Er zijn veel vrouwen met ADHD die pas later in hun leven ontdekken dat ze dit profiel hebben. Je kan je misschien uitstekend concentreren en je bent ook niet opmerkelijk druk. Judith is een succesvolle onderneemster en een voorbeeld van beide.
We praten over de samenhang tussen ADHD en overeten. Over dagelijks wakker worden met een alles overheersend eetprobleem en hoe ze daar verandering in bracht. Judith is net klaar met haar traject in Etenslessen en ze heeft alles bereikt wat ze wilde. Laat je inspireren door alle inzichten die ze met je deelt over haar ontwikkeling!
Deze week ben ik in gesprek met Judith. Zij vertelt over haar Etenslessen en het overkoepelende thema in alles wat ze deelt is het verband tussen overeten en ADHD.
Ik ben zelf ook niet neurotypisch. Ik zie ADHD of ADD als een profiel wat uniek is voor jou. Ik ontdekte mijn eigen neurodiversiteit toen ik al de midden 40 was gepasseerd, toen een van mijn kinderen daartegen aanliep. Er ging een wereld voor me open, maar ik was op dat moment ook diagnose-moe na jarenlang therapie volgen voor mijn eetproblematiek.
Ik zat niet te wachten op weer een diagnose en weer een pad opgaan van kijken hoe ik dat beter kan maken. Tegelijkertijd ben ik het wel blijven bestuderen en uiteindelijk uitgekomen op deze neutrale waarneming: jij, ik, ieder mens heeft een eigen uniek neurologisch profiel.
Het kan van waarde zijn om je eigen neurologische profiel wat beter te leren kennen, zodat je je daar goed toe kan verhouden als je tegen bepaalde dingen aanloopt. Heel veel vrouwen met ADHD ontdekken pas veel later in hun leven dat ze dit profiel hebben, zeker als je van mijn lichting bent en dat nog niet zo gangbaar was.
Je kan je bovendien misschien ook uitstekend concentreren en je bent misschien ook helemaal niet opmerkelijk druk. Dat gold voor mij en ook voor Judith. Zij is een succesvolle onderneemster en een voorbeeld van beide: goed concentratievermogen, geen druk gedrag.
We gingen met elkaar in gesprek over de samenhang tussen ADHD en overeten. Over dagelijks wakker worden met een allesoverheersend eetprobleem en hoe ze daar verandering bracht. Judith is net klaar met haar traject in Etenslessen en ze heeft alles bereikt wat ze wilde.
Laat je inspireren door alle inzichten die ze deelt over haar ontwikkeling. Hier zijn de Etenslessen van Judith.
Marjena: Hallo Judith! Wat ontzettend leuk om jou in de podcast te verwelkomen. Ik ben op dit moment meerdere klantinterviews aan het doen. Sommige mensen die we in de podcast horen zijn nog maar net met het programma begonnen, anderen zitten ergens halverwege en jij zit net aan het eind van je traject.
Ik vind het ontzettend leuk om dat perspectief ook mee te nemen uit jouw ervaring en jouw Etenslessen, want jij hebt inmiddels alles aangekeken. Als er nieuwe vaardigheidsniveaus komen, dan heb je de tools om jezelf daarin op te vangen. We gaan het allemaal over hebben, maar laten we beginnen bij het begin. Wil je me iets vertellen over jouw geschiedenis met eten?
Judith: Als ik terugga naar mijn verleden, dan denk ik dat ik altijd heel erg gek ben geweest op eten. Als jong kind al. Dat is ook iets wat ik terugzie bij mijn eigen kinderen: ze zijn heel erg gefixeerd op eten. Vanaf het moment dat ze daarmee bezig kunnen zijn, zijn ze daarmee bezig. Dat heb ik zelf ook gehad.
Ik kan me op de basisschool herinneren dat ik naar de benzinepomp ging om een zak snoep te halen. Dat was echt de highlight van mijn dag. Dan kon je allemaal losse snoepjes in je zakje doen. Daar heb ik nog steeds hele warme herinneringen aan.
Of ik ging zwart-wit poeder halen bij de kiosk en dan met een tijdschriftje echt een momentje voor mezelf pakken. Ik denk dat ik toen een jaar of zeven was. Dan ging ik de Tina halen bij de bibliotheek met zwart-wit poeder. Maar nog geen spanning erop in die tijd. Ik had daar verder geen negatieve gedachten bij.
Ergens op de middelbare school, in de eerste of tweede klas, zei een jongen uit mijn klas: “Oh Judith, volgens mij heb jij iets te veel saus gegeten de laatste tijd.” Die opmerking kan ik me nog heel erg herinneren. Dat was een van de eerste momenten dat ik dacht: oh, blijkbaar is je lijf ook iets waar men iets van kan vinden en dat kan blijkbaar te dik zijn of te dun en ik heb iets niet goed gedaan.
Die opmerking is heel erg blijven hangen. Het was natuurlijk ook op een leeftijd dat je sowieso bewuster wordt van je lijf. Dat is denk ik heel erg samengegaan.
Marjena: Ik herken dat zo. Er is een periode als kind dat je je lichaam alleen maar van binnenuit beleeft en er niet van buitenaf naar kijkt. Je hebt geen idee dat dat een optie is. Lang haar, kort haar, wat voor kleding je aantrekt, hoe je eruit ziet, hoe je lichaam eruit ziet – je bent er totaal niet mee bezig.
Dan komt er op een gegeven moment een omslagpunt waarin je bewust wordt van dat besef: oh, andere mensen zien mij en vinden iets van wat ze zien. Dan komt die eerste objectivering waarbij je van buitenaf naar je eigen lichaam gaat kijken, naar je uiterlijk gaat kijken en denkt: huh, jij zegt hier nu iets over. Dat moment was daar voor jou, dat omslagpunt. En je dacht ook meteen: ik doe iets niet goed.
Judith: Die ging ik heel erg voelen. Ik denk dat dat ook een beetje dezelfde tijd is geweest. Ik kan me herinneren dat ik heel erg gek was op naar het zwembad gaan op de basisschool. Daar hing ik echt alle dagen van de week, zelfs in mijn eentje. Op een gegeven moment kwam daar iets om mijn lichaam te hangen.
Ik weet nog dat ik ineens bikinirockjes ging kopen. Die had je toen ergens te koop en dan kon je een rokje over je bikini heen doen. Blijkbaar vond ik dat nodig, terwijl als ik naar foto’s uit die tijd kijk, ik ben nooit een heel dik kind geweest. Blijkbaar werd ik iets voller, maar als ik dan naar foto’s kijk, denk ik: dat zal ook niet heel schokkend geweest zijn. Maar daar kwam wel echt heel veel op te liggen.
Als ik terugdenk aan mijn moeder – mijn moeder was ook wel een onzekere vrouw. Mijn moeder is jong overleden, maar zij is altijd een onzekere vrouw geweest. Lange truien aan, die ze over de billen heen trok, over de heupen heen trok. Dat beeld heb ik heel erg. Dat heeft mij denk ik ook wel heel erg versterkt: oh ja, je lijf is iets dat moet je misschien bedekken. Ook zij benadrukte dat je lijf goed kan zijn of niet goed kan zijn.
Dat is heel erg gaan groeien in die middelbare schoolperiode. Ik denk dat ik toen ook een beetje begon met experimenteren. Dan kon je koeken gaan halen in de pauze. Ik deed dan af en toe weddenschapjes met vriendinnen: een heel weekend zonder die koeken. Dan gaan we proberen dat zo lang mogelijk niet meer te halen.
Rond mijn vijftiende ging mijn vader afvallen doen. Blijkbaar vond hij dat een prima idee als ik dan mee ging doen. Zou ik nu echt denken: hoe kun je dat eigenlijk bedenken? Om met een tiener dat te gaan doen. Dan ging je van die shakes drinken om af te vallen. Blijkbaar vond hij dat ook een prima idee. Blijkbaar vond hij ook dat er best wat af kon, anders zou hij me niet hebben laten meedoen.
Zo begon dat dieetdenken al eigenlijk heel erg te groeien. Ik begon steeds meer te sporten en het was toen ook nog best wel succesvol. Ik denk dat ik rond mijn zestiende echt een succesvol dieet had. Ik at veel tuptjes ’s avonds en liet dan soms mijn aardappelen weg. Veel sporten en daar kreeg ik complimentjes over. Dat gaf best wel een lekkere kick. Het was heel succesvol wat ik daar deed.
Daarin zie ik: oh ja, daar lag er al heel veel spanning op eten. Ergens wel, maar ik had nog niet dat negatieve van: oh, maar het lukt me niet. Ik wil heel graag afvallen, maar het lukt niet. Want toen ging het eigenlijk best wel prima. Dat was dan eigenlijk wel fijn, wel positief. Dat is heel erg de middelbare schooltijd geweest.
Als ik dan daarna kijk: ik was ergens rond mijn achttiende en ben ik begonnen met roken. Ik rookte heel veel, al heel snel. Die eerste jaren natuurlijk nog niet, bijvoorbeeld in het weekend roken, maar dat werd steeds meer. Nu kan ik zien dat dat heel erg onrust wegroken was.
Ik denk dat ik op een gegeven moment gestopt ben met roken en dat dat eten nog veel meer is aangezet. Ik ben dat nog meer gaan vervangen met dat eten. Daarna werd ik zwanger. Toen was het hek van de dam. Toen heb ik zoveel gegeten dat ik ineens 30 kilo zwaarder was. Toen moest ik wel serieus gaan afvallen. Toen was ik wel voor het eerst in mijn leven echt serieus te zwaar.
Toen is denk ik een cyclus begonnen. Weer een dieet beginnen. Wat de eerste keer best wel succesvol was. Ik kreeg het ook altijd wel weer goed af. Ik heb uiteindelijk drie zwangerschappen gehad. Het ging er wel steeds moeilijker af en ik merkte dat het gewoon – dat eten werd steeds meer een soort kluwen waar je in vast komt te zitten en waar je niet meer uitkomt.
Het ging steeds meer mijn dag beheersen. Op een gegeven moment besefte ik: ik sta eigenlijk op met eten en ik ga ermee slapen. Ik ben er de hele dag mee bezig, ben ik de hele dag aan het snaaien. Op een gegeven moment kreeg ik eetbuien. Echt tot misselijk aan toe eten en dan weer daarna natuurlijk weer helemaal leeg en naar voelen. Waarom heb ik dit weer gedaan? Terwijl je dat natuurlijk eigenlijk helemaal niet wil.
Dat groeide uit tot iets wat echt steeds meer mijn leven beheerste. Zeker na die zwangerschappen is dat denk ik heel erg versterkt. Tot je dan op het punt komt dat je denkt: dit gaat helemaal niet zo. Echt depressieve periodes ervan kunnen hebben, omdat je steeds zo teleurgesteld raakte in jezelf.
Mensen wisten eigenlijk niet waar je mee struggelde. Ook omdat ik het er eigenlijk wel af had gekregen na die zwangerschappen. Dan was ik misschien vijf kilo zwaarder dan dat ik zou willen. Maar mensen zagen: nou, je hebt het er weer prima afgekregen. Het gaat goed met je. Ze weten niet dat ik in een soort van overeten en betalende strijd terecht ben gekomen.
Ik dacht: je moest weten wat ik allemaal naar binnen werk op een dag. Dat wordt ook een soort van geheim wat je met je meedraagt. Wat het er ook niet beter op maakt.
Marjena: Het komt veel voor: weinig tot geen overgewicht hebben, maar wel in een gigantische strijd met eten leven die je dag compleet beheerst, elke dag opnieuw. Het onzichtbare leed daarvan wat je met je meedraagt kan enorm drukken op je kwaliteit van leven en het gevoel hebben dat je iets te verbergen hebt, iets om je voor te schamen.
Als je het in een weegschaaltje had moeten leggen: had je meer moeite met je lichaamsbeeld en je gewicht en je gebrek aan controle over eten, of last van het er continu mee bezig zijn? Als ik aan beide een cijfer moet geven – ik wist zelf op het laatst niet meer waar ik nou eigenlijk het meest onder leed. Want beide – mijn gewicht was een ding, maar het er de hele tijd mee bezig zijn, was ook echt iets waar ik depressief van werd. Ik kon op het laatst niet meer kiezen wat ik nou eigenlijk erger vond.
Judith: Dat is heel herkenbaar. Ik denk ook niet dat ik daartussen kon kiezen. Beiden drukt het heel zwaar. Beiden is het zo enorm aanwezig.
Marjena: Ook als het om vijf kilo gaat. En dat is wat mensen vaak niet begrijpen. Ze denken: joh, waar heb je het over? Iedereen eet toch weleens te veel?
Judith: Dat merk ik wel eens. Ook als ik er wel eens over probeerde te praten, zag ik mensen naar me kijken van: ja, inderdaad, waar heb jij het over? Zeker als ik met iemand praatte die zichtbaar echt veel te zwaar was. Dan zag ik zo iemand denken van: ja, maar sorry, maar jij hebt echt geen idee. Jij kan dat niet hebben wat ik heb. Toen dacht ik: ja, dat heb ik wel. Alleen met mijn lijf zie je dat misschien niet zo.
Marjena: Het is een kwalitatief probleem en niet een kwantitatief probleem. Daarmee bedoel ik: het is hoe je het beleeft, hoe je het ervaart. Er zijn ook mensen met een voller lichaam, groter lichaam die een fantastische relatie met eten hebben en er helemaal geen struggles mee ervaren en heel blij zijn met de keuzes die ze maken.
Ik projecteer nooit op een lichaam wat dat zegt over iemands relatie met eten, omdat ik weet dat het zo uiteen kan lopen. Het is een kwalitatieve ervaring. Wat gebeurde er in die periode? Wat probeerde je om het op te lossen nadat je al die diëten had gevolgd?
Judith: Na mijn zwangerschappen had ik wel weer iets nieuws bedacht. Daar kreeg ik dan weer even heel veel energie van. Dat vond ik ook altijd wel heel wonderlijk hoe dat werkt. Je kan best wel heel vlak en depri voelen en heel slecht. Dan merk je steeds: oh ja, maar als ik maar met een plan kom. Dat je je brein dus weer helemaal daaruit kan halen met gedachtes van een nieuw plan. Dat dat dan eigenlijk alweer genoeg is om jezelf weer op te kikkeren en er toch weer in te geloven en er toch weer voor te gaan.
Ik kon op een gegeven moment vaak echt wel zien: oh ja, maar dat echte diëten, dat is hem niet. Dus ik probeerde dat dan echt wel met gewoon gezond eten. Niet te gek. Echt jezelf niet uithongeren. Dat deed ik helemaal niet. Maar dan nog – ook gewoon goed voor jezelf zorgen – lukte me dan toch weer niet.
Zodra ik ook maar een beetje een misstap maakte, na twee of drie weken, dan zakte eigenlijk alles weer als een kaartenhuis in elkaar. Want blijkbaar kan ik dit ook niet. Dat was dan blijkbaar toch de gedachte. Het lukt me weer niet. Dan haakte ik weer af en dan wist ik het niet meer. Dan zat ik weer een tijdje in volledig mezelf verwaarlozen totdat ik dan weer met een nieuw ideetje kwam. Zo ging dat dan op en neer.
Marjena: Grote hoogteverschillen.
Judith: Zeker. Heel erg.
Toen wees een vriendin van mij me op jouw podcast. Ik luisterde een aflevering waarin volgens mij drie vrouwen aan het woord waren die jouw programma hadden gevolgd. Ik dacht voor het eerst: oh maar zij zijn zoals ik. Ik herken wat zij zeggen. Dat raakte me toen ook heel erg. Je voelt je best wel alleen hierin soms, omdat je eigenlijk mensen om je heen zit die hier niet zo mee worstelen.
Ik heb natuurlijk wel heel veel vriendinnen. Ik zie ze worstelen met: ik zou zo graag die paar kilo eraf willen. Maar ik zag niet die worsteling hoe ik hem ervaarde en dat het zo zwaar op ze drukte. Maar het idee van overeten, dat hoorde ik toen voor het eerst. Voor het eerst hoorde ik vrouwen en ik dacht: oh ja, maar zij zitten daar ook zo in en zij ervaarden dat ook zoals ik.
Eigenlijk werd er toen wel echt iets aangezet van: oh ja, zou dit dan toch iets voor mij kunnen zijn? Zou er dan toch iets zijn waarmee ik nog gered kan worden? Eigenlijk had ik dat in mijn hoofd wel een beetje opgegeven. Ik dacht: ja, ik ben gewoon een hopeloos geval en met mij gaat het niet goed komen. Maar zij zeiden hetzelfde, zij zeiden dat ook. Dus ik dacht: ja, wellicht is dit dan toch iets wat ik moet gaan doen.
We zaten toen vol, we hadden net een nieuw huis gekocht. Renze, mijn man, zei: ja, daar heb jij nu geen ruimte voor, dat gaan wij nu niet doen. Ik dacht: ja, dat kan jij zeggen, maar ik val om. Ik heb dit nodig, hoe weinig ruimte ik hier ook voor heb. Ik moet nu iets gaan doen. Dus toen ben ik in Etenslessen gestapt en alles stapje voor stapje aan gaan kijken met de hulp van jou.
Marjena: Als we praten over een kwalitatief probleem, dat betekent dat de omgeving het vaak ook niet begrijpt. We kunnen ook van de omgeving niet verwachten dat ze begrijpen hoe belangrijk dit voor je is en hoe hard je het nodig hebt.
Als moeder van drie jonge kinderen en een verhuizing en gewoon die fase van het leven waarin je weet: ik heb mezelf hierin heel hard nodig, juist om er voor anderen te kunnen zijn, juist om er voor die kinderen te kunnen zijn, juist om na een verhuizing – nou misschien moesten jullie ook nieuwe scholen en dingen – al het regelen dat erbij komt bij het hebben van een gezin. Als dit op de achtergrond je zo ondermijnt, als je zoveel energie verliest aan dit probleem wat continu je dagen overheerst en beheerst, dan kan je niet van anderen verwachten dat zij in je hoofd kunnen kijken en het kunnen begrijpen.
Hoe belangrijk het voor je is, want jouw man – ik weet zeker dat die denkt: lieverd, ik vind je heerlijk, ik vind je helemaal prachtig zoals je bent, wat maken die vijf kilo uit, ik hou van je, accepteer gewoon jezelf. Dat komt omdat hij niet in jouw hoofd kan kijken.
Judith: Hij is echt van het kaliber: nou gewoon even streng zijn voor jezelf, hoppakee, en dan is het er zo af. Ik heb hem ook wel eens gekscherend met mijn zusje de eetpolitie genoemd. Hij is ook wel iemand die altijd heel erg komt van: ja, zou je dat nou wel doen? Omdat hij voor mij – niet voor hem – omdat hij wist: jij wil dit eigenlijk niet. Zat hij juist heel erg bij mij van: oh ja, maar ik weet dat jij dit eigenlijk niet wil. Dus hoezo doe je dit nu dan? Ben je dan niet sterker dan dit?
Dat kon hij bij mij juist heel erg benadrukken. Ik weet ook dat jij dit aan het begin van het programma een keer zei, of misschien heb ik dat wel in een podcast gehoord, dat jij zei: vraag aan je partner om dat niet meer te doen. Hoe goed bedoeld ook, om dat ervan af te halen. Dat heb ik toen ook wel met hem besproken. Dat kan hij nog steeds wel eens lastig vinden. Dat zit er bij hem heel erg in. Maar dat is wel heel fijn geweest, want dat legde wel een extra lading op eten. Ook nog een partner die meekijkt en niet wat jij doet, waardoor je een beetje gaat verstoppen.
Marjena: Daar komt: hoe goed bedoeld ook, dat helpen is een vorm van externe restrictie. Zelfs alleen maar die blik op je bord of het kijken naar hoe jij naar de keuken loopt. De vraag: weet je zeker dat je dit wil? Of: zou je dit nou wel eten? Dat maakt dat je het voelt. Het appel op de verstandige keuze, de goede keuze. Dan is het dan niet meer van jou. Dat is een vorm van restrictie die je dan kan voelen, die je verlangen naar eten alleen maar groter maakt.
Daarom zeg ik altijd: niemand is in jouw relatie met eten uitgenodigd. Niemand. Eten is echt iets tussen jou en je lichaam. Die veilige ruimte voor jezelf creëren maakt het makkelijker om overeten op te lossen.
Judith: Ja, dat had ik heel erg nodig inderdaad. Die was heel belangrijk.
Marjena: Zeker iemand die zelf niet gevoelig is voor de verleiding van eten of emotie-eten of gevoelig is voor suiker en snelle suikers, die denkt: nou, even doorbijten en het is goed. Wat ontdekte je in het programma? Wat veranderde er?
Judith: Het is goed dat ik wist dat deze vraag ging komen, want ik heb zoveel geleerd in dit programma. Mensen stellen mij wel eens deze vraag en dan gaat mijn ADHD aan alle kanten op. Dan denk ik: waar ga ik beginnen? Er is heel veel wat ik aan moest kijken. Op zoveel gebieden viel er iets te leren.
Die eerste stap had eigenlijk met mildheid naar mezelf te maken. Dat het niet dom, raar of zwak was dat ik zo met eten omging. Dat merkte ik ook wel: het ontbrak echt ontzettend aan zelfliefde en zelfvertrouwen. Ook door steeds weer in die valkuilen te lopen en steeds niet aan mijn eigen afspraken te houden. Dat doet echt iets met je als mens. Die had ik heel erg nodig als eerste stap.
Daar zei je volgens mij ook iets over in die eerste meeting. Dat raakte me toen ook enorm. Dat het heel logisch was wat er was gebeurd. Dat dat mij niet een soort halve gek maakte. Want dat was toch een beetje hoe het voelde. Dus dat was voor mij een hele belangrijke eerste stap.
Ik kwam er al heel snel achter – ik moet zeggen, ik dacht aan het begin: ik eet ook gewoon omdat ik gewoon echt een hele erg lekkere bek ben. Ik hou gewoon echt heel erg van eten. Dus ik dacht heel lang: ja, dat zal allemaal wel, dat er allemaal redenen onder zitten. Maar ik hou, weet je, ik hou er gewoon heel erg van.
Het was voor mij heel moeilijk om eronder te kunnen kijken: wat zijn nou de redenen waarom ik overeet? Dat heeft mij echt heel veel moeite gekost. Blijkbaar ben ik dat ook niet gewend. Ik heb ook denk ik nooit heel erg leren voelen. Ook iets wat ik heel erg in het programma heb geleerd. Dus steeds daaronder kunnen kijken was voor mij een hele grote stap.
Toen kwam ik er eigenlijk achter: ik eet om alles. Ik eet als ik onrustig ben, ik eet als ik moe ben, ik eet als ik verveeld ben, ik eet als ik verdrietig ben. Ik eet heel erg als ik niet weet wat ik met mezelf aan moet, wat ik heel vaak had. Dus dat daar steeds onder die steen kijken, dat was voor mij een hele belangrijke stap.
Dan dus dat echt gaan voelen. Dat kan ik nog steeds wel eens lastig vinden. Ik wil heel graag weg bij een vervelend gevoel. Maar daar moet ik doorheen. Een quick fix om het even met eten op te lossen is soms heel fijn, want dan is dat inderdaad even weg. Maar op lange termijn blijf je er juist steeds vaker tegen aanlopen.
Marjena: Ik vind het prachtig zoals je het omschrijft en voor mij is het echt glashelder. Ik ben ook blij dat je het zo voor jezelf hebt kunnen vangen, want het is zo behelpzaam om te weten hoe jouw persoonlijke puzzel van jouw Etenslessen in elkaar steekt.
Als we kijken naar de oorzaak van overeten in combinatie met de methodiek die je helpt om in kaart te brengen hoe je vervolgens dat overeten oplost, dan krijg je het uiteindelijk heel goed opgeleid allemaal. Het is kijken naar de oorzaak, maar ook een heldere aanpak met tools die maken dat je er vervolgens ook iets mee kan en het kan omzetten in het oplossen van overeten.
Wist jij al heel lang dat je een ADHD-profiel hebt? Of is dat later in je leven gekomen, die diagnose?
Judith: Het is later in mijn leven gekomen. Dus dat wist ik niet. Het is drie jaar geleden geweest. Het is echt kort geleden geweest.
Marjena: En je bent nu 38.
Judith: Ik ben nu 38.
Marjena: Dus in de dertig ben je daar achtergekomen?
Judith: In de dertig ben ik daar pas achtergekomen. Dat is voor mij wel een hele belangrijke ontdekking geweest, want ook dat heeft bijgedragen aan: ik ben niet een complete gek. Waarom is het leven soms zo moeilijk voor mij? Want zo voelde het. Ik zeg soms wel: ik ben mijn eigen grootste vijand. Zo voelde dat. Ik ben constant in gevechten met mezelf.
Als dat niet met eten is, dan was dat in het verleden met roken. Dat was ook problematisch. Dat ik daarmee heb weten te stoppen, dat mag ook echt een wonder heten. Ja, heel impulsief met te veel geld uitgeven, daar niet mee kunnen omgaan. Op zoveel gebiedjes in mijn leven iets. En altijd die onrust die daaronder lag.
Een stuk – ik ben met een hele zieke moeder opgegroeid. Er was heel veel aan de hand in ons gezin. Ze had een hersentumor en epilepsie. Zij kreeg ook epilepsiemedicatie, maar zij was ook denk ik mede door die medicatie heel afwezig. Maar in ons gezin gebeurde dus van alles, maar over emoties werd eigenlijk niet gesproken en dat was er ook niet.
Dat heb ik eigenlijk al heel jong veilig weg weten te stoppen, terwijl ik wel heel gevoelig ben. Dat is eigenlijk heel wonderlijk. Het stond helemaal niet – het verdriet erom als kind. Ik heb wel eens een vriendin die dan aan het huilen was om mijn moeder en dat ik ernaast stond, ergens zeven, acht jaar, en dat ik dacht: hoezo moet jij hierom huilen? Waarom gaan we hier een ding van maken? Want dat was gewoon wat mijn leven was.
Dat ik dan nu – die combi – ADHD, wat ik niet wist als kind. En heel gevoelig. En er speelde zoveel in mijn leven. En daar totaal niet mee hebben leren omgaan. Alleen maar hebben geleerd gevoelens weg te drukken, pijn weg te drukken. Dan is het er ook niet.
Dan snap ik nu heel goed waarom ik al die mechanismen heb gevonden in het leven om mezelf te helpen. In eten en in roken. Alles om het allemaal maar niet te hoeven voelen. Dus daar ligt voor mij denk ik de allergrootste les: dat gevoelens er mogen zijn en wat je daar dan vervolgens mee doet in plaats van gewoon wegdrukken en doorgaan.
Marjena: De eerste belangrijke helende stap was het ontwikkelen van compassie, steeds aan je eigen kant komen staan en jezelf niet meer veroordelen, maar willen helpen en ondersteunen en de tools gebruiken van het programma waarmee je dat dan doet.
Vervolgens in die tweede stap in het onderzoek wat je deed erachter komen: ik reguleer mezelf met eten werkelijk bij alles wat ik voel. Stress, verlorenheid, fru
Continue
14:06
stratie, eenzaamheid, niet weten wat ik moet doen, onrust. Heb jij die workshop over ADHD gevolgd in het programma?
Judith: Ja.
Marjena: Heb je daar nog dingen uit kunnen halen?
Judith: Ja, zeker. Sowieso gewoon – ik dacht meteen: zo mega herkenbaar. En ook heel logisch dat met een ADHD-brein overeten of iets anders, een andere manier om te copen eigenlijk, dat je dat gaat gebruiken.
Marjena: Even denken – hij is over een divergent brein. Juist, divergent denken versus convergent denken. En voor mensen die denken: waar hebben jullie het over?
Divergent denken doen alle kinderen. Kleine kinderen denken allemaal divergent en gaandeweg gaan ze meer convergent denken. Convergent denken is de logische analyse van: op A volgt B volgt C volgt D.
Als je divergent blijft denken, dan ben je vooral voortdurend je bewust van alle mogelijkheden. De waarom-vraag staat altijd aan. Er zijn zoveel mogelijkheden en verhalen die zich al heel snel in je denken afspelen. Heel interessant kan zijn als het positieve verhalen zijn die je ook tot nieuwe ideeën brengen, nieuwe concepten brengen. Je natuurlijke creativiteit en fantasie is gigantisch.
Het kan je alleen ook in de weg zitten, daar waar je brein steeds een afslag neemt. Dat doet ons brein omdat het altijd wil waken over onze veiligheid naar negatieve scenario’s en angstige scenario’s en bezorgde scenario’s. Die zijn er dan al en worden allemaal ontvangen in het emotionele brein en niet in de prefrontale cortex waar logisch gefilterd kan worden: is dit belangrijk nu? Is dit erg of niet erg?
In het emotionele brein is er direct die emotionele reactie en dat maakt dat je met dit profiel, dit neurodiverse profiel, heel veel voelt. Dat heb je vaak als kind al op jonge leeftijd leren afdekken steeds en reguleren, zoals in jouw geval en in mijn geval, met eten. Dan kom je uiteindelijk tot die ontdekking: oh, wacht even, ik voel heel veel. En hoe vang ik dat dan voortaan op zonder eten?
Dat is je met succes gelukt.
Judith: Dat is heel erg waar inderdaad. Heel veel voelen. Heel erg in contact met mijn emotionele brein. En eigenlijk heel slecht met mijn regelbrein. Dan heel erg vanuit het nu altijd beslissingen maken. Heel moeilijk kunnen denken vanuit: wat is goed voor de Judith in de toekomst en wat heb ik vanuit het verleden geleerd? Altijd nu, nu, nu, nu, nu. Dat is heel herkenbaar.
Dat ik daar dus inderdaad door – en dat merk ik ook dat dat werkt – door ’s ochtends in te tunen, door ’s ochtends even stil te staan: maar oké, wat gaat deze dag mij brengen? Wat kan ik tegenkomen? Wat is mijn plan voor deze dag? Hoe wil ik me voelen op deze dag? Welke gedachten kunnen mij gaan helpen deze dag? Om daar ’s ochtends bij stil te staan. Dat is heel helpzaam. Dat heb ik echt, echt, echt nodig.
Marjena: Dat is het zelfleiderschap wat je in Etenslessen ontwikkelt, waarbij je gedachtenwerk gebruikt en bodyfulness en het dagelijks ontwerp. Om niet alleen na te denken over je lichamelijke zelfzorg, maar ook over je emotionele zelfzorg, je geestelijke zelfzorg. Kijken welke thema’s er op het moment voor je spelen en daarmee eigenlijk het hele pakket van je hele wezen ’s ochtends zorg verlenen.
Zodat gedurende de dag de kans dat je jezelf een fijne dag kan bezorgen – een fijne dag met het veelvoelen wat je doet en met het hebben van een brein wat divergent denkt – jezelf een fijne dag kan bezorgen. Waarin de kans dat je op overeten moet leunen om je staande te houden, steeds kleiner en kleiner wordt. En je echt op een gegeven moment kan zeggen: ik heb nu een relatie met eten ontwikkeld die goed voelt, die klopt, die mij ondersteunt. En ik heb overeten niet meer zo nodig om mezelf overeind te houden.
Judith: Want dat is ook wel – dat is wel echt het wonderlijke – dat je stapje bij stapje door jezelf heel veel bij te sturen en heel veel te schrijven – dat heb ik ook wel echt moeten leren, want ik ga het liefst gewoon voor de snelle oplossing en alles wat lang duurt, vind ik moeilijk. Maar uiteindelijk heb je dat wel nodig, want je hebt zo vaak last van oude gedachten, oude overtuigingen, oude manieren, dat het echt tijd kost om iets nieuws te gaan kiezen en dat ook echt te voelen, dat je dat wil.
Dat vind ik af en toe wel heel wonderlijk om te voelen, dat ik dan denk: oh ja, maar ik wil nu echt niet eten. Het gaat helemaal niet meer om kunnen of mogen. Het gaat echt om heel erg dat willen te voelen. Steeds vaker, steeds meer momenten van: ja nee, ik wil het echt niet. Ik voel dan waar dat eten me allemaal toe gaat brengen, al die hele bijsluiter die erbij zit. Dat ik dan oprecht kan zeggen: oh nee, maar nu wil ik dat echt niet. Dat is iets – dat vind ik echt heel bijzonder om dat te hebben mogen leren. Hoe dat werkt.
Marjena: Fantastisch. Fantastisch. Ik vind het ook een hele krachtige boodschap voor mensen met dit neurologische profiel. Omdat die uitdaging van zoveel in je emotionele brein leven maakt dat je regelmatig overspoeld kan raken. En dan toch aangehaakt zijn bij: liever willen voelen wat er te voelen valt dan jezelf willen verdoven met eten – is een ongelooflijke krachtige boodschap en heel hoopvol voor mensen met dit profiel die veel last hebben van overeten, veel last hebben van hun copingmechanisme.
Ik vind het ongelooflijk krachtig en ik ben ontzettend blij voor je dat je die draai hebt kunnen maken en die aansluiting bij jezelf hebt kunnen maken, die aansluiting bij je zelfzorg. Dat is fantastisch, dat is een enorme prestatie.
Judith: Dat vind ik ook echt. Het geeft zoveel meer rust in mijn leven, niet meer op te staan en te gaan slapen met eten. Ik kom nog steeds weleens uitdagingen tegen, maar ik weet: dat is dan blijkbaar nog een les waar ik mee bezig ben. In het verleden zou ik denken: ja, dan gaat het dus niet goed. Inmiddels kan ik dan wel echt denken: ja, het hoeft ook niet altijd goed te gaan. Wat is goed gaan? Blijkbaar moet ik dit tegenkomen en dan kan ik ernaar gaan kijken. Dan kan ik gaan ontdekken wat ik ermee wil.
Ik kan nu echt met het vertrouwen leven dat elk nieuw dingetje dat er op mijn pad komt, dat ik dat op deze manier aan kan gaan. Dat ik daar echt alle tools voor heb om daar steeds weer opnieuw mee aan de slag te gaan. Het dus niet meer verdwijnt zoals dat vroeger was bij een dieet. Ik denk: ik ben nu eventjes een tijdje goed bezig, lekker, we houden het vast. En dat het dan toch een jaar later – je denkt: oh ja, dat is dus weer niet gelukt. Dit voelt heel anders. Het is geen volhouden meer. Dat is zo fijn.
Marjena: Dat verschil – op een dieet – als je een ADHD- of ADD-type bent, profiel hebt, dan kun je heel gemakkelijk dopamine aanmaken op de trip van: ik heb weer een nieuw plan. Precies zoals je het aan het begin van dit gesprek schetste: oh dan is dat de shiny object. Fantastisch in mijn leven, waarin je jezelf met dit type brein heel gemakkelijk lekker kan maken.
Je kan verlekkeren met de fantasie van hoe je eruit gaat zien en welke kleding je dan gaat dragen. Hoe fantastisch de zomer gaat worden en hoe zelfverzekerd en lekker en sexy je je dan gaat voelen. Dat is een soort hype die wordt opgebouwd en die dan op het moment dat daar een teleurstelling in komt, een barstje in dat vertrouwen komt, direct afbrokkelt en dat kaartenhuis stort in elkaar.
Het gefaalde. En: wat was ik aan het denken? En: zie je wel, waarom verpest ik het nou altijd weer? En: ik had me hier toch zo op verheugd. Dan is er eerst die piek geweest van heel veel jagen en dopamine aanmaken op dat nieuwe plan. Daarna die dysforie, die enorme teleurstelling, die diepe teleurstelling, die weer zo’n deuk in je zelfvertrouwen geeft.
Op het moment dat je dit pad bewandelt wat jij nu hebt bewandeld, ontwikkel je vaardigheden en verworvenheden en die raak je gewoon niet meer kwijt. Je ontdekt dat je gewicht verliest wat niet meer terugkomt met het succes van meestal. Meestal volg je jouw ontwerp. Meestal kies je ervoor om liever te voelen wat er te voelen valt dan iets te eten.
Niet altijd. Niet altijd, en dat is ook niet nodig om zo slank te kunnen worden als je wil en de relatie met eten te bouwen waarvan je echt zegt: hier kan een strik omheen. Het is imperfect, zoals elke relatie in ons leven imperfect is, maar is wel fantastisch.
Judith: Helemaal waar inderdaad. Dat is voor mij echt een hele belangrijke les geweest: die leerling durven zijn.
Marjena: Ja.
Judith: Niet dat alles helemaal fantastisch moet. Eigenlijk inderdaad wat je net zegt – ik dacht: het klinkt ook een beetje als wat ik met een nieuwe hobby doe. Dat is ook heel erg ADHD. Als ik een nieuwe hobby ontdek, dan geloof ik werkelijk dat dit mijn fantastische nieuwe hobby gaat zijn. Dan ga ik alles ervoor kopen en dat wordt helemaal mijn ding. Iedereen kijkt me al aan van: Judith, echt geloof jij weer dat dit jouw nieuwe hobby gaat worden? Ja, dat geloof ik dan echt.
Ook dat is: zodra die nieuwigheid eraf is, zakt dat vaak dan een beetje in elkaar – zonder al die negativiteit van als een dieet in elkaar storten. Maar daar zit wel heel veel overlap.
Marjena: Er komt uiteindelijk een stevig fundament van zelfzorg wat niet perfect is en juist daardoor zo stabiel. In dietiek hebben we die perfectie nodig omdat we niet daadwerkelijk veranderen. Dus elke dag dat we ons dieet volgen is een goede dag en elke dag dat dat niet lukt is een slechte dag, want er zit geen fundament onder.
Een fundament van persoonlijke ontwikkeling, gedragsverandering, jezelf beter leren kennen en begeleiden op elk niveau met jezelf – emotioneel, mentaal, lichamelijk. Op momenten dat dat er wel is, blijft dat fundament gewoon staan en is jouw omgang met eten je vangnet en je springplank. Het is beide. Je hebt die hele hype van jezelf blijven motiveren met obsessie en dopamine niet meer nodig.
Heb je daaraan moeten wennen dat het niet meer het grote ding in je leven is om je op te verheugen?
Judith: Ja, ergens wel een beetje, denk ik. Ik had sowieso wel dat ik aan het begin van het programma vaak dacht: oh ja, maar kan ik dan niet nu gewoon heel eventjes nog op de oude manier even die paar kilo kwijt? Dan pak ik hem vanuit jou door. Maar dan ben ik wel vast waar ik wil zijn, want dan wil je toch weer opschieten. Je brein kent gewoon die oplossing, dus het blijft in je hoofd af en toe dat je denkt: oh dat zou lekker zijn om gewoon eventjes – er komt mijn zus weer met een of andere sapvast-ding aan en dat vindt ze helemaal fantastisch.
Die oude manier van denken – heel erg lekker, dan kun je er even helemaal voor gaan. Want die kick was wel heel fijn. Maar ja, tegelijkertijd weet ik en zie ik overal om me heen mensen die dit steeds opnieuw en opnieuw doen. Ook zonder die enorme struggle die ik had met eten, zie ik wel dat dit voor mensen eigenlijk een soort levenslange worsteling is.
Misschien niet dat ze er zoveel last van hebben als wat ik ervan had, maar wel steeds opnieuw elk jaar weer iets nieuws bedenken. Dat gaat de tijd goed, soms zelfs een jaar. Maar uiteindelijk zie ik mensen toch altijd weer teruggaan naar hun oude gewicht, naar hun oude levensstijl. Terwijl denk ik: wat ik nu doe – oh ja, maar dat is het dus niet. Het is geen volhouden. Er zit geen strengheid meer in. Het is continu mezelf begeleiden in wat ik wil en ik blijf aan het roer staan.
Marjena: Ja.
Judith: Dat is super waardevol.
Marjena: Is daarmee je gewicht ook mee bewogen in die ontwikkeling? Het ging bij jou niet echt zozeer om – je had het over een kilo of vijf?
Judith: Ja, precies. Ik stapte erin en ik dacht: nou, weet je, al houd ik dit gewicht en ben ik die strijd met eten kwijt, dan is eigenlijk – dan ben ik al tevreden.
Marjena: Ja.
Judith: Gaandeweg komt dan toch weer in je hoofd: ja, maar het is toch wel lekker. Dan wordt dat lijf toch ook wel belangrijk. Zeker als je dan het ergste hebt opgeruimd uit je ergste strijd met eten, dan denk je: oh ja, die kilootjes, die wil je er wel af. Ja, en die zijn er wel eigenlijk heel stabiel af. Ik zit wel echt op een nieuw niveau, terwijl ik nog steeds wel lekker mijn dessertje kan nemen en af en toe echt wel iets lekkers pak en neem.
Dat soms nog steeds vanuit het oude wel spannend kan vinden: oh ja, maar blijf ik dan wel hier op dit niveau? Tegelijkertijd merk ik: ja, want gedurende de dag eet ik zoveel minder omdat ik wacht tot ik honger heb en niet maar door blijf eten. Uiteindelijk merk ik dan steeds: oh maar dat kan dus eigenlijk ook wel, dat lekkers op die paar momenten. Dat weegt niet op.
Marjena: Het balanceert eruit. Stabiel weer uit, omdat als je eenmaal die connectie hebt gemaakt van het willen voelen in je lichaam – niet omdat je dan blij bent met het getal op de weegschaal of het getal in je kledingbroek, maar echt gewoon omdat het van binnenuit zo goed voelt.
Dan merk je dat je na zo’n dessert of een – ik weet niet – iets wat je in de bioscoop wil eten of een pizzaavond voor de film, dat er daarna een natuurlijke compensatie verlangt. Van het lichaam uit en van jezelf uit, van hoe het voelt in je lichaam. Ik wil terug naar dat lichte, frisse, heldere gevoel in mijn lichaam.
Terwijl als we het gevoel hebben: oh oh, ik heb me niet aan mijn dieet gehouden. Dit had ik niet mogen doen. Zie je wel, straks kom ik weer aan. Met alle onrust en spanning daaromheen. Dan krijgt zo’n pizzaavond of bioscoopsnack of weet ik het wat, juist vaak een spin-off met meer overeten en meer overeten. En: ah, inderdaad, dus die kilo’s zitten er weer aan.
Bij jou is het zo stabiel. Het is eraf en het blijft eraf. Het is je nieuwe normaal geworden, omdat je die samenwerking met je lichaam – wat een van de pijlers in het programma is – die samenwerking met je lichaam zo van binnenuit bent aangegaan.
Judith: Ja, dat is het echt. Ja, dat is het echt.
Marjena: Misschien is dat wel mooi om mee af te sluiten. Want ik vind de winst van alles wat je vertelt echt geweldig. Er zit nog een andere onzichtbare winst denk ik in. Ik ga je dit vragen zonder dat je dat kon voorbereiden. Maar kan je zien dat je met de tools die je in het programma hebt geleerd, dat je die ook kan toepassen op dingen die helemaal niets te maken hebben met eten, maar te maken hebben met de toekomst die je voor jezelf wil creëren of hoe je je moederschap vormgeeft? Dingen die helemaal buiten dat eten liggen en je gewicht.
Judith: Ja, honderd procent. Je leert heel erg hoe je gedachtenwerk doet, dus hoe je je gedachten onderzoekt en jezelf begeleidt. Eigenlijk pas ik dat op heel veel vlakken in mijn leven toe. Dat loopt eigenlijk steeds meer als een soort rode draad door mijn leven. Als ik dingen tegenkom, weet ik dat ik heel vaak last heb van bepaalde gedachten, van oude overtuigingen, van oude patronen, dingen die in het verleden gebeurd zijn. In die zin zijn dat niet alleen maar tools die ik heb gekregen om op mijn eten toe te passen, maar eigenlijk op alle dingen die ik kan tegenkomen in mijn leven.
Marjena: Kan je een voorbeeld geven? Schiet je iets te binnen?
Judith: Ja, even denken. Wat ik heel vaak doe: ik heb last van een bepaalde gedachte. Bijvoorbeeld: zij vindt mij vervelend of zij vindt mij stom of iets waardoor ik onzeker kan worden. Dan ga ik dat echt afpellen. Is dat waar? Klopt dat wel? Waar haal ik die gedachte vandaan? Wat doet die gedachte met me? Wat zou ook waar kunnen zijn?
Ik merk dat door erop te gaan schrijven – en soms moet dat heel vaak opnieuw – dat ik toch die gedachten vervang voor nieuwe gedachten en dat ik daardoor bepaalde negatieve overtuigingen echt heb weten los te laten.
Marjena: Is dat niet geweldig? Ik vind het zo bijzonder dat je misschien al vanaf je kindertijd een bepaalde overtuiging kan hebben over jezelf, over iets wat je kan of niet kan, of wat er mis is met jou, of dat jij er nooit bij hoort, of wat dan ook. Die gedachte, die overtuiging – merk je als je eenmaal echt dat pad opgaat van gedachtenwerk – die blijkt als een soort van mantra iedere keer weer op te ploppen, op te ploppen, op te ploppen, dat je denkt: ik dacht het dus weer. Ik was me er niet bewust van, maar het was weer actief dat idee.
Dat je dat zo goed kan uitwerken, dat je op een gegeven moment echt kan merken: ik geloof dit niet meer. Ik denk het niet meer. Ik associeer mezelf hier niet meer mee. Het is echt klaar. Voorbij. Dat je daarmee dus merkt dat wat we weten over neurologie – dat je brein tot hoogbejaarde leeftijd neuroplastisch blijft – is waar. Je moet er alleen wel echt ook mee aan de slag. Daarin, net als breiwerk, eindeloos blijven breien.
In mijn boek omschrijf ik het als tuinieren. Je gaat echt wieden en onkruid uitwerken en diepgewortelde negatieve overtuigingen echt uit die tuin uitwerken. Dat kan werk zijn waarbij je spierpijn krijgt en vieze handen en je moet iedere keer opnieuw dat aankijken. Maar dan is het op een gegeven moment ook echt voorbij.
Je kan je zelfbeeld veranderen. Je kan de manier waarop je over jezelf denkt echt, echt, echt veranderen. Dat vind ik los van gezondheidsidealen, los van het oplossen van een eetprobleem wat echt elke dag je kan beheersen wat ongelofelijk pijnlijk is – maar dat je zelfs op dat diepe niveau ook dat kan veranderen, vind ik het meest het grootste geschenk, de bijvangst van het oplossen van overeten.
Judith: Als je dat zegt denk ik eraan dat ik door jou met veel meer liefde met mezelf praat. Ook in het schrijven ben ik heel liefdevol naar mezelf geworden en dat is echt iets wat ik heb moeten leren. Maar wat wel mijn soort van interne stem is geworden. Mijn man moet soms om lachen: noem je jezelf weer lieverd? Wat grijp je nou weer op? Ik denk: ja, allemaal prima. Maar dit is wel de stem die ik nodig had tegen mezelf. Die heb ik echt mogen ontdekken. Dat is een soort van zelfliefde die je op een hele andere manier door het leven loodst.
Marjena: Ja, geweldig. En wat je ook weer doorgeeft aan je kinderen.
Judith: Precies, honderd procent.
Marjena: Hoe je zelfliefde kan voorleven, hoe je compassie voorleeft. Ik vind het geweldig, Judith. Ik zou nog uren met je kunnen praten.
Judith: Dankjewel.
Marjena: Hiervoor, dankjewel voor je openheid.
Judith: Graag gedaan.
Marjena: Ik vond het fantastisch om je te coachen. Ik vond het fantastisch om hier naar je Etenslessen te mogen luisteren. Ik ben ontzettend blij dat je dit meeneemt en echt, echt, echt die strik om jouw relatie met eten kan doen. En de tools gewoon voor altijd bij je hebt om jezelf daarin te kunnen begeleiden.
Als je meer wilt dan alleen theoretische kennis, gaat mijn boek je daar zeker bij helpen. Ga naar mijn website en vraag daar jouw gratis e-boek aan. Je vindt deze via Etenslessen.com.
Je hebt geleerd om eten te beheersen. Maar vrijheid voelt anders. Vrijheid is luisteren naar je lichaam, je verlangens en waarheid. Het is stoppen met vechten en beginnen met begrijpen.
Dit zijn jouw etenslessen. Geen regels die je moet volgen, maar ontdekkingen die je mag doen. Als eten een worsteling is, is er iets in jou dat gehoord wil worden.
Overeten is de rook – niet het vuur. In mijn boek neem ik je mee in een nieuwe omgang met eten.