Als je naar iets nieuws verlangt, begint dat met een verkenning. Wat past niet meer? Waar verlang ik naar? In deze aflevering ga ik niet in op het onderwerp eten, maar alles daaromheen. Als je tijdens de feestdagen dicht bij jezelf blijft, wordt het gemakkelijker om overeten los te laten. Maar hoe blijf je dicht bij jezelf? Ik vertel hoe dat er voor mij uitziet en geef een paar hulpvragen als kompas die je ook op eten kan toepassen. Je lichaam vertelt je dan precies wat bij je past en voor je werkt. Als je openstaat voor de verkenning van iets nieuws, gaat deze aflevering je helpen. Ik ben benieuwd wat je ontdekt.
Hallo, hoe is het? Hoe gaat het met je? Ik klink nog wat groggy. Ik heb nog niet zoveel gezegd vandaag. Ik ben nog maar net uit bed en ik heb een mooie aflevering voor je. Ik wil het met je hebben over de feestdagen en overeten en daarna kijken.
Het is een jaarlijks terugkerend onderwerp in de podcast en logischerwijs, omdat er veel eten is en de traditie van de feestdagen is dat je die viert met eten, met de gezelligheid van eten, de sociale factor van eten. Elk jaar belicht ik het onderwerp net iets anders, omdat ik ook weer net iets anders ben en zelf ben gegroeid, als coach ben gegroeid.
Dit jaar merk ik dat voor mezelf de feestdagen nog meer gaan over een verandering, een vernieuwing en daarin naar mezelf toe bewegen. Als je overeten wilt loslaten, kun je niet blijven wie je bent. Wie je nu bent, daar zit dat patroon van overeten in, of hoe dat er voor jou ook uitziet, jouw onvrede over je omgang met eten, dat zit daarin.
Als je dat eruit wilt hebben, vindt er een verschuiving plaats in je hele patroon van functioneren en daarmee in relatie met jezelf. Op dit moment in mijn eigen leven ben ik het afgelopen jaar, net iets daarvoor, ik weet niet meer precies omdat het ook samenging met de kankerbehandeling van Bob en het was een hele turbulente tijd, wat ze noemen een empty nester geworden.
Nu allebei mijn kinderen het huis uit zijn, ervaar ik mijn nest niet als leeg. Mijn nest voelt alleen anders, niet leeg, maar anders. Dat andere nest geeft mij ruimte om te ontdekken: hé, waar kom ik op uit als de feestdagen niet meer gaan over wat ik mijn kinderen graag zou willen geven aan herinneringen en ervaringen over hun jeugd en samenleven met hun ouders en thuis en hoe de feestdagen thuis werden gevierd.
Maar wat vier ik zelf? Hoe vier ik zelf? Als die intentie er niet meer is. Waar beweeg ik dan naartoe? Dat ziet er op dit moment uit als een kerstboom die in de tuin is beland. Het is zo bijzonder wat er gebeurt als je een patroon wat je jarenlang hebt gehad, opnieuw gaat verkennen vanuit de vraag: past dit nog? Wil ik dit nog?
Soms ontdek je dan dat iets eigenlijk al veranderd is, maar je had het nog niet door. Dat was wat ik tegenkwam. Ik was naar het tuincentrum gegaan en ik dacht: wat wil ik zelf? Wat wil ik voor mezelf? Ik bedacht dat ik mijn huis wel gezellig wilde maken. Ik wilde iets van groen in huis.
Ik ging naar het tuincentrum en er was zo’n enorm dorp gebouwd met allemaal figuurtjes en treintjes en poppetjes en verschillende stijlen van gedecoreerde kerstbomen. Ik ging daar met mijn kar doorheen en er belandden dingen in mijn kar, maar geen ornamentjes.
Ik zag al die ornamenten, al die verschillende soorten ornamenten en ik liep er langs en ik dacht… Ik heb mijn eigen ornamenten allemaal uitgeleend aan Bodine, die gaat een kerstfeest geven in haar nieuwe huis met al haar vrienden. Ze vroeg of ze mijn decoratie of onze decoratie kon lenen. Ik vond het prima.
Ik dacht: weg ermee. Ik heb al jaren tegen dezelfde kleuren aangekeken en dezelfde ornamenten aangekeken. Neem mee. Leuk. Geniet ervan. Dus de vraag was nu: wil je dan nieuwe? Wil je dan andere? En welke zou je dan willen? Wil je hout? Wil je naturel? Wil je disco van alles? Wil je traditioneel Engels? En alles was nee.
Uiteindelijk kwam ik bij de afdeling waar je zelf spullen kunt kopen om kerstkransen te maken of kerststukjes te maken. Daar ging ik van aan. Ik kocht een aantal van die gevlochten kransen, waar je dan van alles aan vast kunt maken. Ik werd heel blij van alle materialen van besjes en dennenappels en takjes en verschillende soorten groen.
Ik deed dat allemaal in mijn kar en ik dacht: ik heb nog nooit zo’n krans gemaakt. Ik kocht ook oase waarvan ik later iemand op Instagram hoorde zeggen dat het bestaat uit microplastics en toen dacht ik: jammer. Dat wist ik niet, dan had ik dat niet gekocht.
Ik ben naar huis gegaan met al die materialen en ik kocht ook een kerstboom. Toen ik die kerstboom bezorgd kreeg, zette ik hem in de woonkamer en ik deed er eerst lichtjes in, want die had ik ook gekocht in het tuincentrum. Maar ik vond de lichtjes niet mooi.
Ik weet niet hoe het voor jou was, maar als kind hadden wij thuis alleen die gewone elektrische lampjes, de lampjes van vroeger. Ik geloof dat het in het Engels incandescent light heet in plaats van de ledverlichting van nu. Die ledlampjes, ik weet niet wat jij ervan vindt, maar die ledlampjes die ik zie in het tuincentrum doen me allemaal een beetje denken aan supermarktlicht.
Het is kunstmatig licht wat een soort schel randje heeft erin, een schelle kant die me aan de supermarkt doet denken, supermarktverlichting. Ik vind het niet fijn om tegenaan te kijken. Op de doos staat er dan classic, warm, klassiek warm licht of klassiek goud licht. Op het plaatje ziet dat er mooi uit, maar op de boom die in het tuincentrum staat, het voorbeeld ervan, zie ik weer die supermarktverlichting.
Uiteindelijk heb ik toch iets gekocht omdat ik dacht: een boom zonder lichtjes geeft niet die glans en die gloed in de woonkamer. Dus ik heb lichtjes gekocht, lichtjes waarvan ik dacht: die kunnen misschien nog het beste werken. Toen de boom werd bezorgd heb ik die lichtjes erin gedaan en ik keek ernaar.
De waarheid die er al was voordat ik die lichtjes kocht, namelijk dat ik het niet mooi vind, dat het me niet aanspreekt, dat ik er niet naar wil kijken. Dus zag ik wat ik al wist, maar waar ik niet naar luisterde: dat ik het niet mooi vond.
Ik heb de lichtjes er weer uitgehaald, teruggebracht naar het tuincentrum de volgende dag en de boom even een dag zo laten staan, zonder verlichting. Ik heb er wat gedroogde sinaasappelpartjes tussen gestoken en gekeken. Zou dit kunnen werken? Zou ik dit mooi kunnen vinden? Decoratie, natuurlijke decoraties, zonder lichtjes.
Maar ik zag hoeveel werk het zou zijn om die boom daar helemaal mee te versieren en ik had er geen zin in. Dus die waarheid kwam ook naar boven. Ik heb hier geen zin in. Toen heb ik de boom de tuin ingesleept. Ik had hem al vastgezet in een bakje met water, vastgeklemd, gespiest op een bak met water en plantenvoeding.
Of boomvoeding en ik heb de boom aan de takken getrokken en voorzichtig naar buiten getrokken, over de drempel gewerkt, de tuin in en op mijn terras gezet. Toen stond hij daar en ik ben er vanuit mijn woonkamer naar gaan kijken en ik dacht: dit komt nog het dichtst in de buurt van wat ik voel wat voor me klopt.
Interessant, een kerstboom die je niet optuigt. En die je in de tuin laat belanden. Maar dat was mijn waarheid. Dat was mijn waarheid. Ik verlangde naar iets natuurlijks, heel natuurlijks. Toen ben ik muziek gaan draaien en heb ik een kleed gelegd op mijn eettafel en een krans voor me neergelegd en al die spullen die ik had verzameld neergelegd en het wikkelijzer waarmee je dan de takjes vast kunt maken aan zo’n krans.
Ben ik mee gaan experimenteren met een tuinschaar en touw en ik verzamelde spulletjes en ik draaide muziek. Ik ging naar binnen toe om te voelen: wat kom ik tegen hierin? Want blijkbaar was er een verlangen om met mijn handen te werken. Om iets met mijn handen te maken.
Blijkbaar was er ook een verlangen om iets nieuws te ontdekken, iets nieuws te laten ontstaan. Dus tussen die kerstjaren waarin ik een boom versierde voor de kinderen en pakjes eronder legde voor de kinderen omdat ik een idee had in mijn hoofd over de herinneringen die ik ze wilde geven, was ik nu nieuwe herinneringen aan het ontdekken die ik blijkbaar voor mezelf wil creëren. Voor mij. Voor mij.
Bob kan ervan meegenieten als hij dat doet. Maar dit was wat ik wilde. Muziek luisteren en ondertussen met mijn handen werken en iets nieuws ontdekken. Zoals het meestal gaat als je iets maakt wat je iemand op Instagram hebt zien doen die het vakmatig doet, lijkt het gemakkelijker dan het is.
Want je ziet het die bloemist doen en die laat het in een versnelde reel zien. Dit is hoe je een krans decoreert. Dat had ik nog wel gedaan. Moet je eens kijken. Hoe doet iemand anders dat? Ik had het op Home and Garden UK gevonden. Ik zag prachtige kransen, mooie natuurlijke kransen die de natuur in huis halen. Dat was precies waar ik naar verlangde.
Dat waren al die besjes en dennenappels en alles wat ik had gekocht was echt van de natuur, de winternatuur. Hoe je de winternatuur in huis kunt halen. Ik wilde daar ook geen kerstballen tussen hebben, niets kunstmatigs. Alleen maar takjes, besjes, bladeren, groen. Alles wat lekker ruikt.
Mijn tafel rook verrukkelijk. Ik had een aromabrander aangezet met water en essentiële sinaasappelolie, wat ik een verrukkelijke geur vind. Er was een kaarsje aan het branden en die geur verspreidde zich door de woonkamer, samen met de geur van de dennentakken. Hier was ik aan het stoeien. Met iets wat lastiger bleek dan ik had gedacht.
Ook dat kwam ik daarin tegen. Iets nieuws creëren brengt altijd obstakels met zich mee, brengt altijd ongemak met zich mee, brengt ook ongeduld met zich mee. Want het stapelen van kleine bosjes, want dat is eigenlijk hoe het in elkaar bleek te zitten, je maakt kleine boeketjes, althans als je wilt maken wat ik wilde maken, wat ik die bloemist had zien doen, dan maak je kleine boeketjes, combinaties die je uiteindelijk over elkaar heen overlappend stapelt op zo’n krans en vastmaakt.
Dan krijg je een prachtig geheel van een patroon wat zich enigszins herhaalt. Wat ik mooi vond was als het er grillig uitziet en niet te gestileerd, maar wel iets van een patroon erin wat het tot een geheel maakt.
Ik was ermee aan het stoeien en eigenlijk na drie boeketjes vond ik het ineens niet zo leuk meer, omdat ik zag: het heeft een repetitief element in zich. Ik moet nu iets gaan herhalen en dan kun je dus ineens zien: deze drie boeketjes maken was best wat moeite. En ik moet er nog zeven. Dan is het ineens een taak.
Ook dat waarnemen, voelen, ongeduld, herkennen dat ik mezelf vertel dat ik iets moet, teruggrijpen naar: maar als het is wat ik wil, dan is dit het geduld wat ik daarvoor nodig heb. Dus opnieuw me afvragen: wil ik hiermee doorgaan? Ik mag ook stoppen. Mag ik het hierbij laten? Gewoon zeggen: ik vond het niet leuk meer.
Ik kan ook de boeketjes laten, het niet doen, en gewoon wat takjes gaan wikkelen en zeggen dat hele patroon hoeft niet. Toch kwam ik uit bij: nee, ik wil een kopje thee zetten, even naar buiten staren, en dan weer door. Toch al die boeketjes afmaken. Toch een volgend boeketje maken, want ik wil het eindresultaat zien.
Zie je dat ik daarmee heel dicht bij de complete ervaring van de verandering bleef, bij de complete ervaring van het verlangen? Namelijk om iets met mijn handen te maken en iets wat ik had gezien, een bepaald visioen, een beeld dat iemand me voor had gedaan, nabootsen voor mezelf en ontdekken wat daarin te ontdekken valt. Het ongemak wat ik tegenkom omarmen.
De basis van zo’n krans was mos. Ik was als kind altijd dol op mos. Ik vond mos, mos deed me altijd denken aan een sprookjesbos. Kinderen Hans en Grietje gingen op het mos liggen slapen. Een prinses valt in slaap op het mos en mos was voor mij als kind altijd direct verbonden aan sprookjes en aan de magische wereld van de natuur en ook ergens de geborgenheid misschien van de natuur. Een bed van mos.
Ik had een kistje met mos gekocht en het was heerlijk om het vocht en de warmte die het mos blijkbaar vast had gehouden in dat kistje, om die onder mijn handen te voelen, die krans daarmee te bekleden en de hele ervaring was daarmee ook heel zintuigelijk. Dat was bijzonder. Het was het helemaal waard.
Dat verlangen wat ik had gevoeld bleek daadwerkelijk substantie te hebben. Dat had ik in mijn hoofd niet bedacht. Ik wist niet dat ik dat ging tegenkomen. Ik wist niet dat dat erin zat. Ik wist alleen dat ik een verlangen voelde om iets met mijn handen te maken.
Toen ik dit deed, ontdekte ik: die zintuigelijke ervaring, dat mos, dat warme mos in mijn handen voelen, die laagjes. Ik heb het mos ook afgeknipt. Ik moest het draperen om die krans heen en vastmaken. Dat is bijzonder. Ik heb in geen jaren op die manier interactie gehad met natuur. Het was bijzonder.
Uiteindelijk kwamen de kransen af. Ik had wel linten gekocht omdat ik het mooi wilde kunnen ophangen. Het ophangen werd uiteindelijk een strik van een lint en al met al werd het echt kerst. Zo kerst. Het was zo leuk om te doen. Het werd steeds leuker.
Toen vond ik ook ergens in huis, en ik was vergeten dat ik het had, een lijmpistool. Ik besloot dat ik een krans wilde maken voor mijn dochter, voor haar voordeur. Ik liet het haar zien. Ik vroeg natuurlijk of ze het leuk zou vinden en het leek haar geweldig. Ik stuurde haar een foto. Ik zeg: mama found a gun.
Toen hadden we lol met elkaar over de app, want zij weet precies wat ik bedoel. Zo’n lijmpistool geeft ineens hele nieuwe mogelijkheden van hoe je kunt spelen met die materialen en dan natuurlijk ook mogelijkerwijs helemaal doorslaan in wat je daarmee kunt doen. Ik heb er pepertjes op vastgemaakt. Ik had ook van die mooie gedroogde mandarijntjes gekocht waar met een mesje allemaal vormpjes in waren gedrogen.
Het waren padjes geworden, gedroogde padjes van limoenen, limoentjes en mandarijntjes, sinaasappelschijfjes, pepertjes, alles kwam op die krans. Ik stuurde Bodine steeds een volgende versie van de krans waarvan ik eerder had gezegd: hij is af. Toen kwam er toch nog wat bij. Nee, nu is hij af. Toen kwam er nog meer bij. Nu is hij echt af.
We hadden dikke pret. Maar dit was dus echt voor mezelf. Ik deed het voor mezelf en ik wist van tevoren niet waarom ik verlangde naar de natuur, waarom ik geen kerstballen wilde, waarom ik uiteindelijk hierop uitkwam, maar de complete ervaring had ik niet kunnen bedenken, maar het was precies waar ik naar verlangde en het was voor mezelf en met mezelf.
Daarmee ervaar ik geen empty nest. Het is alleen een ander nest. Nog steeds even vervullend en verrassend, verkennend, wat natuurlijk het opvoeden van kinderen ook is. Er zit een element in van discipline. Want als je iets leuks wilt, als je iets nieuws wilt, dan ontkom je er niet aan om je over te geven aan de inspanning die het van je vraagt.
Dat is het natuurlijk ook met een leeg nest. Ik gebruik zelf die woorden niet. Ik zie mijn huis ook niet als een nest. Maar dit, dat naar jezelf toe bewegen. Wat voel ik? Wat wil ik? Wat is mijn waarheid?
Dat speelt ook, en nu kom ik uit bij overeten en de feestdagen, dat speelt ook een rol in de feestdagen. Tijdens de feestdagen, als je niet wilt overeten, is het zo belangrijk dat je naar jezelf toebeweegt en je afvraagt: wat is mijn waarheid? Wat wil ik verkennen als ik niet herhaal wat ik altijd heb gedaan?
Als ik dat patroon van overeten tijdens de feestdagen, deze feestdagen niet wil meenemen, dan heb ik een verkenning nodig van iets nieuws. Mogelijk ga je daarin, precies wat ik tegenkwam met het maken van die kerstkransen, ongeduld tegenkomen, weerstand tegenkomen in jezelf en ongemak. Ongemak, verschillende vormen van ongemak.
Ik heb er een aantal voor je verzameld. Ik nodig je uit om als kompas, als je die nieuwe verkenning wilt doen de komende dagen, van feestdagen zonder overeten, om het kompas te gebruiken van de vraag: wat zegt mijn lichaam? Wat voelt waar voor mij?
Wat is de waarheid die ik in mijn lichaam kan voelen over de aankomende dagen? Want als je, en nu praat ik niet overeten, maar over alles eromheen, als je kijkt naar die dagen en de aanloop naar die dagen, wat vertelt je lichaam je dan? Ben je moe? Ben je gestrest? Ben je aan het hollen en vliegen?
Voel je een gemis omdat je onvervulde verlangens aankijkt? Hoe je denkt dat die dagen eruit zouden moeten zien, maar er voor jou niet uit kunnen zien, omdat je omstandigheden niet aan het plaatje in je hoofd voldoen. Wat is jouw waarheid? Heb je je gecommitteerd aan iets wat in je hoofd een verplicht nummer is, waarvan je denkt: ik kan het niet maken om niet te gaan, ik kan het niet maken om nee te zeggen.
Is dat ook wat je vorig jaar dacht? Is dit ook wat je jezelf vorig jaar vertelde? Want daar begint de verkenning. Jouw lichaam weet waar je ware verlangen over gaat.
Misschien verlang je naar eerlijkheid. Misschien verlang je naar een geborgenheid in jezelf. Misschien verlang je naar de toestemming om nee te mogen zeggen. Misschien verlang je naar de toestemming om stil te mogen zijn en niet gezellig. Jezelf een rolletje opleggen van: nu moet je gezellig zijn, gezellig doen. Je mag anderen niet teleurstellen.
In de laatste coachsessie die ik gaf was dat een van de sessies in het coachuur. Die zei: ik wil niet alleen zijn. Ik wil niet thuisblijven. Ik ben de laatste tijd al veel thuis en ik denk dat het goed voor me is om onder de mensen te zijn en naar een feestje toe te gaan waar ik voor ben uitgenodigd.
Ik denk dat het goed voor me is om te gaan, maar hoe ik me voel is niet zo goed. Ik weet dat als ik mezelf dwing om daar te zijn en gezellig te doen, te zorgen dat mensen blij zijn dat ik er ben en me leuk vinden en me waarderen, mijn aanwezigheid waarderen, en ik ga ervoor werken om dat te verdienen, dan ga ik eten, ga ik overeten. Dat wil ik niet. Maar thuisblijven en me isoleren wil ik ook niet.
Dus ging de coaching over het onderzoek van deze verkenning voor haar. Als ik het terugbreng naar de metafoor van die kransen die ik maakte en wat ik daarin tegenkwam en het ongemak wat ik daarin tegenkwam, maar waarin ik wel aangesloten bleef bij mijn verlangen naar alleen zijn, met muziek, met mijn handen werken, met mooie geuren van de natuur.
Haar verlangen was om onder de mensen te zijn en de waarheid in haar lichaam was: maar de energie waarvan ik denk dat ik die dan mee moet brengen, die is er niet. Dus hebben we in die sessie verkend hoe ze een nieuw patroon kan ontwikkelen daarin van onder de mensen mogen zijn, maar zonder in een rolletje te stappen.
Zonder zichzelf daarin te forceren en iets van haarzelf te vragen wat niet in integriteit zou zijn met haar ware gevoel. Het was een prachtige sessie en het was natuurlijk ook een sessie waar iedereen die dat observeerde direct ook zichzelf in kon herkennen en dat wat we vaak associëren met de feestdagen. Nu moet het gezellig zijn. Nu gaan we met elkaar genieten. Dit moet leuk worden voor iedereen.
Wat kun jij tegenkomen als je naar de waarheid gaat in jouw lichaam en je realiseert dat je misschien tijdens de feestdagen veel eten om je heen hebt of verlangen naar eten zult voelen, vanuit je dieethoofd ook de toestemming zult voelen van: nu mag het, want dit zijn de feestdagen. Wat is dan de waarheid? Wat is het nieuwe patroon in jou wat je wilt gaan verkennen?
Misschien ben je gewend om jezelf in situaties te zetten waarin jij niet wordt gekend, niet echt wordt gezien en je ook niet kunt verwachten dat je echt wordt gekend en gezien, omdat je je omringt met mensen die dat niet te geven hebben. Wat is dan jouw waarheid? Hoe wil je daarmee omgaan? Wat zou het nieuwe patroon kunnen zijn voor je daarin?
Soms is alleen al de erkenning naar jezelf, in jezelf, op dat stuk genoeg om een andere beleving te hebben. Om dit tegen te komen in het samenzijn met die mensen, maar je gezien te voelen door jou en erkend te voelen daarin door jou. Kan dat genoeg zijn.
Misschien ontdek je ook dat die erkenning naar jezelf er al langere tijd is en deze situatie opzoeken gewoon niet meer voor jou past. Zover uit integriteit is met jezelf, dat je daarmee over een grens gaat. Een grens die zich niet meer laat negeren door je. Beide kunnen waar zijn. Alleen jij weet dat. Alleen jij weet wat voor jou klopt en wanneer je jezelf misschien wijsmaakt dat je hier heel oké mee bent, maar dat eigenlijk niet bent.
Een van de redenen waarom ik nooit moe word van het onderwerp overeten, is dat eten zo’n zuivere verklikker is. Eten is als een rookmelder die afgaat. Overeten is de rook, maar niet het vuur. Waar we nu over praten is zo’n mooi voorbeeld van de verleiding van eten die op zich helemaal niet zoveel macht over je heeft als je soms kunt denken dat de verleiding van eten kan hebben.
Als je dicht naar dit vuur toe beweegt, van de waarheid in je lichaam, de waarheid die je misschien negeert, een grens die je in jezelf forceert en waar je overheen gaat, dan kun je zien: ik kom hier niet meer mee weg, want als ik mezelf in die situatie zet en over mijn grenzen ga, dan is de compensatie eten om te vergeten dat ik dat doe.
Eten om uit te checken dat ik mijn grenzen niet respecteer en dat ik uit integriteit ben. Als ik uit integriteit ben, is dat zo pijnlijk dat ik moet eten om het te vergeten. Wat ook waar is voor jou, eten en overeten zal je laten zien of je er nog vanaf zit. Of er nog iets voor je te ontdekken valt daarin.
Soms zijn er ook gezelschappen waarin de cultuur is: we blijven aan de oppervlakte. We overeten allemaal en we overdrinken allemaal. Daarin zijn we precies op de laag waarin we niet in contact hoeven te komen met onszelf. Niet echt. Want op die plek is er zoveel niet aangekeken, niet gehoord. Er is nooit contact geweest daar op die plek. Kosten wat het kost, blijven daar met zijn allen uit de buurt.
De vraag is of je je daar toe kunt verhouden, wilt verhouden, of dat voor jou nog past. Of je daar bij aan kunt sluiten nog steeds of dat niet meer wilt. Welk contrast je daar dan in tegenkomt.
Soms is dat een ervaring van isolement, een samenzijn en toch je alleen voelen. Alleen zijn, geen gezelschap hebben en de verkenning daarvan, als je die niet verdooft met eten, gaat natuurlijk over het ontdekken van jouw compleetheid in het gemis van samenzijn met anderen. Jouw compleetheid kan naast gemis bestaan.
Als beide naast elkaar kunnen bestaan en je verkent het samenzijn, of de compleetheid bedoel ik, en je verkent de compleetheid in jezelf naast het gemis, dan mag beide waar zijn. Soms is dat wat ik in de coaching zie wat we lastig kunnen vinden of nog nieuw, wat we als nieuw kunnen ervaren: dat dat naast elkaar kan bestaan.
Een onvervuld verlangen van samenzijn, misschien verlangen naar een partner of gezelschap of familie die er niet meer is of familie die niet meer past. Het alleen zijn, gekozen of ongekozen en daarin je ook kunnen verbinden met de compleetheid van zijn met jezelf. Dat wordt dan de verkenning van jouw krans, zou ik willen zeggen, als ik in die metafoor blijf.
Maken van die krans, iets nieuws daarin voor jezelf gaan ontdekken en dat gaan verkennen. Dus terug naar de vraag: wat vertelt jouw lichaam? Dat is een kompas wat je kunt gebruiken de komende feestdagen om af te tasten wie je aan het worden bent, welk patroon je los wilt laten en welke verkenning dan nodig is en wat je daarin bereid bent allemaal tegen te komen.
Ik wens je heerlijke feestdagen, mooie feestdagen met alles, alles wat daarin voor jou voorbij komt. Ik ben er volgende week weer. Ik wens je een heerlijke dag. Tot dan.
Vond je deze aflevering waardevol? Download dan mijn gratis e-boek Etenslessen. Het is de volgende stap in het oplossen van overeten. Ik geef je in het boek een aantal onmisbare inzichten, maar ook een aantal praktische stappen waarmee je afvalt zonder dieet.
Als je meer wilt dan alleen theoretische kennis, gaat mijn boek je daar zeker bij helpen. Ga naar mijn website en vraag daar jouw gratis e-boek aan. Je vindt deze via etenslessen.com.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.