→
HET PROGRAMMA
Online coachingsprogramma
Body Empowerment
Verander je lichaamsbeleving
BOek Etenslessen
Lees het boek
Suzan noemt zichzelf een goede lijner. Ze kreeg dit als kind met de paplepel ingegoten. De 16 kilo die ze nu kwijt is, zijn indrukwekkend, maar ze maakt zich zorgen over dat punt voorbij haar streefgewicht. Wat komt daarna? Ergens naartoe werken kan ze goed, maar wat daarna komt voelt onzeker en presenteert zich als een probleem.
Ons gesprek werd een verkenning van haar zorg. Je hoort een mix van coaching en een openhartig gesprek over haar relatie met eten. Als je nieuwsgierig bent naar dat punt aan de horizon waarop de weegschaal eindelijk laat zien waar je naar verlangde, is deze les voor jou. Wie ben je voorbij dat punt en wat voel je daar?
Suzan vertelt wat ze vroeger als eerste dacht als ze wakker werd. “Oh, wat heb ik gisteren gegeten? Was het een slechte dag? Of was het een goede dag? Hoe zwaar ben ik ook alweer?” Vanaf de eerste seconde draaide dat in haar hoofd. Nu is dat weg. Als ze wakker wordt, denkt ze niet meer aan gisteren, aan wat ze at of aan hoeveel ze weegt. Ze vindt het zelf apart. En vooral heel fijn.
Deze week deel ik mijn gesprek met Suzan. Eigenlijk is het de Etensles die zij op dit moment bekijkt in mijn programma. Ze zit nog volop in de coaching. De les gaat over het bereiken van je streefgewicht. Suzan omschrijft zichzelf als een hele goede lijner. Daarom maakt ze zich zorgen dat haar ontwikkeling misschien niet echt is.
In Etenslessen bouw je een nieuwe relatie met eten. Je ruimt overeten op en je werkt het uit je systeem. In het verlengde daarvan verlies je gewicht. Suzan is ruim zestien kilo kwijt. En ze weet precies hoeveel er nog te gaan is: 2,7 kilo tot haar streefgewicht.
In haar hoofd presenteert die 2,7 kilo zich als een probleem. Want is het resultaat echt als ze straks op haar streefgewicht is? Of heeft ze dan zestien kilo lang stiekem gelijnd? Dat is een belangrijke coachvraag. Is mijn ontwikkeling echt, of heb ik mezelf voor de gek gehouden? Ons gesprek is een mix van coaching en een open verkenning van die vraag. Wat is het verschil tussen stiekem lijnen en een echte ontwikkeling doormaken?
Dit is ook voor jou waardevol als er een magisch getal op de weegschaal bestaat. Misschien ben je er al sinds je tienertijd mee bezig. Altijd was er dat ideaal in je hoofd: als ik daar nou toch nog eens kom. Dan wil je dat resultaat nooit meer kwijtraken, want dat is het gewicht waarbij je je het lekkerst voelt. Voor Suzan is dat ook zo. Het is geen ondergewicht, maar een gezond en fijn gewicht. Ze wil daar blijven. Dat kan alleen als je relatie met eten echt is veranderd, want volhouden lukt niet.
Ik vraag Suzan wat het betekent om een goede lijner te zijn. Ze vertelt dat ze heel streng voor zichzelf kan zijn. In haar hoofd weet ze dan: ik ben goed bezig. Ze komt niet boven een bepaald aantal calorieën uit en weet precies wat gezond is en wat minder gezond. Maar op de lange duur hou je dat niet vol. Op maandag begint ze met lijnen, of met opletten, want lijnen vindt ze een verschrikkelijk woord. Op vrijdag volgen de sociale afspraken. Het is weekend, en dan ging ze vaak de mist in. Niet elke week, maar wel regelmatig.
Rond haar vijftiende of zestiende begon ze met lijnen. Eerlijk gezegd kreeg ze het van huis uit mee, met de paplepel ingegoten. Haar moeder was altijd bezig met lijnen, alles of niks, en betrok de kinderen daarbij. Nam Suzan op de middelbare school een gevulde koek of een stroopwafel van haar knipkaart, dan zei haar moeder dat ze dat niet te veel moest doen. Daar krijg je een dikke kont van. Op die leeftijd ben je daar heel gevoelig voor. Later begon ze met echte diëten, vooral met eiwitshakes. Dat is uithongeren, zegt ze zelf, want het is niet normaal om van shakes te leven. Eigenlijk was ze haar hele leven met afvallen en voeding bezig. Nu is ze 41.
Ik kijk terug op de diëten die ik zelf heb gevolgd. Een heleboel daarvan waren duidelijk geen oplossing voor de lange termijn. Het was gewoon ellende. Maar de belofte was groot: over zoveel weken sta je op je streefgewicht. Alleen werd er nooit verteld wat daarna komt. Op mijn veertiende kon ik zelf ook niet bedenken wat plan B was. Ik schreef er in mijn boek over: o, en nu? Mag ik weer alles eten, of moet ik opletten? Dat opletten zag ik mijn moeder mijn hele jeugd doen. Zo was je steeds aan het opletten of aan het lijnen. Op een gegeven moment was het allemaal meer van hetzelfde.
Suzan herkent dat. Ze dacht telkens: nu is het zover. Nu moet ik even flink aan de slag met die shakes of met iets extreems. Als de grote hap er maar af is, kan ik daarna stabiel blijven of gewoon met opletten verder. En als het me dit keer lukt, houd ik het vast. Dit keer laat ik het niet meer door mijn vingers glippen.
Toen Suzan met Etenslessen begon, zei ze tegen haar man Sjoerd: wat er nu af is, komt nooit meer terug. Dat had ze van mij overgenomen. Hij vond het eigenlijk wel om te lachen. Maar Suzan meende het. Ze geloofde nu in zichzelf. Na een paar maanden zei ze het nog een keer. Toen lachte hij niet meer. “Je gelooft me, hè?” vroeg ze. “Ja,” zei hij, “ik vind het echt goed hoe je bezig bent.”
Voor hem is het ook lastig te zien wat er nu anders is. Etenslessen heeft niets met diëten te maken, maar dat weet je aan de voorkant niet helemaal. Je kunt het moeilijk beetpakken.
In januari ging het niet goed met Suzan. Al een paar jaar werd ze steeds somberder. Ze was overal klaar mee. Haar hoofd zat vol en het was te veel om alle ballen in de lucht te houden. Ze ging naar een psycholoog en begon veel te wandelen. Tijdens het wandelen luisterde ze naar mijn podcast. Soms deed ze zelfs tijdens het koken haar oortjes in om verder te luisteren.
Ze had al eens op mijn site gekeken. Toen dacht ze dat het zonde van het geld was en dat ze die investering niet in zichzelf ging doen. Maar hoe verder ze kwam met luisteren, hoe meer ze dacht: dit moet ik gewoon doen, het is voor mij geschreven. Dat had ze al bij de eerste aflevering. Je verwacht wel dat veel mensen hiermee kampen, maar je denkt niet dat het precies hetzelfde is. Zo voelde het wel.
Het was een beetje de laatste strohalm. Ze was al zoveel jaren aan het klungelen en het was een gebed zonder einde. Op een gegeven moment ga je geloven dat het levenslang is. Toen ze het eenmaal probeerde, ging ze er steeds meer in geloven. Wat het verschil maakt met opletten of diëten, is volgens Suzan de mindset. Het positieve en andere denken. Daarbij horen het rattenpark, de honger, de balans en het schrijven. Het is een combinatie van alles.
Ik vraag Suzan of ze zich een eerste moment herinnert waarop ze zag dat ze iets anders kon doen dan eten. Ze denkt aan haar eerste vakantie, een weekje kamperen in mei. Bij haar staat vakantie gelijk aan vol eten, want dan mag het. Nu maakte ze andere keuzes. Ze stond versteld van zichzelf. Had ze dit dan echt geleerd? Ze probeerde zichzelf af te leiden. Af en toe gingen ze met de kinderen een ijsje halen. Normaal had ze dan het gevoel: daar heb ik zo’n zin in. Dan nam ze het grootste ijsje, want ze was altijd bang dat ze niet genoeg kreeg. Nu dacht ze: ik mag dat ijsje gewoon, dus ik neem een kleintje. Ze genoot ervan, had het op en dacht: wat was hij lekker. Normaal had ze er liefst twee genomen, of nog wat van de kinderen erbij.
Dit is voor mij een heel duidelijke situatie. Als je goed bent in lijnen, ben je gewend aan veel restrictie. Daarmee kun je gewicht verliezen. Maar op een gegeven moment is het alsof je heel lang je adem hebt ingehouden. In bepaalde situaties verkoop je jezelf dan een verhaal: nu mag ik even los, nu mag ik ademhalen. Dan kan een ijsje niet genoeg zijn. Je voelt een enorme drang om alles uit het moment te halen. Het is vakantie, ik heb het verdiend, ik hoef mezelf nu even niets te ontzeggen.
Suzans natuurlijke verlangen was dus een klein ijsje, om te genieten van de sfeer en van het moment. Eerder vervulde dat ijsje een andere functie. Het was een compensatie voor alles wat ze zichzelf zo lang had ontzegd. Zo’n weekje vakantie betekende vroeger dat ze vijf kilo zwaarder terugkwam. Je eet de hele tijd te weinig, en op vakantie ga je helemaal los. Elke maaltijd is meer, en dan komt er ook nog van alles tussendoor en ’s avonds. Op maandag is de kater groot. Was het dit keer vijf kilo, of zes? Dan begin je die maandag maar weer opnieuw. Zo ging het jaar in, jaar uit.
Ik vraag Suzan of ze merkt dat ze tijdens het losgaan eigenlijk niet echt geniet. Het lijkt alsof er een soort onverzadigbaarheid actief is. Suzan herkent dat. Toen ze aan Etenslessen begon, dacht ze dat ze nooit een vol gevoel had gehad. Ik vertelde haar dat je smaak dan anders is en dat je je anders voelt als je te veel eet. Daar had zij nooit last van gehad. Ze had alleen de kater de volgende dag, het baalgevoel. Tijdens het eten zelf merkte ze niets. Nu denkt ze na een maaltijd: ik zit vol, ik heb genoeg gehad. Er is veel meer verbinding met haar lichaam. Dat vind ik bijzonder.
Ik vertel Suzan dat ik dit zelf ook ken, in tijden van stress. Als mijn zenuwstelsel erg geraakt was, kon ik een bodemloosheid voelen waarin ik eten in mijn lichaam bleef stoppen. Ik kon niet waarnemen dat het aankwam. Het leek alsof mijn hele systeem alleen maar zei: vluchten, volstoppen, volstoppen. Zonder registratie op mijn maagwand. Suzan had dat ook.
Ik vraag haar of ze in de jaren daarvoor vaak in een stressmodus zat waarvan ze zich niet eens bewust was. Dat denkt ze wel. Het sluimerde al een paar jaar. Ze wilde alle ballen in de lucht houden en het voor iedereen goed doen: voor haar familie, haar gezin, haar kapsalon en de mensen om haar heen.
Tussen kerst en oud en nieuw brak ze. Ze had naar die vrije week toe geleefd en zat de hele week als een zombie te huilen op de bank. Toen dacht ze: dit kan niet meer, het moet veranderen. Misschien doet ze het niet in de eerste plaats voor haar ouders, haar zus en haar vrienden, die het niet helemaal begrijpen. Haar gezin staat op één, en de kapsalon gaat nu ook goed. Maar ze doet het vooral voor zichzelf.
Sinds januari heeft Suzan zoveel in zichzelf geïnvesteerd, met de psycholoog en met mij in Etenslessen. Na de zomervakantie kwam ze als herboren terug. Ze voelt zich zo goed, en niet alleen door het gewicht. Het hele totaalplaatje is veranderd. In drie weken kamperen at ze nog nooit zo gezond en zo weinig. En ze heeft nog nooit zo genoten, van de kleine dingen. De stress is veel minder, terwijl die eerst in alle opzichten door het dak ging.
Soms krijg ik berichten van mensen die onder hoge spanning geen hap meer door hun keel krijgen. Bijvoorbeeld tijdens een scheiding. Hun lichaam slaat op slot en ze verliezen veel gewicht. Suzan heeft daar haar hele leven met jaloezie naar gekeken. Ik begrijp wel dat die mensen daar niet op zitten te wachten. Maar zij kent dat niet. Bij haar ging het alleen maar de andere kant op.
Andere mensen hebben juist het omgekeerde, doordat hun lichaam zegt: hamsteren. Eet wat je eten kunt, eet door, eet meer, blijf eten. Dat voelt als compleet op hol geslagen. Die ervaring heeft Suzan dus gehad. Ze kent ook het extreme lijnen, waarbij je hoofd aldoor vol zit met volhouden en bijhouden.
Ik had Suzan vooraf gevraagd of ze over haar gewichtsverlies wilde praten. Niet iedereen wil dat. Als je hardop gaat zeggen hoeveel je kwijt bent, kan dat een haakje raken. Wat je met zoveel liefde hebt ontwikkeld, krijgt dan ineens prestatiedruk. Nu heb ik het hardop gezegd, dus nu moet het ook zo blijven. Suzan wilde het toch vertellen. Ze is zestien kilo kwijt sinds 4 januari. Sinds een week of vier, vijf staat het een beetje stil. Die 2,7 kilo moet er nog af. Daar hadden we het over in de coaching, in een geweldige sessie.
Ik vraag haar wat er dit keer anders is. Gelooft ze het nu, zoals ze tegen haar man zei? Suzan vertelt dat het gewicht dat ze nu kwijtraakt, er anders afgaat doordat ze anders met zichzelf omgaat. En daardoor ook anders met eten. Ze heeft heel veel geleerd. Ze heeft echt een andere relatie met eten. Natuurlijk zijn er nog moeilijke momenten, zoals dat weekendje weg. Maar veel moeilijke momenten kan ze nu met meer tools oplossen. Ze heeft altijd wat in huis, bijvoorbeeld een suikervrij dropje om mee af te leiden. En ze wandelt veel, met haar podcast in haar oren.
Een van de principes in mijn programma gaat over een gekooid leven. Als je alleen maar dingen van jezelf moet en nooit iets mag, zoekt dat ergens in je naar compensatie. Je wilt een beloning voor de continue discipline die je laat zien. Je wordt van taak naar taak opgejaagd en er worden meestal zoveel mogelijk taken in een dag gepropt. Dan is eten vaak de enige highlight van de dag. Het enige moment waarop je even pauzeert.
Zo leren we het ook op school. Op de basisschool moet je leren, leren, leren. Dan komt er een pauze en mag je even iets eten en drinken. Zo leer je dat er één moment is waarop je officieel een time-out mag nemen: als je iets eet. In een systeem waarin je aldoor wordt opgejaagd, ligt dat al besloten. Ja, maar ik moet nu wel even wat eten. Het is het enige moment waarop je innerlijke dictator je even laat stoppen. Daarom wil je soms zo lang mogelijk blijven eten, om nog wat langer te mogen pauzeren. In dit systeem is het enorm lastig om met overeten te stoppen. Want als dat ook niet meer mag, blijft er alleen nog de werkbij over die je moet zijn.
Ik ben benieuwd welke fijne dingen Suzan nu doet om fijne dagen voor zichzelf te maken. Ze noemt wandelen en podcasten. Ook na een drukke dag zoekt ze iets op. Ze had geluk, want het was een mooi voorjaar en een mooie zomer. Ze houdt van zonnestralen. Na het eten krijgt ze altijd trek in iets lekkers. Dan ging ze twintig minuten achter in de tuin zitten, in het laatste zonnetje, met de podcast aan. Na twintig minuten dacht ze: ik ben weer helemaal opgeladen.
Ze zag een foto voorbijkomen van een vrouw die in de zon lag, met een zonnepaneel. Erbij stond: niet storen, mama werkt op zonne-energie en moet even opladen. Suzan maakte er een screenshot van en zette die in de groepsapp met de kinderen. Dit ben ik, dus nu weten jullie het. Ze ligt niet te bakken met dertig graden. Maar even een zonnetje pakken is een genot.
Misschien vraag je je af wat ik bedoel met het rattenpark. Bruce Alexander deed een belangrijke studie naar verslaving. Hij onderzocht hoe ratten functioneren in een laboratoriumkooi zonder enige afleiding. De ratten konden kiezen tussen gewoon water en water met morfine. In een kooi waarin niets te beleven valt, dronken ze het water met morfine en raakten ze verslaafd.
Daarna bouwde hij een rattenpark. Daarin kregen de ratten zoveel mogelijk ruimte om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Er was materiaal om mee te spelen en gangen mee te bouwen. Ze ontmoetten soortgenoten. Het was een soort Disney World voor ratten. Ook daar konden ze kiezen tussen zuiver water en water met morfine. Zelfs de verslaafde ratten stopten met het morfinewater. Ze gaven de voorkeur aan hun natuurlijke gedrag, aan zelfexpressie, aan zichzelf kunnen zijn. Dat zijn misschien hoogdravende woorden voor ratten. Maar het waren duidelijk blije ratten in een redelijk natuurlijke omgeving.
Voor Alexander was dat de belangrijkste boodschap voor de verslavingszorg. Wil je dat mensen met drugs stoppen? Help hen dan niet alleen te ontwennen, maar ook hun leven anders in te richten. Help hen hun eigen rattenpark te bouwen. Dat idee heb ik ingebouwd in Etenslessen, omdat ik het zo duidelijk herken. Als je alleen maar dingen van jezelf moet en nooit iets mag, leef je als die ratten in het kooitje. Je vertelt jezelf dat je lui bent of nutteloos, of dat je er te weinig tijd voor hebt. Je laat jezelf steeds het volgende zien dat nog moet gebeuren. Dan is er niets anders te doen dan overeten in je schaarse pauzes.
Suzan herkent dit. Voor haar werkt suiker echt als drugs, zegt ze. Ze kan er niet mee stoppen. Heeft ze het lang niet gehad, dan heeft ze er alleen maar meer zin in. Daarom zorgt ze voor afleiding. Maar ik ben benieuwd of het echt zo is. Want ze vertelt me ook dat ze op vakantie kon genieten van dat kleine ijsje, en dat het daarna genoeg was. Ze had geen craving. Toch durft ze nog geen reep chocola te kopen en dan één blokje te nemen. Een kopje met koekjes ook niet.
Ik wijs haar op haar eigen ontwikkeling. Ze geniet, ze maakt ruimte voor zichzelf en ze geeft niet iedereen voorrang. Haar gezin staat nog steeds op één, zegt ze, maar zij is er ook. Ze wandelt veel en gaat in de tuin zitten om op te laden. Haar rattenpark is een wereld waarin ze in de zon kan zitten, in de natuur kan zijn en kan wandelen. Die pauzes zijn gelegitimeerd als haar noodzakelijke tijd om op te laden. Ze heeft dus niet het gevoel dat ze verzaakt of lui is. Het mag echt van haarzelf. Als die ruimte volledig is gelegitimeerd en afgebakend, kun je ontspannen in de tuin zitten. Daarna voel je je helemaal opgeladen.
Ik vermoed dat Suzan nu op een punt is waarop ze herkent dat genieten van de zon en van eten niet gecompenseerd hoeft te worden na een lange periode van restrictie. Ze merkt dat de suikers van dat ijsje onder de juiste omstandigheden geen trigger zijn. Dat is de ontwikkeling die je doormaakt in Etenslessen, en waar ik ook over schrijf in mijn boek. Zolang je nog geen nieuwe relatie met jezelf hebt, is de beleving van suiker vaak uitvergroot. Een koekje raakt dan aan je dieetmentaliteit en aan een lichaam dat onder spanning staat. Het raakt aan gedachten die je nog niet in jezelf kunt begeleiden. Je zit in een relatie met jezelf waarin veel ontbreekt. Je zelfzorg is erg smal.
Suzan herkent dat. Ook haar psycholoog heeft daar wat over gezegd. Vroeger maakte ze ’s morgens al een lijstje: ik moet dit vandaag doen, ik moet dat doen. De hele dag zei ze moeten. Toen kreeg ze de opdracht om dat werkwoord te schrappen en het om te draaien: ik zou dat nog graag willen doen. Op een gegeven moment moest ze er zelf om lachen, want ze zei toch weer moeten. Dan zei ze hardop: ik zou dat straks misschien even willen doen. De kinderen keken haar aan alsof ze zich afvroegen waarom ze zo moeilijk deed. Misschien speelt dit mee, denkt Suzan. Het is niet meer de hele tijd zo dat ze alles van zichzelf moet. Daardoor gunt ze zich een momentje in de tuin of een wandeling. Ze kiest echt voor zichzelf.
In een dagelijks leven dat een opgejaagde aaneenschakeling van taken is, komt een koekje heel hard aan op het verlangen. De beloning in het brein is deels dopamine, een puur neurologische respons. Die wordt uitvergroot door je gedachten en door de gevoelens die er op dat moment omheen hangen. Naarmate je leert je denken en voelen te begeleiden en je relatie met jezelf verandert, kan het neurologische effect dat overblijft veel gemakkelijker een plek krijgen. Zoals dat ijsje in Suzans zomervakantie. Een koekje op een lege maag in een gestrest lichaam komt heel anders aan dan een koekje na de lunch in een ontspannen lichaam. En ook anders dan een koekje in een relatie met eten waar je blij mee bent en vertrouwen in hebt.
Suzan zegt dat suiker voor haar niet werkt en dat ze het daarom niet in huis durft te halen. Dat kan. Ze weet het niet beter sinds ze kind is: is er een pak koekjes open, dan gaat het op. Met een reep chocola is het hetzelfde. Ze is bang dat ze doorslaat als ze koekjes haalt om te testen of ze er één bij de koffie kan eten. Dat hoeft ook niet. Je hoeft niets te bewijzen. Een koekje voegt niets toe voor je lichaam en is nergens voor nodig. Wat ze op vakantie meemaakte, wil ik haar wel laten zien als een opening. Het is een verruiming van haar bewustzijn: zo zwart-wit als ik verdraag geen suiker is het dus niet. Suiker heeft een impact die veel met de context te maken heeft.
Toen ik mijn eigen vertrouwen in mijn omgang met eten terugwon, ben ik die context gaan verkennen. Daarin zag ik duidelijk dat er momenten zijn waarop ik weet: als ik nu aan een koekje begin, wil ik het hele pak. Want dit gaat eigenlijk over iets anders. Ik ben te gestrest, of ik ben met mensen samen bij wie ik me niet helemaal veilig en op mijn gemak voel. En ik weet precies welke functie een koekje dan voor mij kan hebben. Suzan zegt dat het bij haar ook zo zal zijn.
Als je al op jonge leeftijd hebt geleerd dat je beter niet kunt eten, speelt dat mee. Denk aan wat Suzans moeder zei: daar krijg je een dikke kont van. Dat was niet één keer, maar een heleboel opmerkingen. Toen dacht Suzan er niets van. Later denkt ze: dat zeg je toch niet tegen je kind? Haar moeder projecteerde haar eigen probleem op haar. Dan staat het bij wijze van spreken in je hoofd op de verpakking. Dat kleurt de context waarmee je dat koekje eet. Het is al beladen voordat je de verpakking openmaakt. Die context veranderen hoort bij het proces. Zolang je de spanning nog voelt bij de gedachte dat je een probleem hebt als je dit in huis haalt, ben je er nog niet. Ik vind het waardevol dat Suzan die gedachte en die context vasthoudt naast haar ervaring met dat ijsje op vakantie.
Dit is een mooi moment om over die 2,7 kilo te praten. In een coachsessie vroeg Suzan om coaching omdat ze zestien kilo was afgevallen en nog 2,7 kilo van haar streefgewicht verwijderd was. Eigenlijk is het zestien komma drie. Als je tot achter de komma meetelt, hoor ik haar zeggen: over 2,7 kilo sta ik op groener gras. Dan heb ik een bepaalde plek bereikt. Ze maakte zich zorgen over wat daarna komt, want ze is al zo vaak op dat punt geweest. Welke betekenis heeft dat gewicht voor haar? Wat is die projectie op die 2,7 kilo?
Suzan vertelt dat ze het getal had gekozen omdat ik zei dat je een getal in gedachten kunt nemen waar je wilt komen. Ze hoeft niet voorzichtig te zijn, het mag gewoon het gewicht zijn dat ze wil wegen. Dat deed ze. Nu zit ze er bijna. Ze loopt veel en doet twee keer per week krachttraining. Elke dag doet ze haar best. Dat is waarschijnlijk haar valkuil, zegt ze, want ze is perfectionistisch. Een controlfreak, zegt ze zelf. Ze vindt elke dag dat ze goed haar best heeft gedaan. Maar wat als ze het gewicht bereikt heeft en haar best blijft doen zonder resultaat? Dat lijkt haar gevaarlijk. Ze moet het loslaten. Eigenlijk wil ze het liefst niet meer met eten bezig zijn, niet meer op de weegschaal staan en gewoon lekker in haar vel zitten. Ze hoopt dat het haar lukt met al dat perfectionisme en die controle.
Ik ben blij dat Suzan me dit vertelt. Ik hoor namelijk dat de boodschap nog niet helemaal is aangekomen. Haar ware verlangen is: ik wil helemaal niet meer met eten bezig zijn. Ik kan precies voorspellen wat er komt als ze op die plek is. Dan heeft het streven geen betekenis meer. Dat ergens je best voor doen houdt op. In het begin kom je dan in een soort niemandsland terecht: en nu? Suzan kent zichzelf als iemand die veel denkt in termen van streven. Wat blijft er over zonder de gedachte aan het streven?
Denk aan het moment dat ik haar zag lachen toen ze vertelde over genieten in de tuin in de zon. Zonder streven komt er veel meer ruimte voor haar plek in de zon. Alleen is ze nog niet vertrouwd met zoveel ruimte om er gewoon te kunnen zijn. Zonder verbeterproject, zonder dat ze iets moet. Hoe tegenstrijdig het ook klinkt: wat ons brein niet kent, voelt vreemd en ongemakkelijk, ook als je er hard naar verlangt. Ik beloof haar dat in dat moment van nu weet ik het even niet het idee van eten opkomt. Daar wilde ik in de coaching naartoe. Ik doe het nu ook in dit gesprek, omdat het niet alleen haar helpt maar ook veel mensen die dit herkennen.
In dat niemandsland valt er niets meer te streven. Je voelt een ontregeling en je bent niet vertrouwd met de plekken waar je bent. Die zestien kilo heeft Suzan met een mooie ontwikkeling onderbouwd. Alleen staat het haakje van nog onderweg zijn nog aan. In de ruimte die ontstaat, komt een beetje rouw omhoog. Je kunt niet meer terug naar overeten zoals je dat na een dieet altijd deed. Dat past ook niet meer bij je, zegt Suzan, en dat wil ze ook niet. Daarin kom je verdriet tegen. Wie ben ik zonder dit? En nu? Dat voelt een tijdje doelloos, kaal en ook eenzaam. Je laat een deel van jezelf los waarmee je sinds je tienerjaren hebt geleefd. Er is een probleem uit je leven verdwenen dat veel verdriet, tijd en aandacht heeft gekost.
Ik denk aan films over de oorlog en de bezetting, en daarna de bevrijding. Je ziet vlaggetjes, mensen zoenen en klimmen op tanks, en overal is feest. Maar wat komt er daarna? Dan vallen ze in een gat. Er volgt wederopbouw, puinhopen, en het opnieuw vormgeven van het dagelijks leven. Dat gebeurt ook in je eigen kleine ecosysteem. Vanaf je tienertijd tot nu was het jouw eigen strijd met eten. Je komt op de plek waar je kunt zeggen: hoera, het is gelukt, ik zit in de tuin en geniet van de zon. En een deel van je voelt de rouw om wat het je al die jaren heeft gekost. Suzan kan zich daar iets bij voorstellen.
Suzan merkt dat mensen om haar heen het nu zien. Ze vragen of ze aan het lijnen is. Nee, zegt ze, maar ze is wel afgevallen. Is ze ziek dan? Nee, gewoon een gezonde leefstijl, bewegen en een beetje op de voeding letten. Dan zeggen ze dat ze niet meer moet afvallen. Ze zegt dat het prima zo is. Ze gaat niet tegen elke klant in haar kapsalon zeggen dat ze nog 2,7 kilo wil. Maar die opmerking vindt ze lastig.
Ook bij haar psycholoog kwam het ter sprake. Die zegt dat ze straks toch dingen moet toevoegen aan haar eetpatroon. Dan kun je gaan kiezen wat je meer gaat eten. Suzan denkt dat dat niet zo is. Ze moet gewoon blijven doen wat ze nu doet. Ze kan niet ineens meer eten om op gewicht te blijven. Iedereen heeft daar zijn eigen ding in. Misschien is het een keer minder erg als ze uit eten gaat. Ik zeg haar: niemand kent jouw lichaam zo goed als jij. Niemand weet hoe jij hebt geleden onder overeten. En niemand weet zo goed wat de bouwstenen zijn van jouw nieuwe relatie met eten. Jij bent hierin de autoriteit.
Onderdeel van die rouwervaring is dat je tegenkomt wat je ooit als jong meisje dacht. Als ik nou maar ben afgevallen, als ik dat streefgewicht heb, dan zal het fantastisch zijn en de moeite waard, zoals mijn moeder me steeds liet zien. Je hangt een bepaalde goedkeuring van je omgeving aan dat gewicht. Ook hang je er een projectie aan over hoe fantastisch je je elke dag zult voelen. Dan is het zover. Je zit in de tuin op je streefgewicht en merkt dat de dag gewoon de dag is.
Er zullen altijd mensen zijn voor wie je nog niet goed genoeg bent. Ze zeggen dat het begint te tekenen in je gezicht, of dat je ouder oogt. Of ze vinden dat wat je op je bord legt niet goed is. Schep je veel op, dan is het niet goed. Het is toch nooit goed. Oud, jong, dik, dun: er zullen altijd mensen zijn die iets vinden van hoe jij de dingen doet. Potjandorie, denk je dan, het is niets anders dan een lichter gewicht.
Suzan merkt dat niemand het er nog over heeft nu het nieuwtje eraf is. Ze is gewoon nog steeds Suzan. Dit is haar dag, en de kwaliteit van haar dag wordt bepaald door de kwaliteit van haar gedachten. Hoe fijn is het als daar geen eetprobleem doorheen zinkt. Het voelt nog een beetje onwerkelijk, zegt ze. Ben ik nu voor de rest van mijn leven overal van verlost? Dat durft ze nog bijna niet te denken.
Je bent niet verlost van je menselijke ervaring. Je blijft je leven lang pijn houden over wat er voorbijkomt. Met een geschiedenis waarin overeten de plek was waar je afleiding zocht als je maar gestrest genoeg was, zul je dat verlangen enigszins blijven voelen. Ook ik heb nog een deel dat op bepaalde momenten denkt: hé, ik heb een idee, eet. Ik kom allang niet meer langs een tankstation, want ik werk al jaren vanuit huis. Maar ik herken gemoedstoestanden waarbij dat deel van mijn brein denkt: dit hoort bij dat, ik roep even eet wat.
Alleen is de kracht waarmee dat zich laat zien zwak vergeleken met vroeger. Toen voelde het alsof iets bezit van me nam. Nu is het een gedachte die voorbijvliegt. Ik waardeer die als een signaal dat ik even meer aandacht voor mezelf nodig heb. Heb ik honger? Nee. Dan is het tijd om bij mezelf in te checken. Iets in mij zit in het nauw, staat onder druk, wil gehoord en gevoeld worden en heeft aandacht nodig. Ik ben heel blij met dat signaal. Het is als een verklikker die zegt: hé. Zo kun je het ook zien.
Suzan staat vlak bij het gewicht waarvan ze ooit bedacht: daar voel ik me echt heel lekker in mijn lijf. Wat die laatste 2,7 kilo betreft: het verschil in hoe het voelt of eruitziet in de spiegel is waarschijnlijk te verwaarlozen. Het is een detail. Maar voor haar markeert het een belangrijk punt in haar mindset. Daar ga ik haar op coachen. Ik ga haar nog door dat rouwproces heen begeleiden. Daarom ben ik blij dat ze in het programma zit.
Suzan hoopt dat het wat sneller gaat, want nu gaat het super langzaam. Ze kan niet minder gaan eten, zegt ze, want ze zit al tussen de twaalf- en veertienhonderd calorieën per dag. Dat is eigenlijk al niet veel. Ze denkt dat dit door haar dieetverleden komt. Het liefst is het eraf voor de feestdagen. Daarna heeft ze mijn steun nodig, denkt ze. Ze hoopt dat het eraf gaat, maar zo blijft het toch bezig in haar hoofd.
Daar zie ik nog werk. Wat Suzan op vakantie meemaakte, mag verder worden uitgebouwd en meer vertrouwen krijgen. Zolang ze denkt dat het over 2,7 kilo heel anders zal zijn dan vandaag, is er nog iets dat we gaan uitpakken. Stel dat ze vandaag al op die plek is. Dan voelt ze waarschijnlijk een error in haar hoofd. Nee, zo denk ik niet en zo ga ik niet met mezelf om. Die herschrijving van wie ben ik zonder het project streefgewicht heeft nog te weinig invulling. Daarom voelt het nu nog alsof er iets spannends staat te gebeuren. Suzan herkent dat. We pakken het in de coaching verder op, zodat ze dat vertrouwen en die stevigheid in zichzelf gaat voelen. En zodat ze de tijd heeft om te wennen aan haar nieuwe identiteit.
Zoals Suzan in de zomervakantie niet meer los wilde gaan met eten, zo zal ze dat met de feestdagen ook niet willen. Nu voelen die feestdagen in haar mindset nog anders als er 2,2 kilo af is dan als er 2,7, 2,8 of 2,9 af is. Daar wil ik aan sleutelen, zodat ze uiteindelijk ziet dat haar relatie met zichzelf een doorgaande lijn is. Suzan ziet het zelf al: het idee van 2,7, 2,2 of 2,9 kilo is een verhaal in mijn hoofd. Toch liever die 2,9, zegt ze. Precies door de betekenis die ze er nu nog aan geeft. Daar gaan we aan werken.
Dit gesprek was eigenlijk een stuk coaching, en ik ben ontzettend blij met de plek waar Suzan nu staat. Ze vertelt dat ze die ochtend haar kast heeft opgeruimd en een hele hoop broeken heeft weggegooid. Ze had een stapel gemaakt en dacht: zal ik die bovenin de kast leggen? Tegelijkertijd dacht ze: nee, dat ga ik helemaal niet doen. Ze had tegen zichzelf gezegd dat wat eraf is, er nooit meer bijkomt. Dus alle broeken gingen in de zak. Geen paniekaanval, helemaal niet. Gewoon blij.
Misschien herken je iets van Suzan: een magisch getal, het eindeloze opletten, de gedachte dat je het dit keer moet volhouden. Wil je ook een nieuwe relatie met eten bouwen, onder mijn begeleiding? Dan kun je je aanmelden voor mijn wachtlijst op Etenslessen.com. Daar neem ik je mee in een verkenning rond deelname aan het programma, zodat je een helder beeld krijgt en precies weet waarvoor je kiest.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.