Je wilt niet meer op dieet. Maar de vrijheid die je daarmee claimt kan je soms moeilijk hanteren. Als je elk impulsief verlangen naar eten beloont, merk je dat je regelmatig te veel eet en steeds zwaarder wordt. Maar als je dit probeert te voorkomen blijf je automatisch calorieën tellen en bijhouden wat je eet. Geen van beide voelen goed.
Hoe kom je nou uit bij de vrijheid waar je naar verlangt? En kan die vrijheid samengaan met een gewicht dat voor jou goed voelt en klopt? Ik bespreek de antwoorden in deze les, waarin de weg naar de vrijheid die je zoekt duidelijk zichtbaar wordt.
Het boek Etenslessen is nagenoeg uitverkocht en er komt een tweede druk. Dat is nieuws om te vieren — en het is extra bijzonder, omdat het boek zijn weg heeft gevonden op eigen kracht, zonder grootschalige promotie. Toen het boek af was, was ik te moe om dat te doen.
In het jaar dat ik het boek afschreef — een proces van drie jaar — zat ik in de nasleep van de kankerbehandeling van mijn man Bob. Het was een zwaar jaar. Hij wilde graag dat ik, ondanks zijn ziek zijn, het boek toch zou afschrijven. Dat wilde ik ook. Maar naast het schrijven had ik ook Etenslessen, workshops, coaching, de podcast, voor hem zorgen en de kinderen opvangen in alles wat zij meemaakten.
Mijn eerste boek was een enorme uitdaging — een gigantische stretch van mijn capaciteit voor grote gevoelens en discipline, en een verkenning van mijn auteurschap. Toen mijn lichaam duidelijk liet weten dat het eerst rust nodig had, heb ik daaraan toegegeven. Ik wist: het boek zal op eigen kracht zijn weg moeten vinden. En dat heeft het gedaan. Een tweede druk, zonder grootschalige promotie, zegt alles over de waarde van het boek.
Van begin af aan, toen ik de podcast Etenslessen begon, waren er verhalen waarvan ik wist: die passen niet in het medium van een podcast. Die horen in een boek thuis. Toen ik door een uitgeverij werd benaderd — wat ik een grote eer vond — wist ik precies waarvoor ik die verhalen had bewaard.
Mijn doel met het boek was niet alleen de methodiek van Etenslessen overdragen, maar die methodiek verrijken met de juiste verhalen. Verhalen die de methodiek tot leven brengen, waarmee je je verbindt, zodat de inzichten gemakkelijker van jou worden. Dat is de kracht van kennis combineren met verhalen.
Toen ik begon aan het schrijven, wilde ik het liefst dat het een meesterwerk werd. Ik had dertig jaar lang bestudeerd hoe je overeten oplost — niet alleen bestudeerd, maar ook doorgrond, doorleefd, en daarna duizenden mensen persoonlijk begeleid. Als je dat wilt samenvatten in één boek, voel je een gewicht op je schouders waar je bijna onder bezwijkt. Je ego zwelt op van zo’n opdracht.
De belangrijkste les die ik in dat proces leerde, was overgave. Ik moest aanvaarden: je kunt alleen het boek schrijven zoals je dat nu kunt, vandaag, zoals het er vandaag uitkomt. Dertig jaar studie is inmiddels omgezet in viscerale kennis — kennis die als het ware in je lichaam zit. Jij en die kennis zijn één. De vezels van je wezen bestaan uit die kennis, en alles wat je schrijft is daarmee doordrenkt.
In die overgave ben ik gestapt, en het was een prachtig proces. Ik ben op mijn elfde begonnen met schrijven en daar nooit meer mee gestopt. Ik hou van schrijven en van lezen — en ik wist wat ik met dit boek voor de lezer wilde: toegankelijk, prettig leesbaar, niet te droog maar ook niet zo verhalend dat je daarna niet weet wat je hebt geleerd. Precies de balans tussen leren, begrijpen, voelen en meegenomen worden.
In deze les wil ik een brug slaan tussen het loslaten van diëten en het vinden van vrijheid in je relatie met eten. Want als je stopt met diëten en kiest voor vrijheid, kun je merken dat je die vrijheid moeilijk kunt hanteren. Daar gaan we het over hebben.
Waarom ben je eigenlijk gestopt met diëten? Misschien herken je dit: diëten werken heel goed voor je lijf. Of het nu gaat om calorierestrictie of een leefstijldieet — je lichaam reageert en je valt af. Maar je merkt ook dat je dat dieet maar tijdelijk volhoudt. Op den duur ontstaat er spanning tussen jezelf en je verlangens. Je wilt de dingen eten die niet zijn toegestaan, en je kunt die spanning op den duur niet meer dragen in jezelf.
Dan begint de onderhandeling met jezelf. Alleen vanavond stap ik er even uit, morgen pak ik het terug. Alleen dit weekend eet ik gewoon waar ik zin in heb, maandag begin ik weer. Uiteindelijk merk je dat je die kat niet meer terugkrijgt in de zak.
Dan volgt teleurstelling. Je baalt van jezelf en van de moeite die je hebt gedaan. Je merkt dat je langzaam weer aankomt. Naarmate dat vaak genoeg is gebeurd, kom je op het punt waarop je zegt: wie hou ik hier nog voor de gek? Het dieet is mislukt. Het is klaar.
Je haalt het bij jezelf weg. Dat geeft tijdelijk opluchting — de verwachting dat je ‘het moet zien terug te pakken’ valt weg. Maar er is ook diepe teleurstelling, en je vertrouwen in je relatie met eten loopt een deuk op. Soms ook het vertrouwen in jezelf.
Mijn conclusie: diëten werken heel goed voor je lijf, maar niet voor je hoofd. De reden is dat diëten in de kern leefregels zijn — regels voor voeding en drinken. En je hebt als kind geleerd dat je regels niet mag overtreden.
Rond je vierde, vijfde, zesde jaar komt je ego tot ontwikkeling. Je internaliseert de angst voor autoriteit — de politieagent, de directeur, een boze ouder. Je leert jezelf regels opleggen en jezelf bestraffen als je ze overtreedt. Op het moment dat je op het punt staat een regel te overtreden, voel je spanning in je lichaam. Dat is je gezonde, geïnternaliseerde regulatie.
Zo werkt het ook met eten. Het is heel natuurlijk dat je verleiding voelt bij eten. Je loopt over de markt, ruikt vers gebakken stroopwafels, en je brein herkent dat als een waardevolle kans op beloning. Als je een dieet volgt, volgt daarop het betrappen van dat verlangen. Je schrikt van jezelf. Je oerbrein interpreteert die spanning als schaarste — of de dreiging van schaarste — en in reactie daarop wordt je verlangen naar eten groter. Dat is de kern van het probleem.
Er is een alternatief nodig. De omschakeling van restrictie naar vrijheid begint bij het idee van complete vrijheid: jezelf toestaan om alles te mogen eten, altijd. Als je restrictief met eten bent omgegaan, heb je daarin reparatie nodig. Die reparatie gaat uit van het uitgangspunt dat er nooit meer een dieet komt en nooit meer een verbod op voedsel.
De aangeleerde spanning in je relatie met eten — ik moet het goed doen, ik mag het niet verpesten — heeft reparatie nodig. Zolang die spanning er blijft, blijft je verlangen naar eten opgeschroefd. Je blijft altijd meer naar eten verlangen, ook als je helemaal geen honger hebt. En dat leidt tot impulsief eten, te veel eten, eten wat je misschien niet eens lekker vindt.
Soms voelt complete vrijheid heerlijk — als een jong veulen in de lentewei. Er is alle ruimte, geen restrictie meer. Dat kan als een enorme opluchting voelen. Maar vrijheid kan ook beangstigend voelen: als een vrije val.
Als je je verlangen naar eten zo lang hebt onderdrukt, en het door restrictief eten zo uit proporties is gegroeid, kun je bang zijn voor dat verlangen. Dan intimideert de vrijheid en voelt die onveilig. Je denkt: als jij zegt dat ik altijd alles mag eten, dan doe ik dat ook, en dan stopt het nooit meer.
Ik dacht precies hetzelfde. Ik dacht: ik kan die vrijheid niet hanteren. Die gaat bij mij mis. Dat loopt helemaal uit de hand. Dat gevoel was puur en alleen het gevolg van zo lang restrictief eten — er stond zoveel spanning op mijn relatie met eten.
Of je nu uitbundig en blij eet, maar wel te veel en te vaak, en merkt dat je kleding niet meer past en het gewicht op je gewrichten drukt — of je bent bang om aan te komen en durft de vrijheid niet echt te voelen. In beide gevallen merk je dat je de vrijheid moeilijk kunt hanteren.
In het tweede geval ben je misschien officieel niet meer op dieet, maar officieus wel. Want je bent zo goed geoefend in het tellen van calorieën of punten, in het bijhouden van wat je eet, dat je hoofd automatisch commentaar geeft zodra je iets eet wat ‘niet mag’. Achter de schermen gaat het dieet gewoon door.
Je merkt dat je heel erg moe wordt van jezelf. Je wilt jezelf vrijheid gunnen, maar die vrijheid is er eigenlijk nog niet. Dat noem ik dieetmentaliteit — het stemmetje dat constant commentaar geeft op wat je eet.
Damned if I do, damned if I don’t: op een dieet gaat het niet goed, en zonder dieet ook niet. Je belandt in een niemandsland. Wat je nodig hebt, is een kompas — een alternatief dat een afspiegeling is van jouw eigen waarden in je relatie met eten.
Net als na een stukgelopen liefdesrelatie: na veel schade door diëten is er een fase van negativiteit nodig. Weten wat je niet meer wilt, is tijdelijk nodig. Maar het is geen basis voor iets nieuws. Als je met een cynische bril opnieuw begint, zoek je alleen naar bevestiging van wat er mis kan gaan. Je kijkt iemand aan die zijn mond opendoet en denkt: ik wist al genoeg. Dan kun je de nieuwe relatie — die wel bij je past, die je hart waard is — niet meer tegenkomen.
Zo is het ook met eten. De teleurstelling en de rouw van wat niet heeft gewerkt hebben closure nodig. Dat lukt alleen als je creatief wordt en gaat geloven dat er iets heel nieuws voor jou mogelijk is. Dat je jouw relatie met eten helemaal opnieuw kunt inrichten.
De subtitel van mijn boek verwijst naar het stappen uit een toxische relatie met eten. Dat woord gebruik ik normaal niet in mijn coaching, maar ik begrijp waarom het nodig is om die brug te slaan: na jaren van diëten zit er negativiteit en spanning in je relatie met eten. Soms wil je alles loslaten, niet meer nadenken, het overeten negeren — maar vroeg of laat loop je daarin spaak.
Loslaten lukt alleen als je er bewust iets voor in de plaats zet. Je brein heeft nieuwe input nodig. En dat betekent dat het op een gegeven moment tijd wordt om jezelf te vertellen: er is iets heel nieuws voor mij mogelijk. Ik wil van een gespannen, pijnlijke relatie met eten naar een fantastische relatie met eten, en ik geloof dat die voor mij mogelijk is.
Dat vraagt om de ontwikkeling van gezond zelfleiderschap: het initiatief nemen om die nieuwe relatie te bouwen. En de emotie waarmee je je brein met nieuwe ideeën kunt laten komen, is nieuwsgierigheid.
Nieuwsgierig worden naar wat er voor jou mogelijk is. Naar de relatie met eten die helemaal bij je past, die goed voelt — en die je daarom nooit zal hoeven vol te houden. Een dieet moest je volhouden, omdat je de verleiding van eten moest zien te onderdrukken. Er waren altijd twee delen in jezelf met elkaar in gevecht: het deel dat het dieet wilde volgen, en het deel dat de verleiding voelde. Die twee kwamen in conflict, en dat putte je uit.
In een nieuwe relatie met eten — gevormd vanuit jouw waarden, vanuit nieuwsgierigheid en creativiteit — wordt de oorzaak van het overmatige verlangen naar eten opgelost. Je verlangens komen op één lijn. Er is geen innerlijk conflict meer. Dat is de sleutel naar ware vrijheid.
Ware vrijheid is niet: elke eetimpuls zijn gang laten gaan, ook als je geen honger hebt of het je niet eens smaakt. Want dan begint je lichaam te klagen, en dan merk je: dit is het ook niet.
Samenwerken met je lichaam is een goed beginpunt. Je lichaam weet precies welk eten bij je past, wanneer het brandstof nodig heeft en hoeveel. Daarnaast kun je gaan onderzoeken waarom je liever eet dan voelt wat er te voelen valt — en wat er voor je mogelijk is als je die bereidheid om te voelen gaat verkennen. Ook de rol van suiker in je relatie met eten is het bekijken waard: in welke mate is de genotzucht die suiker oproept wenselijk in jouw nieuwe relatie met eten?
Dieetregels verdwijnen pas uit je hoofd als je er nieuwe gedachten voor in de plaats zet. Dat officieuze diëten, die dieetmentaliteit, dat restrictieve denken — het houdt op als je iets hebt gevonden wat beter voelt en meer houvast geeft. Niet omdat een ander je vertelt wat goed voor je is, maar omdat jij zelf hebt ontdekt wat bij jou past.
In mijn programma geef ik je daarvoor de tools en begeleid ik je stap voor stap in het ontwikkelen van zelfleiderschap, zodat je vanuit nieuwsgierigheid en creativiteit jouw relatie met eten opnieuw kunt vormgeven. Zodat je je steeds veiliger voelt in de vrijheid die je jezelf geeft. Zodat de dieetregels langzaam vervagen en verdwijnen.
En daarmee verlies je gewicht dat niet meer terugkomt. Niet omdat je aan het volhouden bent, niet omdat je vastklampt aan regels, maar omdat je van binnenuit verandert. Er komt rust in je hoofd, rust in je lijf en vertrouwen in jezelf. Je lichaam laat langzaam gewicht los — en het komt niet meer terug.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.