk geen honger hebt. Je voelt dan wel een schijnverlangen naar voedsel. Die gedachten willen je zo snel mogelijk laten beslissen om te eten. Een voorbeeld is: ik ben niet op dieet, dus dan mag ik nu gewoon eten.
Iedereen neemt, dus ik doe gezellig mee. Of: ik heb het verdiend, dus dit mag nu. Of ook: dit kan nu wel, want ik heb eerder vandaag en gisteren helemaal volgens het boekje gegeten. Het gevoel achter zo’n gedachte spoort je steeds aan om snel tot een beslissing te komen. Interessant genoeg heb je deze gedachte niet als je daadwerkelijk honger voelt.
Als je honger voelt, vertel je jezelf niet dat je niet op dieet bent. Je vertelt jezelf ook niet dat iedereen nu eet, of dat je het hebt verdiend. Het is dan volkomen vanzelfsprekend dat je eet. Dit is dus al een eerste stap in de bewustwording: wanneer heb ik daadwerkelijk honger, en wanneer heb ik schijnhonger?
Wat komt daadwerkelijk van mijn lichaam, en wat komt van mijn brein? Dat kun je herkennen aan dit soort gedachten. Als je echt maaghonger voelt, vertel je jezelf niet dat je iets hebt verdiend. Je herinnert jezelf er dan ook niet aan dat iedereen nu eet, of dat je niet op dieet bent.
Daar hoef je dan helemaal niet over na te denken. Er is geen argument nodig om jezelf toestemming te geven om iets te eten. Dit is dus een eerste belangrijk signaal. Je kunt eraan herkennen: wacht even, ik heb misschien helemaal geen honger, maar last van een schijnverlangen naar voedsel.
En dan? Dat hoor je mij hier al meer dan driehonderd afleveringen zeggen: dan mag je nog steeds eten.
Waar we in deze les alleen naar kijken, is die onvrede die je voelt. Die onvrede voel je als je vooraf iets hebt bedacht, maar in de situatie zelf iets anders doet. Je bent daar achteraf ontevreden en teleurgesteld over. Je neemt het jezelf misschien kwalijk en begrijpt het niet van jezelf. Daarna krijg je misschien een eetbui, omdat je nog steeds geen voldoening voelt.
Dat heeft dan weer een negatieve nasleep die soms dagen of zelfs weken kan duren. Deze eerste stap herkennen helpt je dus al in je bewustwording: wat is nou wat? Merk je dat je naar argumenten zoekt om jezelf snel te laten beslissen om te eten? Dan weet je: wacht even.
Hier kan ik dus al een onderscheid maken tussen honger en schijnhonger. Mijn ware verlangen is mogelijk niet hetzelfde als mijn schijnverlangen. Dit schijnverlangen komt bij mijn brein vandaan: het is een dopamine-respons, die anticipeert op de beloning van voedsel. Die beloning heb je eerder gelinkt aan voedsel. Denk aan het veranderen van je stemming of gemoedstoestand. Denk aan een emotie die je wel of juist niet wilt voelen. En denk aan het kalmeren van je zenuwstelsel.
In het verkennen van je omgang met eten kijk je onder andere hiernaar: wat is honger? Wat is mijn ware verlangen naar voedsel, en wat is een schijnverlangen? Wat wil ik werkelijk in die situatie waarin ik mij begeef? Waar verlang ik werkelijk naar, en kan voedsel dat voor me oplossen?
Dit alleen al is een eerste inzicht. Het is een eerste stap die je enorm kan helpen in je bewustwording. Dat geldt vooral als je urgentie voelt: het gevoel dat je nu meteen moet beslissen. En als er een argument in je opkomt zoals: ik ben niet op dieet, iedereen eet nu. Of: ik heb het verdiend, of dit kan nu wel.
Dit zijn een paar voorbeelden die je kunnen laten zien dat iets jouw aandacht vraagt. Als je voor jezelf iets wilt veranderen in je omgang met eten, is dit een signaal.
Je voelt een schijnverlangen naar voedsel, en dat is een dopamine-gedreven verlangen. Interessant aan dopamine is dat het je aan de ene kant aanspoort om plezier na te jagen. Het zet je aan om ja te zeggen tegen de kans die zich voordoet, ja tegen je impulsieve verlangen. Doe je dat niet, dan dipt je dopamine en voel je een lichte stress.
Het verlangen dat je voelt blijft dan onbeantwoord, en dat is een licht ongemak. De balans in je brein moet zich eerst weer herstellen, en dat betekent dat we hier meerdere laagjes tegenkomen. Je voelt de dip van het onbeantwoorde verlangen — het impulsieve verlangen naar eten. En daar sta je dan, in die situatie.
Wat je op dat moment denkt, laat iets zien van de behoefte die daar nog onder ligt. En dat is precies waar het om gaat bij het oplossen van overeten, van eetbuien en van een gespannen omgang met eten. Het gaat om het gevoel dat eten een strijd is. Het gaat om het gevoel dat je erop moet fixeren om het te kunnen controleren.
Een heel belangrijk element is dus het leren herkennen welke laagjes er in je omgang met eten zitten. Ik bespreek hierna elk van de vier gedachten die ik eerder noemde. Dat doe ik om je meer inzicht te geven in de laagjes die daar mogelijk voor jou onder zitten. Stel dat je van tevoren hebt bedacht hoe je met eten wilt omgaan.
Je komt op die plek: op dat feestje, op die borrel. Of thuis bij je partner, die misschien van alles heeft klaargezet. Ineens begin je te twijfelen aan het besluit dat je eerder zo duidelijk voor jezelf voelde. Je denkt: ja, maar ik ben niet op dieet. Als je bij deze gedachte stilstaat, zie je iets interessants. Er is voor jou blijkbaar geen andere definitie van je omgang met eten dan op dieet zijn of niet op dieet zijn.
En dan is er de manipulatie. Er zit een enorme manipulatie in om aan jezelf te bewijzen dat je niet op dieet bent. Dus eet je maar. Het is heel slim bedacht van je brein. Het stelt zichzelf de vraag ‘ben je op dieet?’, antwoordt ‘nee’, en concludeert dan: dan eet je toch gewoon.
Wat hierin niet wordt verkend, is jouw eigen definitie van een fantastische relatie met eten. Het gaat om wat dat voor jou betekent en hoe je dat invult. Als je niet verder komt dan ‘ik ben op dieet’ of ‘ik beloon elke impuls om te eten’. Dan merk je dat je altijd meer eet dan je eigenlijk prettig vindt.
Want als het fantastisch voelde om elke impuls te volgen, zou je niet naar deze podcast luisteren. Dan zou dit helemaal geen vraagstuk voor je zijn. Deze gedachte doet je dus tekort. Het is alsof er maar twee smaken mogelijk zijn: of je bent op dieet. Of je beloont elke impuls die je voelt om te eten.
Waar bij deze gedachte overheen wordt gestapt, is dat er zoveel meer voor je mogelijk is. Denk aan een omgang met eten die voor jou fantastisch voelt, zonder dat het als een beperking aanvoelt. Als je niet op dieet wilt zijn, is dat meestal omdat je een dieet hebt ervaren als beperkend. Het voelde als dingen die je dan niet mocht eten.
Het tegenovergestelde daarvan is de vrijheid om alles te mogen eten. Maar binnen die vrijheid wil je er invulling aan geven op een manier die niet alleen tijdens het eten geweldig voelt. Ook ervoor en erna moet het goed voelen. Je wilt een omgang met eten ontwikkelen waarbij je niet zomaar zegt: nu voel ik vrijheid. Dat is niet omdat je op elke impuls om te eten ingaat.
Want zodra je iets lekkers ziet, aangeboden krijgt, of ziet dat je partner iets pakt, merk je dat je jezelf overbelast. En dat voelt ook niet goed. Op dieet zijn is het dus niet. De beperking en restrictie van voedsel is het niet. Maar elke impuls om te eten belonen, is het ook niet.
Is er dan nog iets anders mogelijk? Iets wat niet beperkend voelt, maar vrij, en waarin je je onbelast voelt? Die derde weg heb je nog niet verkend: die identiteit en die definitie van je omgang met eten. Dat is een van de dingen die je in mijn programma doet. Zo kun je precies krijgen wat je wilt en creëren waar je naar verlangt. En dat zonder dat je jezelf steeds moet bewijzen dat je niet op dieet bent.
Soms gebeurt dat ook in gezelschap: iemand zegt tegen je ‘gewoon lekker, je bent toch niet op dieet?’ En jij zegt: dat is waar, ik ben niet op dieet. En daar ga je. Terwijl je van tevoren kon voelen dat je vanavond niet alleen maar gedachteloos van alles wilde eten. Je weet dat je dit al zo vaak hebt gedaan, en dat je je daar niet lekker bij voelt.
De volgende gedachte die ik wil belichten is: iedereen neemt. Deze gedachte isoleert je — alsof iedereen nu lekker mag genieten, en jij niet. Ze suggereert dat er voor jou dan niets te genieten valt. En daaronder ligt het verlangen dat je voelt om aan te sluiten bij de groep.
Om je onderdeel van de groep te voelen, om samen te genieten. Deze gedachte suggereert dat jij alleen kunt genieten als je eet. Zo ga je om met die urgentie, met die dopamineprikkel om snel te beslissen. Je wilt je niet alleen en geïsoleerd voelen, terwijl iedereen om je heen geniet.
Wat in deze gedachte niet wordt verkend, is het volgende. Het verlangen naar verbinding dat je voelt, is ook op een andere manier voor je mogelijk. Het kan helemaal los staan van wat je wel of niet eet. Je ware verlangen gaat hier naar verbinding en aansluiting: de warmte en gezelligheid, en daar deel van kunnen uitmaken.
We zijn een sociale soort. Het idee van isolement — niet bij de groep horen — ervaren we als heel pijnlijk. Het is ook een van de redenen waarom pestgedrag zo scherp in de gaten wordt gehouden op een basisschool. Geïsoleerd raken en geen onderdeel kunnen zijn van een groep heeft namelijk zulke kwalijke gevolgen.
Hoe klein het ook lijkt — wel of niet iets eten — dit verlangen zit er volledig in verpakt. Leer dit deel van jezelf herkennen als jouw verlangen naar erbij horen. Het gaat om niet geïsoleerd worden, niet tekortgedaan worden, maar net zoveel plezier kunnen hebben als iedereen daar.
De gedachte ‘ik heb het verdiend’ had ik zelf ook. Als je die verkent, zie je dat die samenhangt met hoe je je op dat moment voelt. En met hoe je eerder die dag met jezelf bent omgegaan. Veel sociaal eten gebeurt natuurlijk ’s avonds.
Soms gaat het om een kerstontbijt of paasontbijt. Maar veel sociaal eten is ’s avonds: een etentje, een borrel, of een verjaardag ergens in de middag. Wat je daarnaartoe meebrengt, is hoe je die dag eerder met jezelf bent omgegaan. Misschien ben je gewend om met eten te compenseren. Je beloont jezelf dan met eten, als tegenhanger van onder druk zetten, onvoldoende pauzeren of jezelf overvragen.
Dan kom je dat hier tegen in hoe je aankomt op die verjaardag. Eten wordt dan de highlight van de dag. Het is de beloning die op je wacht nadat je jezelf de hele dag onder druk hebt gezet en overvraagd hebt. Misschien ben je ook in allerlei gaten gesprongen om iedereen naar de zin te maken.
En nu ben jij eindelijk aan de beurt, en wil je met rust gelaten worden — zeker door jezelf. Wat eerder die dag nog voelde als ‘dit is hoe ik vanavond met eten wil omgaan’, staat ineens niet meer. Het klopt niet meer, want dat idee staat niet in verhouding tot wat je die dag allemaal hebt ingeleverd.
Dat zijn de momenten waarop je naar iedereen luisterde, behalve naar jezelf. Het zijn de momenten waarin je voor iedereen klaarstond, behalve voor jou. Nu is het moment waarop je zegt: maar nu ben ik aan de beurt, en nu is het klaar. Ik wil geen enkel verzoek meer horen van mezelf. De bereidheid die eerst nog voelde als je ware verlangen, is verdwenen. Dat verlangen was: dit is hoe ik vanavond met eten wil omgaan. Je bent van gedachten veranderd, want het staat niet in verhouding tot hoe de dag is verlopen.
Jouw ware verlangen laat hier iets zien over hoe je met jezelf omgaat. Het laat ook zien hoe je in je gedragspatronen gewend bent dat te compenseren met de beloning van eten. Die beloning kom je opeisen — die lever je niet in. Als je hierbij een gevoel hebt van vermoeidheid, van stress die zich nog wil ontladen. Of van voor iedereen hebben klaargestaan maar niet naar jezelf hebben geluisterd. Dan zit daar ook een verlangen in dat zich wil inlossen: jij mag nu eindelijk genieten.
Want dat mocht de hele dag niet. Die disbalans wordt hier gecorrigeerd.
De laatste gedachte is: dit kan nu wel. Die had ik zelf ook. Ze verwijst naar de dieetmentaliteit waarin je leeft. Je houdt bij hoe je eet, hoeveel je weegt en hoeveel je sport. En je houdt bij of je dit — deze hoeveelheid calorieën — wel kunt hebben binnen de marges die je jezelf toestaat. Daarin controleer je: je controleert je lichaam, je gewicht, je uiterlijk.
Wat zo lastig is aan deze gedachte, is het volgende. Het actieve food tracken, punten tellen of calorieën tellen doe je misschien niet meer. Het kan zijn dat je dat allang hebt opgegeven, omdat je zag dat je daar niet gelukkig van werd. Maar wat is overgebleven, is dat je stilletjes, op de achtergrond, toch blijft bijhouden hoe je met eten omgaat.
Dat blijven bijhouden hoe je met eten omgaat, wordt gedreven door je behoefte aan controle. En daaronder zit een verlangen naar veiligheid. Je wilt je veilig voelen. En je gelooft nu nog dat er maar één manier is om je veilig te voelen in je omgang met eten. Die manier is: bijhouden wat je eet en hoeveel je beweegt.
Je denkt alvast vooruit: oké, als ik dit nu eet, dan kan ik dit nu wel hebben. Maar dan eet ik dat morgen niet. Die controle is eigenlijk niet de manier waarop je veiligheid wilt realiseren. Het verlangen naar veiligheid ligt daaronder. Maar in je eigen denken bestaat er nog geen andere werkelijkheid dan controleren of loslaten.
Controleren voelt onprettig en ongewenst. Maar dan word je in ieder geval niet zwaarder — je houdt je verlangen naar eten eronder en onderdrukt het. Loslaten betekent in dat denken steeds zwaarder worden, en dat voelt onveilig. Wat je nog niet kent, wat je nog niet hebt leren vormgeven, is het volgende. Een veiligheid in jezelf die een overmatig verlangen naar eten oplost.
Zodra je die veiligheid wel vindt, ontdek je dat je die controlemiddelen niet meer nodig hebt. Denk aan bijhouden hoeveel je weegt, bijhouden hoeveel je eet. Dat is nog onbekend terrein. Eigenlijk net als bij ‘ik ben niet op dieet’ is de definitie van een nieuwe relatie met eten nog niet geformuleerd. Ook een nieuwe identiteit daarin is nog niet geformuleerd.
Bij ‘dit kan nu wel’ hou je nog vast aan een reken- of meetsysteem. Ook als je dat doet zonder apps of dieet, zit het al lang in je hoofd. Je weet precies wat je aan het doen bent, zonder dat je daar nog een dieet bij nodig hebt. Het zijn angstgedreven keuzes, waar vaak perfectionisme in meespeelt. Je hebt nog niet kunnen voelen hoe veiligheid en vrijheid kunnen samengaan met vitaliteit. En met je heerlijk voelen in je lichaam, zonder dat je daarvoor steeds zwaarder wordt.
Bij deze vier gedachten herken je dus steeds dezelfde vragen. Hoe ga je om met je gevoelens, met je zenuwstelsel, met jezelf? Hoe denk je over je omgang met eten, en over jezelf daarin? Dat hangt samen met de definitie van de relatie met eten waar je naar verlangt. En met jouw ideeën over wie jij bent in die omgang. En met de vraag of je jezelf wel of niet met eten kunt vertrouwen.
Het gaat ook over of jij alleen met behulp van een dieet kunt voorkomen dat je steeds zwaarder wordt. Elk van deze gedachten hangt samen met de dopamine-respons in je brein. Het onderscheid leren maken tussen honger en schijnhonger, tussen schijnverlangen en ware verlangen, is hier de sleutel. Dat is de weg waarlangs je een nieuwe omgang met eten kunt creëren.
In Etenslessen doe je dat met mijn vijfstappenproces: daarmee haal je dit uit elkaar. Zo maak je een overmatig verlangen naar eten kleiner, omdat je steeds beter leert je ware verlangen daaronder te adresseren. Dan kun je een hele avond op een borrel staan. Ook al ben je misschien moe, verlegen, of voel je je wat opgelaten.
Het kan een netwerkborrel zijn, waar je graag gezien wilt worden en een goede indruk wilt maken. Je voelt daar je onzekerheden. Of je bent op een familiebijeenkomst waar dat ene familielid bij is dat precies op je knoppen drukt. Dat kun je allemaal tegenkomen, en tegelijkertijd toch de keuzes maken die een afspiegeling zijn van je ware verlangen.
Hoe je werkelijk met eten wilt omgaan, bepaalt dan je keuzes. Daardoor verdwijnt de spin-off van te veel eten, onbewust eten en achteraf onvrede voelen. Of een eetbui krijgen omdat je de voldoening niet vond die je zocht. Die hele nasleep, die soms dagen of weken kan duren, gaat er dan helemaal uit.
Deze verdieping in de relatie met jezelf is het daadwerkelijke goud. Dat staat los van je omgang met eten zelf. Het gaat om het gevoel dat het je zo blij zou maken als je op deze manier met eten kon omgaan. Dat is een van de dingen die je dan in je zak kunt steken: dat je dat hebt.
Dat je dat kunt, dat je over die vaardigheid beschikt. En daarnaast steek je in je zak dat je jouw ware verlangens weet te adresseren. En te verzorgen in de relatie met jezelf. Dat is de ultieme vrijheid: niet alleen de vrijheid van overeten. Maar ook de vrijheid die je voelt in een relatie met jezelf waarin je zo goed voor je ware verlangens kunt zorgen.
Dit is wat ik voor je had in deze les. Laat het je inspireren. Meld je aan voor mijn wachtlijst als je zegt: ik wil die volgende stap nu ook zetten en die hele ontwikkeling doormaken. Ga naar Etenslessen.com om je aan te melden. Ik wens je een hele mooie week. Ik ben er volgende week weer. Tot dan!
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.