→
HET PROGRAMMA
Online coachingsprogramma
Body Empowerment
Verander je lichaamsbeleving
BOek Etenslessen
Lees het boek
Vandaag deel ik alleen mijn persoonlijke ervaring. Niet alleen waar ik in het verleden doorheen ben gegaan, maar ook wat ik nu beleef. Ik schijn het licht op een dieperliggende oorzaak van overeten. Voor mij is het een ontdekking waardoor ik mezelf nu beter begrijp. Soms laat je me weten dat het voor jou voelt alsof ik in je hoofd kan kijken.
Vandaag is het misschien alsof in je lichaam kan kijken, als ik precies beschrijf wat je voelt. In het oplossen van overeten maak je een beweging van bewustwording, naar heelwording en van daaruit naar bloei. Ik hoop dat mijn recente ontdekking, die eerste twee voor je raakt.
Vandaag deel ik mijn persoonlijke ervaring met je. Ik heb recent een ontdekking gedaan die een dieper liggende oorzaak van overeten goed duidt. Ik laat veel van mezelf zien, maar het is het waard.
In het oplossen van overeten maak je een ontwikkeling door. Ik geef daar drie woorden aan: bewustwording, heelwording en bloei. Je beweegt van het een naar het ander. Ik bewoog daar zelf doorheen en beweeg er nog steeds doorheen. Op dit moment lees ik een prachtig boek waarin voor mij een stuk heelwording gebeurt. Ik ben dankbaar voor het boek dat ik zelf schreef: Etenslessen. Daarin deel ik wat ik ontdekte door twintig jaar naar mijn probleem te staren. Ik moest wel: ik wilde de materie van een strijd met eten volledig doorgronden. Ik nam dagelijks de tijd om te staren naar de structuur van dit symptoom, als een tapijt waarvan ik elke vezel tussen mijn vingers heb bewogen. Uiteindelijk wist ik: dit probleem heeft voor mij geen geheimen meer.
In de veertien jaar dat ik sindsdien coach, kon ik niet alleen naar de vezels van mijn eigen overeten kijken, maar ook naar die van mijn deelnemers. Dat gaf me een rijke bagage aan specialisme. Ik ben daarin niet alleen. Er zijn mensen die twintig jaar of langer naar een ander probleem hebben gestaard en zich daar volledig aan hebben gewijd. Op dit moment lees ik het boek Fawning van Ingrid Clayton, over de traumarespons van fawning. Ik wil je daar straks over vertellen. Wat nu zo warm voelt, is dat ik het boek lees van iemand die twintig jaar naar dit onderwerp heeft gestaard. Zij geeft op een kundige manier woorden aan mijn ervaring, zowel op neurologisch niveau als in de situaties die ze zelf meemaakte. Daardoor krijg ik een onthulling van herkenning: oh, dit is het.
Er zijn in mijn leven meerdere momenten geweest waarop mensen die lang naar een probleem hadden gestaard, er woorden aan konden geven. Ik ben geboren eind jaren zestig. In de tijdgeest van mijn strijd met eten hoorde ik bij de lichting meisjes die aan calorierestrictie deden. We probeerden zo iets in onszelf te fixen. Als dat getal op de weegschaal maar klopte, viel er iets op zijn plek. Maar die gedachten hadden in je tienerhoofd nog geen taal. Je had nog geen vocabulaire om op een dieper niveau te reflecteren op je verlangens.
Op de middelbare school vonden meisjes onderling bonding in het praten over afvallen en over overeten. Veel deelnemers die ik begeleid heb, herkennen ditzelfde patroon bij hun moeder. Altijd op dieet, met blikken Modifast op de voorraadkast. Commentaar op je lichaam krijgen was heel normaal.
In die tijdgeest was er geen sprake van introspectie. Overeten werd niet gezien als symptoom van iets anders. Je moest gewoon stoppen met eten, en dat was een kwestie van wilskracht en discipline. Of je geloofde in de belofte van een boek. Met deze zeven stappen had je over drie weken je nieuwe lijf. Na een tijdje stierf die belofte uit, tot het volgende boek zijn intrede deed. Wat daaraan ontbrak, was de gelaagdheid van onze relatie met eten. Eten werd gereduceerd tot boodschappen, wat je op je bord legde en het getal op de weegschaal.
In therapie gaan was op mijn middelbare school niet aan de orde. Ik herinner me één meisje dat in therapie zat. Daar hing een aura omheen van: dan is er iets heel erg mis. Onze fluïde relatie met onze eigen psyche kreeg geen ruimte, terwijl je in je leven dingen kunt meemaken die structureel schadelijk zijn, ook al zie je dat aan de buitenkant niet.
Wat ik je weleens heb verteld in de podcast, is dat ik later ontdekte dat ik dyscalculie heb: rekenblind. Ik was in de dertig toen ik een basisschool zocht voor mijn oudste kind. Een directeur vertelde over hun programma voor dyslexie en voor dyscalculie. Op dat moment stond de tijd voor mij stil. Ik had wel van dyslexie gehoord, maar nog nooit van dyscalculie.
Mijn hele jeugd ging ik van de ene bijlesleraar naar de andere en werd ik voor rekenen een klas teruggezet. Niemand vertelde me dat er iets anders speelde dan gewoon niet goed genoeg je best doen. Omdat de bijlesleraren zelf ook niet wisten wat dyscalculie is, begonnen ze steeds weer vol goede moed, tot de opdrachten te ingewikkeld werden en ik vastliep. Ik voelde vooral dat ik de bijlesleraar teleurstelde, en in die eenzaamheid ploeterde ik door.
Pas in de dertig hoorde ik voor het eerst de term dyscalculie. Thuis vond ik online een aantal toetsvragen. De eerste ging over klokkijken: pas op mijn zestiende kon ik voor het eerst digitaal de klok lezen. De volgende ging over treintabellen, en ik voelde meteen paniek. Ik schaam me nog steeds als een ober een pinautomaat bij me neerlegt. Want dan moet ik uitrekenen hoeveel fooi ik geef, terwijl ik het goede antwoord niet weet.
Die dyscalculie werd op mijn dertigste een onthulling: eindelijk een begrip dat paste bij mijn ervaring. Ik voelde een mengeling van blijdschap en herkenning. Het was de heelwording van een connectie met mezelf die er in het isolement van niet-weten nooit kon zijn. Tegelijk voelde ik het gemis en het verdriet van al die tijd zonder die connectie. Aan de ene kant ben je heel blij met de onthulling, aan de andere kant voel je de pijn van het isolement waarin je leefde.
De volgende onthulling kwam toen het op de basisschool niet lekker ging met mijn dochter. Er werd gesuggereerd dat ze misschien een ADHD-profiel heeft, en we vulden samen vragenlijsten in voor een test. Mijn man keek naar mij en zei: dit ben jij. Ik kende ADHD alleen als iets voor drukke kinderen. Ik was juist altijd het brave, stille kind in de klas. Daarom had ik het nooit op mezelf betrokken.
Toen ik de vragenlijst met meer nuance en informatie doornam, herkende ik mezelf. Tijdblind, moeite met plannen en structureren, en alles heel diep voelen en beleven in het nu. Er kwam opnieuw een onthulling van herkenning en begrip. Ik ben zo dankbaar voor de mensen die naar dyscalculie en naar ADHD hebben gestaard en dat helemaal hebben uitgeplozen. Ik was toen veertig plus, en ineens kon ik mijn hele jeugd door een andere lens bekijken. Dat gaf herstel in het contact met mezelf.
Weer later, in mijn vijftiger jaren, kwam ik het werk van Lindsay Gibson tegen. Zij schreef het boek Volwassen kinderen van emotioneel onvolwassen ouders. Ik herkende opnieuw iemand die heel lang naar een probleem had gestaard, het complete tapijt had uitgeplozen en er een dijk van een boek over had geschreven. In het bestuderen van haar werk viel er opnieuw veel op zijn plek. Het was een thuiskomen, ook voor veel deelnemers in mijn programma.
De context van overeten als symptoom, en de methodiek die ik daaromheen ontwikkelde, brengt veel in kaart. Deelnemers in mijn programma zeggen vaak: door deze lens begrijp ik dit nu nog beter. Ik vind het fantastisch dat ik het werk van deze mensen kan benutten in de zijsprongen die ik in mijn programma aanreik, zodat iemand zichzelf vanuit een ander perspectief nog beter kan begrijpen.
Mijn meest recente onthulling gaat over complex trauma en de traumarespons die fawning heet. Ook hier wordt gedrag omschreven waarvan ik denk: dit is exact hoe ik het ervaar. Terwijl ik dit boek lees, kijk ik terug naar mijn jongere zelf. Wat in dit boek wordt beschreven, had ik zelf al grotendeels uitgewerkt en uitgevogeld, op eigen houtje en over tientallen jaren. Ik had dit boek, deze context en dit vocabulaire toen niet. Daardoor kan ik opnieuw voelen in welk isolement ik heb geleefd. Er waren geen woorden en geen hulp, en ik kon het zelf niet beetpakken.
Fawning is een traumareactie op onveiligheid waarbij je niet vlucht, niet vecht en niet bevriest. In plaats daarvan beweeg je juist naar de agressor toe om diegene naar de zin te maken en zo invloed te krijgen op je veiligheid. Je sluit de connectie met jezelf af en richt je optreden volledig op de ander.
Als je hier heel vaardig in wordt, lijkt dat op iemand die zich lief, behulpzaam en samenwerkend gedraagt. Je kunt er een meester in worden: je stemt volledig af op de ander, vanuit een ervaring van grote onveiligheid. Die traumarespons kan een staat van zijn worden die er bijna altijd is zodra je bij andere mensen bent.
Ik sprak hierover met iemand die dezelfde ervaring heeft. Stel dat je samen naar de film gaat en moet kiezen tussen een comedy en een thriller. Voor iemand met deze traumarespons is de vraag welke film wil jij zien een onveilige vraag. Bij het verkeerde antwoord kan de ander misschien onvoorspelbaar of gevaarlijk gedrag laten zien, ook al is dat met deze specifieke persoon helemaal niet aan de orde.
Je bent opgegroeid in onveiligheid en onvoorspelbaarheid, dus je bent hyperalert. Als jij moet bepalen welke kant we op gaan, voelt dat onveilig. Je wilt liever dat de ander zegt wat die wil, zodat je kunt volgen. Dat geeft een gevoel van controle, ook al voel je je nog steeds niet echt veilig.
Als dit voor jou vaag blijft, herken je misschien wel de term people pleasen: veel denken aan wat een ander wil, of waarmee je een ander een plezier kunt doen. Fawning zit daar nog net iets boven, en dit complexe trauma kan eronder zitten. Als je die context gaat begrijpen, zie je dat het labelen als people pleasen je tekortdoet. Een traumarespons zit in je lichaam, niet in je hoofd.
Bij people pleasen kun je zeggen: ik werk aan mijn pleasegedrag, ik moet beter naar mijn grenzen luisteren en meer aan mezelf denken. Dan lijkt het alsof je alleen een hardnekkig ontwikkelpunt hebt waar je niet in opschiet. Je legt dat dan bij jezelf neer als een tekortkoming. Maar bij complex trauma en structurele onveiligheid is je lichaam je hierin voor. Dat kun je niet vanuit je hoofd beredeneren als iets waar je gewoon wat meer aan moet werken.
Je kunt fawning niet op een theoretisch niveau corrigeren, want het zit niet in je hoofd. Als je last hebt van deze traumarespons, kan dat eruitzien als people pleasen. Wat eronder zit, in je lichaam, is een gevoel van onveiligheid. Ingrid Clayton legt prachtig uit wat er in je autonome zenuwstelsel gebeurt. Er ontstaat een hyperactivatie in de relatie met de ander.
Je wordt alert op de verlangens, gevoelens en wensen van de ander, terwijl de connectie met jezelf juist onderactief raakt en wordt afgesloten. Herken je jezelf hierin en denk je: dat hardnekkige please-gedrag, ik vind mezelf zo’n angsthaas? Lees dan het boek Fawning van Ingrid Clayton, inmiddels ook in het Nederlands vertaald. Voor mij was dit boek een thuiskomen.
Ik heb eerder EMDR gehad op mijn angstrespons, waarmee ik voelde dat ik daar met mijn toenmalige tools niet doorheen kwam. In het oplossen van overeten merkte ik hoe vaak ik angst voelde in mijn lichaam. Als je stopt met overeten en met dempen, ga je voelen wat er altijd al in je omging. Dat is bewustwording van je denken en je voelen.
Ik zag hoe vaak ik last had van een angstreactie die ik rationeel niet kon oplossen. Daar heb ik ook EMDR voor gehad. Dat hielp enorm, samen met de tooling uit mijn programma voor het begeleiden van gevoelens en het reguleren van je zenuwstelsel. Maar de context van dit boek, de woorden van deze psychotherapeut en promovendus, zijn fenomenaal.
Voor mij is het een enorm thuiskomen waarin ik met terugwerkende kracht naar mijn jongere zelf kan kijken en denken: het was ook echt kansloos. Ik had dat eten hard nodig, met dyscalculie, ADHD, niet gezien worden en mezelf volledig moeten afstemmen op mijn omgeving omdat het niet veilig was.
Al die diëten en voedselrestrictie maakten mijn verlangen naar eten juist groter. Want je oerbrein reageert op een vermeend voedselgebrek met tien keer zoveel verlangen. Ik kon de onveiligheid die er altijd al in mezelf was, niet eens benoemen. Daarom was het zo logisch dat ik dacht dat ik ging voelen waarnaar ik verlangde als ik er maar uitzag zoals de zelfverzekerde vrouwen in tijdschriften.
Wat daar ook nog bijkwam, is het herkennen van onze patriarchale maatschappijstructuur. Hoe verder je terugkijkt in de vrouwenlijn van je familie, hoe minder rechten en ruimte vrouwen hadden. Wat vrouwen moesten doen om te overleven, zit in de cultuur en wordt aan je doorgegeven via de lucht die je inademt.
Je krijgt signalen: hou je klein, wees vooral behulpzaam, wees niet te dominant, zorg dat je mooi en aantrekkelijk bent. Die regels zorgden dat vrouwen zich veilig konden voelen en aan tafel werden uitgenodigd in een door mannen gedomineerde maatschappij.
In de overlevering van die boodschappen word je teruggeduwd als je te expressief bent of te veel in je eigen ideeën gelooft. Misschien maakte jij het omgekeerde mee: voortdurend aangemoedigd worden om stevig in je schoenen te staan, vanuit een soort vechthouding. Beide gaan over diezelfde onderliggende structuur.
Misschien maande je moeder je: wees bescheiden, wees lief, hou je klein, laat anderen voorgaan. Dat ging over veiligheid. Of misschien hoorde je juist: vecht ervoor, ga staan, laat je de kaas niet van het brood eten. Dat kwam vanuit hetzelfde idee: je bent niet veilig.
Als jij ook van deze tijdgeest bent opgegroeid – eind jaren zestig geboren, op de basisschool in de jaren zeventig, naar de middelbare school in de jaren tachtig – dan heb je een bepaalde boog in de tijdgeest meegemaakt. Je had last van dingen waar geen woorden, geen aandacht en geen vocabulaire voor bestonden.
Wat ik zo mooi vind in het oplossen van overeten, is dat je van bewustwording naar heelwording en dan naar bloei beweegt. De bewustwording begint op de plek waarop ik ooit stond: ik wil steeds eten en ik weet niet waarom. Misschien ben je gefixeerd op een bepaald lichaamsbeeld en vind je dat stiekem oppervlakkig van jezelf. Je schaamt je er soms ook voor, zonder het te kunnen ontkennen.
Misschien overeet je in een mate die als ongezond wordt gezien. Voel je de beschaming van gezien worden als onverschillig of niet betrokken bij je eigen gezondheid. Op dit eerste station herken je alleen dat je te veel eet of te veel van eten houdt. Misschien is eten de highlight van je dag, of heb je last van een compulsie die je niet kunt tegenhouden.
Je denkt dan: als dit ene probleem maar is opgelost, is alles goed. Want dit is het enige probleem dat je herkent. Er zitten nog zoveel blinde vlekken in hoe je jezelf ziet.
Daarna komt er meer in beeld. Je gaat zien dat dit het topje van de ijsberg is: het gedrag dat je herkent. Onder die ijsberg zit de oorzaak van overeten. Je begint te herkennen dat je in het begeleiden van je denken en je gevoelsleven niet vaardig bent. Dat kan eruitzien als geen relatie hebben met je emotionele leven.
Ik hoorde laatst iemand zeggen: zodra je daarover praat, wordt het zweverig. Als je jezelf daarin herkent, heb je een oppervlakkige, praktische relatie met jezelf. Je bent goed in dingen voor elkaar krijgen, effectief en gedisciplineerd, en je wordt daarom gewaardeerd. Maar in de relatie met jezelf is er geen connectie met je gevoelsleven.
Je bent gewend om jezelf te vragen wat er vandaag moet gebeuren, niet wat er in je omgaat. Het voelt zweverig zodra er taal wordt gebruikt die je nog niet kent. Er is juist zoveel overspoeling dat gevoelens met je aan de haal gaan zonder dat je weet hoe ze te begeleiden.
Van welke kant je ook begint, het werken met je lichaam en het begeleiden van gevoelens opent een wereld onder die waterlijn. Je gaat ineens zien waarom je overeet. Daarin ontstaat heelwording: begrepen worden door jezelf en jezelf steeds meer gaan zien. Dat is een prachtig proces, waarin je wel degelijk door een modderig midden gaat.
Je bewustwording neemt enorm toe. Maar het grip krijgen op wat je daar nu mee doet, blijft nog een tijd onbekwaam aanvoelen. Je gaat steeds meer zien, voelen en begrijpen, maar kunt het nog niet omzetten in een relatie met eten en met jezelf die fijn aanvoelt en waar je dagen flow van krijgen. Snappen en zien betekent dus nog niet meteen kunnen.
Onlangs had ik een prachtig gesprek met iemand in mijn programma die zei: ik ben toe aan bloei. Ze vertelde dat ze zich van zoveel problemen had losgemaakt en nu op een andere plek stond. Er kwamen ideeën bij haar op over wat ze daarmee wilde doen, en dat voelde nieuw. Ze kende zichzelf alleen als iemand met veel problemen om op te lossen. Nog niet als iemand die dat gelukt is en die haar vleugels kan uitslaan.
Voor mij als coach is dat een prachtig signaal: ze is toe aan bloei. Ze heeft een omgang met zichzelf en met eten weten te bouwen. Die laat haar nu verlangen naar iets nieuws, naar een plek waar ze nog niet eerder is geweest. Ze voelt: dit kan, dit is nu voor mij mogelijk. Dat is precies de bloei die ik ooit voor mezelf mogelijk maakte. Toen besloot ik een methodiek te ontwikkelen, een praktijk te openen en een boek te schrijven.
Dat waren allemaal stappen van bloei, van een ontvouwen waarin ik voelde: hier wil ik heen. Ik voelde de emotionele en mentale draagkracht om te durven geloven, te durven bouwen en stappen te zetten die ik nog nooit eerder had gezet. Voor die reis heb je behoorlijk wat stevigheid en basis in jezelf nodig: om in jezelf te durven geloven, met onzekerheid om te gaan en dingen te verzinnen die er nog niet waren.
Je zelfleiderschap komt steeds meer tot bloei. Wat begint met de gedachte ‘ik weet niet waarom ik steeds wil eten’ krijgt zo ineens veel meer context. In die fase moet je tolerantie ontwikkelen voor het zien en begrijpen van zoveel van jezelf. Je krijgt ook tools en een methodiek om dat om te zetten in een fantastische relatie met eten en met jezelf.
Gaandeweg merk je dat je stappen zet die uiteindelijk gaan aanvoelen als bloei: een vreugdevolle, nieuwe connectie met jezelf. Je voelt je steeds vaker speels, onbezorgd en vrij, en steeds vaker diep en onvoorwaardelijk geliefd door jezelf. Je zelfleiderschap groeit, je bent afgestemd op jezelf en je hebt overeten niet meer nodig om jezelf te reguleren.
Dat hoeft geen perfectie te zijn. Soms merk je nog dat je iets niet kon dragen en daar eten bij nodig had. Dat hoeft niet honderd procent uit je systeem te zijn om te kunnen denken: mijn lichaam is vitaal en fantastisch, en ik ben blij met hoe het eruitziet.
De hechting aan hoe je eruitziet neemt dan enorm af, ook al herken je dat je dit ooit wilde en het nu hebt. Je hebt de vitaliteit en de omgang met eten die je wilde, en je kunt je vleugels steeds meer uitslaan.
Ik ben mezelf heel dankbaar dat ik het boek Etenslessen heb geschreven, ook al heeft dat me ontzettend veel gekost. Ik ben blij dat ik dat twintig jaar staren naar een probleem heb omgezet in een boek. Misschien voel je: het wordt tijd dat ik stop met mezelf beschamen om overeten, om mijn gezondheid of om een verlangen naar een bepaald lichaamsbeeld.
Geef daar meer context aan, ga aan je eigen kant staan. Veroordeel dit niet als iets wat je met alleen discipline en wilskracht moet oplossen. Beweeg juist naar jezelf toe en gun jezelf de hulp, als je dit niet alleen wilt uitvogelen. Dan kun je een prachtige ontwikkeling doormaken van bewustwording naar heelwording naar bloei, met een hoopvol perspectief.
Dat was mijn intentie met dit gesprek. Misschien heb je al veel aangekeken in je leven, en waren er dingen in de tijdgeest die toen geen naam hadden. Dan ben je misschien net als ik een paar keer een onthulling tegengekomen. Misschien denk je soms: ik ben een beetje diagnose moe, nu is er weer iets wat ik herken. Verlies dan niet de moed.
Je bent opgegroeid in een tijd waarin dingen geen naam en geen aandacht kregen. Trauma werd toen alleen herkend als een eenmalig, dramatisch incident. Nu komt er zoveel meer aan het licht, en dat is mooi en goed. Dat is voor jou de heelwording die mogelijk is, en dat geldt ook voor het oplossen van overeten.
Wees dus lief en zacht voor jezelf, kom aan je eigen kant staan en neem jezelf hierin serieus. Kijk verder dan alleen beter letten op wat je eet of niet zo hechten aan uiterlijk, en ga zien dat daaronder die ijsberg zit: je relatie met je emotionele leven en met de innerlijke delen in jou die soms wat bevroren zijn in de tijd.
Die diepgang maakt dat je kunt zeggen: nu kom ik thuis, en overeten kan opgelost worden. Met heel veel liefde voor jou, en tot gauw.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.